Enig artikel: Er zijn geen opmerkingen op het verslag. Conform het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad worden de notulen als goedgekeurd beschouwd.
Enig artikel: De gemeenteraad keurt het meerjarenplan BP2026_2031-0 voor het gedeelte OCMW goed. De kredieten voor 2026 worden vastgesteld.
Artikel 1: De gemeenteraad stelt het meerjarenplan BP2026_2031-0 voor haar gedeelte vast. De kredieten voor 2026 worden vastgesteld.
Artikel 1: Voor de aanslagjaren 2026 t.e.m. 2031 wordt een aanvullende belasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar in de personenbelasting.
Artikel 2: De belasting wordt vastgesteld op 7,8% van het volgens het Wetboek van de inkomstenbelasting 1992 berekende gedeelte van de personenbelasting die aan het rijk verschuldigd is voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.
Artikel 3: De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting zullen door het toedoen van het bestuur der directe belastingen geschieden, zoals bepaald in artikel 469 e.v. van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen.
Artikel 4: Afschrift van dit besluit wordt toegestuurd aan de hogere overheid en aan FOD Financiën, Cel begroting, fiscale ontvangsten en statistiek, North Galaxy – Toren B – 25e verdieping, Koning Albert II-laan 33 bus 73, 1030 Brussel.
Artikel 5: Deze beslissing wordt bekendgemaakt en gepubliceerd overeenkomstig artikel 286 e.v. van het decreet lokaal bestuur.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van de belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
Artikelen 41, 162 en 170, §4 van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994.
Artikel 464/1, 1° van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992.
Artikel 2.1.4.0.2 en artikel 3.1.0.0.4 van het decreet van 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit.
Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017.
Artikel 1: Voor de aanslagjaren 2026-2031 worden er ten bate van de gemeente 1165 gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing gevestigd.
Artikel 2: De vestiging en de inning van de gemeentebelasting gebeuren door toedoen van de Vlaamse Belastingdienst.
Artikel 1: De gemeenteraad beslist om een offerte op te vragen bij de volgende financieringsinstellingen voor de financiering van de investeringen 2026: Belfius Bank, ING, BNP Paribas Fortis en KBC. Daarbij wordt het in bijlage gevoegd typecontract als leidraad genomen.
Artikel 2: De gemeenteraad machtigt de Financieel Directeur om te onderhandelen met de diverse aanbieders. Een voorstel wordt aan het schepencollege voorgelegd dat rekening houdt met volgende zaken:
De Grondwet en dan specifiek artikelen 41,162 en 170§4
Artikel 1. Definities
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
1° bouwgronden: gronden, met uitsluiting van kavels, die palen aan een voldoende uitgeruste weg in de zin van artikel 4.3.5. van de Codex Ruimtelijke Ordening en gelegen zijn in een woongebied of in een woonuitbreidingsgebied dat reeds voor bebouwing in aanmerking komt blijkens een principiële beslissing of op grond van artikel 5.6.6. van de Codex Ruimtelijke Ordening.
2° kavels: de in een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden van een niet vervallen verkaveling afgebakende percelen die palen aan een voldoende uitgerust weg. Met een afgebakend perceel wordt bedoeld een perceel, kavel of lot van de verkaveling.
3° onbebouwd: beantwoordt aan de criteria voor opname in het register van onbebouwde percelen, gesteld bij en krachtens artikel 5.6.1. van de Codex Ruimtelijke Ordening alsook het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juli 2008 houdende bepaling van de nadere regels voor de opmaak, de actualisering en de financiering van het register van de onbebouwde percelen (BS 28 augustus 2008).
4° register van onbebouwde percelen: het register, vermeld in artikel 5.6.1. van de codex Ruimtelijke Ordening.
5° zakelijk gerechtigde: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
Artikel 2. Termijn
Voor de aanslagjaren 2026-2031 wordt een gemeentelijke kohierbelasting gevestigd op onbebouwde kavels en onbebouwde bouwgronden.
Artikel 3. Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke- of rechtspersoon die op 1 januari van het aanslagjaar de zakelijk gerechtigde is van de onbebouwde bouwgrond of onbebouwde kavel.
Indien er een recht van opstal of erfpacht bestaat, is de belasting verschuldigd door de erfpachter of de opstalhouder.
Zo er meerdere belastingplichtigen zijn, zijn deze hoofdelijk gehouden tot betaling van de verschuldigde belasting.
Artikel 4. Berekening van de belasting
De belasting wordt vastgesteld op 1 EUR per vierkante meter oppervlakte, met een minimale aanslag van 300 EUR per bouwgrond of kavel. Voor de berekening van de oppervlakte wordt er rekening gehouden met een maximale diepte van het perceel of kavel van 50 meter (d.i. de maximale bouwdiepte vanaf de rooilijn).
Artikel 5. Vrijstellingen
1° De eigenaars van één enkele onbebouwde bouwgrond in woongebied of onbebouwde kavel, bij uitsluiting van enig ander onroerend goed gelegen in België of het buitenland.
2° De Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen, de sociale huisvestingsmaatschappijen, het Vlaams Woningfonds en de sociale verhuurkantoren.
3° De belastingplichtigen met kinderen, al of niet ten laste, beperkt tot één onbebouwde bouwgrond of één onbebouwde kavel per kind, dat de leeftijd van dertig jaar nog niet bereikt.
4° De activeringsheffing wordt niet geheven op het perceel dat voldoet aan beide hiernavolgende voorwaarden:
- ze behoort toe aan dezelfde eigenaar als deze van de aanpalende bebouwde bouwgrond of kavel.
- ze vormen met die bebouwde bouwgrond of kavel één ononderbroken ruimtelijk geheel.
5° Bouwgronden en kavels die tijdens het aanslagjaar niet voor bebouwing in aanmerking komen:
- Ingevolge hun inrichting als collectieve voorzieningen, met inbegrip van hun aanhorigheden,
- Ingevolge een bouwverbod of enige andere erfdienstbaarheid tot openbaar nut die woningbouw onmogelijk maakt,
- Ingevolge een vreemde oorzaak die de belastingplichtige niet kan worden toegerekend, zoals de beperkte omvang van de bouwgronden of kavels, of hun ligging, vorm of fysieke toestand.
6° Overheden zoals de Staat, de gemeenschappen, de gewesten, de provincies en de gemeenten voor wat betreft goederen van het openbaar domein en van goederen van het privaat domein die voor een dienst van openbaar nut worden aangewend.
7° De onbebouwde bouwgronden of kavels, waarvan de eigenaars pas in de loop van drie kalenderjaren voorafgaand aan het aanslagjaar eigenaar zijn geworden.
8° Die onbebouwde bouwgronden of kavels waarvoor een omgevingsvergunning werd bekomen. Dit betreft enkel voor een omgevingsvergunning waardoor het perceel niet meer voldoet aan de definitie van onbebouwde gronden en kavels zoals gedefinieerd in dit reglement. Deze vrijstelling geldt voor één jaar en moet ingeroepen worden voor het jaar volgend op het jaar waarin de omgevingsvergunning werd afgeleverd.
9° Die onbebouwde bouwgronden of kavels waarvoor een verkavelingsvergunning werd bekomen. Deze vrijstelling geldt voor 5 jaar en moet ingeroepen worden voor de jaren volgend op het jaar waarin de verkavelingsvergunning werd afgeleverd.
Artikel 6. Bezwaarschrift
De belastingplichtige kan bezwaar indienen op grond van het decreet dd. 30 mei 2008. Het gemeentebestuur van Kortemark biedt, met toepassing van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, de mogelijkheid aan om bezwaarschriften via elektronische weg in te dienen op het emailadres belastingen@kortemark.be. De indiening van het bezwaarschrift via elektronische weg geldt als uitdrukkelijke instemming van de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger om berichten binnen de bezwaarprocedure via die elektronische weg uit te wisselen.
De gemeenteraad beslist volgend leegstandsreglement en gemeentebelasting op leegstaande woningen en gebouwen voor de aanslagjaren 2026-2031, goed te keuren:
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit reglement gelden onder meer de begripsomschrijvingen van het artikel 1.3 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
In dit reglement wordt verstaan onder:
1° administratie: de intergemeentelijke administratieve eenheid die door het gemeentebestuur wordt belast met de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister;
Conform artikel 2.9, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 draagt de gemeente de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister over aan Woonwinkel West. Woonwinkel West fungeert als intergemeentelijke administratieve eenheid. Het beslissingsorgaan van Woonwinkel West duidt de personeelsleden aan die onderzoeks- , controle- en vaststellingsbevoegdheden hebben. De intergemeentelijke administratieve eenheid voert alle taken uit voor de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister.
2° beroepsinstantie: het college van burgemeester en schepenen;
3° beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:
a) een aangetekend schrijven;
b) een afgifte tegen ontvangstbewijs;
c) een elektronisch aangetekende zending.
4° gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2,1°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten;
5° kamer: een woning waarin een toilet, een bad of douche of een kookgelegenheid ontbreken en waarvan de bewoners voor een of meer van die voorzieningen aangewezen zijn op de gemeenschappelijke ruimten in of aansluitend bij het gebouw waarvan de woning deel uitmaakt;
6° leegstaand gebouw: gebouw waarvan meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een periode van ten minste twaalf opeenvolgende maanden. Hierbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw.
De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan uitgereikte omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is, of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.
Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. Een gedeelte is eerst afsplitsbaar indien het na sloping van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
De bebouwde onroerende goederen die vallen onder de toepassing van het decreet van 19 april 1995 en latere wijzigingen, houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten zijn niet onderworpen aan dit gemeentelijk reglement.
7° leegstaande woning: woning die gedurende een periode van ten minste 12 opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie die blijkt uit een omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning die voor die woning is uitgereikt. Bij een woning waarvoor er geen vergunning of melding is, of waarvan de functie niet duidelijk blijkt uit een vergunning of melding, wordt de functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van de woning dat voorafging aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden; of de volgende functies die een effectief en niet-occasioneel gebruik van de woning met zich meebrengen:
Een woning die in gebruik is als opslagruimte, nadat op basis van een stedenbouwkundige vergunning/omgevingsvergunning een functiewijziging doorgevoerd werd, wordt niet als leegstaand beschouwd. Daarbij moet de opslag gekoppeld zijn aan een economische activiteit en moet minimum 50% van de totale vloeroppervlakte van de woning in gebruik zijn;
8° leegstandsregister: het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen en woningen, vermeld in artikel 2.9 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
9° leegstand bij nieuwbouw: een nieuw gebouw of een nieuwe woning wordt als een leegstaand gebouw of een leegstaande woning beschouwd indien dat gebouw of die woning binnen zeven jaar na de afgifte van een stedenbouwkundige vergunning/omgevingsvergunning in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig de functies vermeld in 6° respectievelijk 7°;
10° opnamedatum: de datum waarop het gebouw of de woning voor de eerste maal in het leegstandsregister wordt opgenomen;
11° verjaardag: het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de opnamedatum, zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt;
12° woning: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande
13° zakelijk gerechtigde: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
a) de volle eigendom;
b) het recht van opstal of van erfpacht;
c) het vruchtgebruik.
14° Gewestelijke Inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen: de inventaris vermeld in artikel 26 van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996.
Artikel 2. Leegstandsregister
§1. De administratie houdt een leegstandsregister bij van woningen en gebouwen;
Een woning die vermeld staat in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen, wordt niet opgenomen in het leegstandsregister.
§2. In elke lijst worden de volgende gegevens opgenomen:
1° het adres van de leegstaande woning of het leegstaande gebouw;
2° de kadastrale gegevens van de leegstaande woning of het leegstaande gebouw;
3° de identiteit en het (de) adres(sen) van de zakelijk gerechtigde(n);
4° het nummer en de datum van de administratieve akte,
5° de indicatie of indicaties die aanleiding hebben gegeven tot de opname;
6° eventueel de datum van de indiening van een beroep overeenkomstig artikel 5 en de datum en de aard van de beslissing in beroep.
§3. Een woning die of een gebouw dat opgenomen is in het gemeentelijk register van verwaarloosde gebouwen of woningen, kan eveneens worden opgenomen in het gemeentelijk register van leegstaande woningen en gebouwen
Artikel 3. Registratie van leegstand
§1. De door het beslissingsorgaan van de intergemeentelijke administratieve eenheid met de opsporing van leegstand belaste personeelsleden bezitten de onderzoeks- , controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
§2. Een leegstaand gebouw of een leegstaande woning wordt opgenomen in het leegstandsregister aan de hand van een genummerde administratieve akte, waarbij één of meerdere foto’s en een beschrijvend verslag, met vermelding van de indicaties die de leegstand staven, gevoegd worden. De datum van de administratieve akte geldt als de datum van de vaststelling van de leegstand en geldt als opnamedatum.
§3. De leegstand wordt beoordeeld op basis van één of meerdere objectieve indicaties zoals vermeld in de volgende lijst:
* het ontbreken van een inschrijving in het bevolkingsregister op het adres van de woning;
* het langdurig aanbieden van het gebouw of van de woning als “te huur” of “te koop”;
* het ontbreken van aansluitingen op nutsvoorzieningen;
* een volle brievenbus gedurende lange tijd
* een verwaarloosde tuin (lang gras, onverzorgd, ….)
* rolluiken die langdurig neergelaten zijn
* het ontbreken van een aangifte als tweede verblijf;
* de onmogelijkheid om het gebouw of de woning te betreden, bijvoorbeeld door een geblokkeerde toegang;
* een dermate laag verbruik van de nutsvoorziening dat een gebruik als woning of een gebruik overeenkomstig de functie van het gebouw kan worden uitgesloten. Volgende verbruiksgegevens zijn richtinggevend:
* de vermindering van het kadastraal inkomen overeenkomstig artikel 15 van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992;
* aanvraag om vermindering van onroerende voorheffing naar aanleiding van leegstand of improductiviteit;
* getuigenissen: verklaringen van omwonende(n), postbode, wijkagent;
Artikel 4. Kennisgeving van registratie
De zakelijk gerechtigde(n) wordt per beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in het leegstandsregister. De kennisgeving bevat:
* De administratieve akte met inbegrip van het beschrijvend verslag;
* Informatie over de gevolgen van de opname in het leegstandsregister;
* Informatie met betrekking tot de beroepsprocedure tegen de opname in het leegstandsregister;
* Informatie over de mogelijkheid tot schrapping uit het leegstandsregister.
Artikel 5. Beroep tegen registratie
§1. Binnen een termijn van dertig dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van het schrijven, vermeld in artikel 4, kan een zakelijk gerechtigde bij de beroepsinstantie beroep aantekenen tegen de beslissing tot opname in het leegstandsregister. Het beroep wordt per beveiligde zending betekend. Het beroepschrift moet ondertekend zijn en moet minimaal volgende gegevens bevatten:
* de identiteit en het adres van de indiener;
* de vermelding van het nummer van de administratieve akte en het adres van het gebouw of de woning waarop het beroepschrift betrekking heeft;
* de bewijsstukken die aantonen dat de opname van het gebouw of de woning in het leegstandsregister ten onrechte is gebeurd. De vaststelling van de leegstand kan betwist worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed;
Als datum van het beroepschrift wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd.
Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
§2. Zolang de indieningstermijn van dertig dagen niet verstreken is, kan een vervangend beroepschrift ingediend worden, waarbij het eerdere beroepschrift als ingetrokken wordt beschouwd.
§3. Elk inkomend beroepschrift wordt in het leegstandsregister geregistreerd en aan de indiener wordt een ontvangstbevestiging verstuurd.
§4. Het beroepschrift is alleen onontvankelijk:
* als het te laat is ingediend of niet is ingediend overeenkomstig de bepalingen in paragraaf 1, of;
* als het beroepschrift niet uitgaat van een zakelijk gerechtigde, of;
* als het beroepschrift niet is ondertekend.
§5. Als het beroepschrift onontvankelijk is, deelt de beroepsinstantie dit onverwijld mee aan de indiener.
Het indienen van een aangepast of nieuw beroep is mogelijk zolang de beroepstermijn van §1 niet verstreken is.
§6. De beroepsinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling of met een
feitenonderzoek, dat uitgevoerd wordt door het met de opsporing van leegstaande gebouwen en woningen belaste personeelslid. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot een gebouw of een woning geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.
§7. De beroepsinstantie doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na deze van de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend.
§8. Als de beslissing tot opname in het leegstandsregister niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de zakelijk gerechtigde onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, blijft de opname gehandhaafd op de initiële opnamedatum.
§9. Binnen een termijn van 3 maanden, ingaand de dag na deze van de betekening van de beslissing van de beroepsinstantie, kan een zakelijk gerechtigde beroep aantekenen bij de hoger bij de rechtbank van eerste aanleg tegen de beslissing tot opname in het leegstandsregister.
Artikel 6. Schrapping uit het leegstandsregister
§1. Een woning wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een zakelijk gerechtigde bewijst dat de woning gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden aangewend wordt overeenkomstig de functie, zoals omschreven in art 1.
De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie. Het effectief gebruik zal blijken uit de inschrijvingen in de bevolkingsregisters of desgevallend na een onderzoek ter plaatse.
Een gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een zakelijk gerechtigde bewijst dat meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte overeenkomstig de functie, vermeld in artikel 1, aangewend wordt gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden.
De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie. De administratie stelt deze aanwending vast via administratieve data of desgevallend na een onderzoek ter plaatse.
§2. Voor de schrapping uit het leegstandsregister richt de zakelijk gerechtigde een gemotiveerd verzoek aan de administratie via beveiligde zending. Dit verzoek bevat:
* de identiteit en het adres van de indiener;
* de vermelding van het nummer van de administratieve akte en het adres van het gebouw of de woning waarop de vraag tot schrapping betrekking heeft;
* de bewijsstukken overeenkomstig paragraaf 1 die aantonen dat de woning of het gebouw geschrapt mag worden uit het leegstandsregister;
Als datum van het verzoek wordt de datum van de aangetekende verzending gehanteerd.
De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het leegstandsregister en neemt een beslissing binnen een termijn 90 dagen na de ontvangst van het verzoek. De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing met een beveiligde zending.
Tegen de beslissing over het verzoek tot schrapping kan de zakelijk gerechtigde beroep aantekenen volgens de procedure, vermeld in artikel 5.
Artikel 7. Belasting op leegstaande woningen en gebouwen
§1 Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een gemeentebelasting gevestigd op de woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het leegstandsregister.
De definities van woningen, gebouwen, leegstaande woning, leegstaand gebouw en leegstandsregister zijn omschreven in artikel 1.
§2 De belasting voor een leegstaande woning of een leegstaand gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het leegstandsregister.
Zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt, blijft de belasting verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van twaalf maanden verstrijkt.
Artikel 8. Belastingplichtige
§1. De belasting is verschuldigd door de zakelijk gerechtigde over het leegstaande gebouw of de leegstaande woning op de verjaardag van de opnamedatum.
§2. Als een van de zakelijke rechten, vermeld in §1, toebehoren aan meerdere personen, zijn deze de belasting elk verschuldigd in verhouding tot hun aandeel in het zakelijk recht. Zij zijn evenwel hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de gehele belasting.
§3. In geval van overdracht van het zakelijk recht stelt de instrumenterende ambtenaar de verkrijger van het zakelijk recht er voorafgaandelijk van in kennis dat het goed is opgenomen in het leegstandsregister.
De instrumenterende ambtenaar stelt de administratie binnen twee maanden na het verlijden van de authentieke overdrachtsakte in kennis van de overdracht, de datum ervan, en de identiteitsgegevens van de nieuwe zakelijk gerechtigde.
Bij gebrek aan kennisgave van de overdracht geldt de verplichting eveneens ten aanzien van de overdrager van het zakelijk recht die nog steeds als zakelijk gerechtigde wordt beschouwd.
Artikel 9. Tarief van de belasting
Het bedrag van de belasting bedraagt 1.600 euro voor een leegstaande woning of gebouw. Voor een leegstaande kamer bedraagt de belasting 160 euro.
Na de eerste verjaardag van de opnamedatum wordt de belasting telkens verhoogd met 320 euro voor elke bijkomende periode van twaalf opeenvolgende maanden gedurende dewelke de woning in het leegstandsregister is opgenomen, ongeacht wanneer de opname in het leegstandsregister plaatsvond en ongeacht of er vrijstelling is verleend geweest in het verleden.
Bij wijziging van de zakelijke gerechtigde (vb. verkoop van de woning/gebouw) vervallen alle vorige verhogingen en start men terug bij het basisbedrag van de belasting.
Artikel 10. Vrijstellingen
De houder van het zakelijk recht kan een beroep doen op de vrijstellingen vermeld in §1 . Indien hij van een bepaalde vrijstelling gebruik wenst te maken, moet hij zelf de nodige bewijsstukken voorleggen. Een vrijstelling van de belasting kan aangevraagd worden via beveiligde zending bij het college van burgemeester en schepenen.
§1. Van de belasting zijn vrijgesteld:
1° de belastingplichtige die in een erkende ouderenvoorziening verblijft of voor een langdurig verblijf werd opgenomen in een psychiatrische instelling, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt voor een periode van maximaal drie opeenvolgende aanslagjaren. De eerste vrijstelling geldt voor de belasting volgend op de datum van het begin van het verblijf of de opname.
Een attest van verblijf in de ouderenvoorziening of de instelling moet worden voorgelegd.
Als erkende ouderenvoorzieningen worden beschouwd:
Alle andere woonvormen zijn uitgesloten van deze vrijstelling.
2° de belastingplichtige, waarvan de handelingsbekwaamheid beperkt werd ingevolge een gerechtelijke beslissing. Deze vrijstelling geldt slechts gedurende een periode van maximaal drie opeenvolgende aanslagjaren volgend op de datum waarop de handelingsbekwaamheid werd beperkt ingevolge een gerechtelijke beslissing.
3° de belastingplichtige (natuurlijke en rechtspersonen),voor de woning en/of het gebouw dat zij, op het ogenblik van de belasting van het aanslagjaar verschuldigd is, minder dan drie jaar in eigendom hebben. Het bewijs van enige eigendom wordt geleverd aan de hand van een attest afgeleverd door het registratiekantoor van zijn woongebied.
§2. Een vrijstelling wordt verleend indien het gebouw of de woning:
1° gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan;
2° geen voorwerp meer kan uitmaken van een stedenbouwkundige vergunning/omgevingsvergunning omdat een voorlopig of definitief onteigeningsplan is vastgesteld;
3° leeg staat ten gevolge van een plotse ramp, buitengewone schade of overmacht. De belastingsplichtige moet ieder aanslagjaar aantonen dat de overmacht situatie nog steeds geldt.
4° onmogelijk daadwerkelijk kan gebruikt worden, omwille van een verzegeling in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure. Deze vrijstellingsperiode wordt beperkt tot een jaar na het einde van de onmogelijkheid tot daadwerkelijk gebruik.
5° gerenoveerd wordt blijkens een melding of een niet-vervallen stedenbouwkundige vergunning/omgevingsvergunning. Deze omgevingsvergunning/melding moet een grondige renovatie/verbouwing van de woning behelzen.
Deze vrijstelling kan slechts éénmalig aan dezelfde houder van het zakelijk recht worden toegekend en geldt slechts gedurende een periode van max. drie opeenvolgende aanslagjaren vanaf de datum van de uitvoerbaarheid van de vergunning/melding.
Indien de omgevingsvergunning enkel de volledige sloping van de woningen of het gebouw inhoudt, zonder vervangingsbouw, wordt de vrijstelling beperkt tot één jaar.
6° gerenoveerd wordt blijkens niet-vergunningsplichtige handelingen, op voorwaarde dat een renovatienota voorgelegd wordt. Deze renovatie moet een grondige renovatie/verbouwing van de woning behelzen.
Deze vrijstelling kan slechts éénmalig aan dezelfde houder van het zakelijk recht worden toegekend en geldt 3 opeenvolgende aanslagjaren na betekening van de renovatienota aan de administratie. Kan de belastingplichtige facturen voorleggen die dateren van voor de datum van betekening dan kan de gemeentelijke administratie hiermee rekening houden indien het gaat om substantiële werken die de toestand van leegstand verhelpen.
Een renovatienota is een gedateerde en ondertekende nota, die door de administratie wordt goedgekeurd en waarin minstens is opgenomen:
De opgesomde vrijstellingen in punt 5° en 6° zijn niet cumuleerbaar in hoofde van dezelfde zakelijk gerechtigde.
7° Krachtens het decreet van 12 juli 2013 betreffende het onroerend erfgoed is beschermd als monument en waarvoor bij de bevoegde overheid een ontvankelijk verklaard restauratiepremiedossier is ingediend. Deze vrijstelling geld voor een periode van maximaal 3 jaar.
8° Voorwerp is van een zakelijk recht van
Artikel 11. Inkohiering
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 12. Bezwaar
De belastingplichtige kan bezwaar indienen op grond van het decreet dd. 30 mei 2008. Het gemeentebestuur van Kortemark biedt, met toepassing van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, de mogelijkheid aan om bezwaarschriften via elektronische weg in te dienen op het emailadres belastingen@kortemark.be. De indiening van het bezwaarschrift via elektronische weg geldt als uitdrukkelijke instemming van de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger om berichten binnen de bezwaarprocedure via die elektronische weg uit te wisselen.
De Grondwet en dan specifiek artikelen 41,162 en 170§4.
HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALING
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit reglement wordt begrepen onder:
1° Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:
a) een aangetekend schrijven;
b) een afgifte tegen ontvangstbewijs.
c) een elektronische aangetekende zending.
2° Bezwaarinstantie: het College van Burgemeester en Schepenen.
3° Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2, 1° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, zoals vermeld artikel 1.3, §1, 14° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
4° Gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen: het register vermeld in artikel 3, §1 van dit reglement.
5° Heffingsdecreet: het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996.
6° Registerbeheerder: de gemeentelijke administratieve eenheid en/of intergemeentelijke administratieve eenheid die door het gemeentebestuur wordt belast met de opmaak, het beheer en de actualisering van het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
7° Opnamedatum: de datum waarop een woning of een gebouw met toepassing van artikel 4 van dit reglement in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen is opgenomen.
8° Verjaardag: het ogenblik waarop een nieuwe periode van twaalf maanden verstreken is sinds de opnamedatum, zolang de woning of het gebouw niet uit het verwaarlozingsregister is geschrapt.
9° Woning: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande, zoals vermeld in artikel 1.3, §1, 66° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
10° Zakelijk gerechtigde: de houder van één van de volgende zakelijke rechten: a) de volle eigendom, b) het recht van opstal of van erfpacht, c) het vruchtgebruik.
11° Verwaarlozing :
Een woning of gebouw wordt beschouwd als verwaarloosd wanneer het ernstige, zichtbare en storende gebreken of tekenen van verval vertoont aan zichtbare onderdelen zoals:
Belangrijke kenmerken:
HOOFDSTUK 2. REGISTRATIE VAN VERWAARLOOSDE WONINGEN EN GEBOUWEN
Artikel 2. Vaststelling van de verwaarlozing
De door het college van burgemeester en schepenen of de door het beslissingsorgaan van de intergemeentelijke administratieve eenheid met de opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste personeelsleden, stellen de verwaarlozing van een woning of een gebouw vast in een genummerde administratieve akte, aan de hand van het model van technisch verslag dat als bijlage is toegevoegd aan dit reglement. Daarbij geldt een gebrek van categorie I voor één punt, van categorie II voor drie punten, van categorie III voor negen punten en van categorie IV voor achttien punten. Er is sprake van verwaarlozing als de indicaties in dit verslag een eindscore opleveren van minimaal 18 punten. Aan het verslag wordt minstens één foto van de woning of het gebouw toegevoegd.
Artikel 3. Gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen
§1. De registerbeheerder houdt een gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen bij.
In dit register worden minimaal de volgende gegevens opgenomen:
1° het adres van de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw;
2° de kadastrale gegevens van de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw;
3° de identiteit en het adres van alle zakelijk gerechtigden;
4° het nummer en de datum van de administratieve akte;
5° de datum van opname in het register;
6° de toestand van verwaarlozing van de woning of het gebouw, inclusief het technisch verslag;
7° de eventuele ligging binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan;
8° de eventuele voorbereiding van een onteigeningsplan waarbinnen het verwaarloosd gebouw zich situeert.
Artikel 4. Registratie van verwaarloosde woningen en gebouwen
§1. De datum van vaststelling is de datum van het opnameattest en geldt eveneens als opnamedatum in het verwaarlozingsregister.
§2. Een woning die of een gebouw dat opgenomen is in het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen of woningen, kan eveneens worden opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
§3. Een woning die opgenomen is in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen, kan eveneens worden opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
Artikel 5. Kennisgeving van de voorgenomen registratie
Alle zakelijk gerechtigden, zoals bekend bij administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen worden met een beveiligde zending in kennis gesteld van het voornemen om de woning of het gebouw op te nemen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
Deze kennisgeving bevat:
1° de genummerde administratieve akte;
2° het technisch verslag;
3° informatie over de gevolgen van de registratie, inclusief verwijzing naar dit reglement;
4° informatie over de bezwaarprocedure tegen de opname in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen;
5° informatie over de mogelijkheid tot schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
De beveiligde zending wordt gericht aan de woonplaats van de zakelijk gerechtigde(n). Is een woonplaats van een zakelijk gerechtigde niet gekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan zijn verblijfplaats. Is de verblijfplaats van een zakelijk gerechtigde niet gekend, dan vindt de betekening plaats aan het adres van de woning of het gebouw waarop de administratieve akte betrekking heeft.
Artikel 6. Bezwaar tegen de voorgenomen registratie
§1. Tegen het voornemen, om een woning of een gebouw op te nemen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen, vermeld in artikel 5, kan de zakelijk gerechtigde bezwaar indienen bij de bezwaarinstantie.
Op straffe van nietigheid moet het bezwaarschrift:
1° ondertekend en gemotiveerd zijn;
2° met een beveiligde zending worden ingediend;
3° minimaal de volgende gegevens bevatten:
a) de identiteit en het adres van de indiener;
b) de vermelding van het nummer van de administratieve akte;
c) de vermelding van het adres van de woning of het gebouw waarop het bezwaarschrift betrekking heeft;
d) de bewijsstukken die aantonen dat de opname van de woning of het gebouw in het verwaarlozingsregister ten onrechte is gebeurd.
4° worden ingediend binnen een termijn van 30 dagen - deze termijn loopt vanaf de datum van de beveiligde zending.
§2. Als het bezwaarschrift onontvankelijk is, deelt het college van burgemeester en schepenen dit onverwijld mee aan de indiener. Het indienen van een aangepast of nieuw beroep is mogelijk zolang de beroepstermijn van §1 niet verstreken is.
§3. Bij betekening per aangetekend schrijven geldt de datum van verzending als datum van de indiening van het bezwaarschrift. Een laattijdig ingediend bezwaar tegen een voorgenomen registratie wordt behandeld als een verzoek tot schrapping als vermeld in artikel 7.
§4. De vaststelling van de verwaarlozing kan betwist worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed.
§5. Als het bezwaarschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
§6. De bezwaarinstantie stuurt aan de indiener van een bezwaarschrift een ontvangstbevestiging.
§7. De bezwaarinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke bezwaarschriften. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste personeelsleden.
§8. De bezwaarinstantie doet uitspraak over het bezwaar en betekent zijn beslissing met een beveiligde zending aan de indiener ervan, binnen een termijn van orde van negentig dagen, die ingaat de dag na de betekening van het bezwaarschrift.
§9. Wordt het bezwaar ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw niet opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
§10. Tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen over het bezwaar tegen de registratie kan binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van die beslissing een hoger beroep worden ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg. Indien het college geen uitspraak doet over het beroep, of zijn uitspraak niet betekent binnen de termijn vermeld in §6, is een beroep bij de rechtbank van eerste aanleg mogelijk ten vroegste zes maanden na de datum van ontvangst van het beroep bij de gemeente. Artikelen 1385decies en 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing.
Artikel 7. Schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen
§1. De registerbeheerder schrapt een woning of een gebouw uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen wanneer de zakelijk gerechtigde bewijst dat de woning of het gebouw geen indicaties van verwaarlozing meer vertoont die bij quotering in het model van technisch verslag, vermeld in artikel 2, 18 punten of meer zouden opleveren. In geval van sloop moet alle puin opgeruimd zijn. De zakelijk gerechtigde richt hiertoe een schriftelijk verzoek aan de registerbeheerder.
Op straffe van nietigheid moet dit verzoek:
1° ondertekend en gemotiveerd zijn;
2° met een beveiligde zending worden ingediend;
3° minimaal de volgende gegevens bevatten:
a) de identiteit en het adres van de indiener;
b) de vermelding van het adres van de woning of het gebouw waarop het verzoek betrekking heeft.
c) de bewijsstukken overeenkomstig paragraaf 1 die aantonen dat de woning of het gebouw geschrapt mag worden uit het verwaarlozingsregister
Bij betekening per aangetekend schrijven geldt de datum van verzending als datum van de indiening van het verzoek tot schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
§2. De beëindiging van de staat van verwaarlozing kan aangetoond worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed.
§3 Als het verzoek tot schrapping ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
§4. De registerbeheerder stuurt aan de indiener van het verzoek tot schrapping een ontvangstbevestiging.
§5. De registerbeheerder onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke verzoeken tot schrapping. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste personeelsleden.
§6. De registerbeheerder doet uitspraak over het verzoek tot schrapping en betekent zijn beslissing met een beveiligde zending aan de indiener ervan, binnen een termijn van negentig dagen die ingaat de dag na de betekening van verzoek.
Als de kennisgeving vermeld in het eerste lid niet is gebeurd binnen de voorziene termijn, wordt het verzoek tot schrapping geacht te zijn ingewilligd.
§7. Wordt het verzoek ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw geschrapt uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen. De datum van betekening van het verzoek tot schrapping geldt als datum van schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
Artikel 8. Bezwaar tegen weigering tot schrapping
§1. Tegen de beslissing tot weigering van de schrapping van een woning of gebouw uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen kan de zakelijk gerechtigde bezwaar aantekenen bij de bezwaarinstantie. Op straffe van nietigheid moet dit bezwaar: 1° ondertekend en gemotiveerd zijn; 2° met een beveiligde zending worden ingediend; 3° minimaal de volgende gegevens bevatten: a) de identiteit en het adres van de indiener; b) de vermelding van het adres van de woning of het gebouw waarop het verzoek betrekking heeft; c) de weigeringsbeslissing; d) de bewijsstukken overeenkomstig artikel 7, paragraaf 1 die aantonen dat de woning of het gebouw geschrapt mag worden uit het verwaarlozingsregister 4° worden binnen een termijn van 30 dagen die ingaat de dag na de datum van de beveiligde zending.
§2. De beëindiging van de staat van verwaarlozing kan aangetoond worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed;
§3 Als het bezwaarschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
§4. De bezwaarinstantie stuurt aan de indiener van het bezwaar een ontvangstbevestiging.
§5. De bezwaarinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke bezwaren. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste personeelsleden.
§6. De bezwaarinstantie doet uitspraak over het bezwaren en betekent zijn beslissing met een beveiligde zending aan de indiener ervan, binnen een termijn van negentig dagen die ingaat de dag na de betekening van het bezwaarschrift. Als de kennisgeving vermeld in het eerste lid niet is gebeurd binnen de voorziene termijn, wordt het bezwaar geacht te zijn ingewilligd.
§7. Wordt het bezwaar ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw geschrapt uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
§8. Tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen over het bezwaar tegen de registratie kan binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van die beslissing een hoger beroep worden ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg. Indien het college geen uitspraak doet over het beroep, of zijn uitspraak niet betekent binnen de termijn vermeld in §6, is een beroep bij de rechtbank van eerste aanleg mogelijk ten vroegste zes maanden na de datum van ontvangst van het beroep bij de gemeente. Artikelen 1385decies en 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing.
HOOFDSTUK 3. BELASTING OP VERWAARLOOSDE WONINGEN EN GEBOUWEN
Artikel 9. Belastingtermijn en belastbare grondslag
§1. Er wordt voor de jaren 2026 tot en met 2031 een kohierbelasting gevestigd op de woningen en gebouwen die, gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden opgenomen zijn in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
§2. De belasting is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat de woning of het gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden opgenomen is in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
Zolang de woning of het gebouw niet is geschrapt uit dit register, blijft de belasting verschuldigd bij het verstrijken van elke opeenvolgende periode van twaalf maanden.
Artikel 10. Belastingplichtige
§1. De belasting is verschuldigd door de zakelijk gerechtigde op de verwaarloosde woning of het verwaarloosd gebouw op de verjaardag van de opnamedatum.
§2. Als een van de zakelijke rechten, vermeld in §1, toebehoren aan meerdere personen, zijn deze de belasting elk verschuldigd in verhouding tot hun aandeel in het zakelijk recht. Zij zijn evenwel hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de gehele belasting.
Artikel 11. Tarief van de belasting
§1. De belasting bedraagt 2.500 euro voor een woning/gebouw. Per bijkomende verjaardag van de opnamedatum wordt de belasting vermeerderd met 500 euro.
§2. Bij wijziging van de zakelijk gerechtigde (vb. verkoop van de woning/gebouw) vervallen alle vorige verhogingen en start men terug bij het basisbedrag van de belasting.
Artikel 12. Vrijstelling
Een vrijstelling wordt verleend indien de woning/gebouw:
1) gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan;
2) geen voorwerp meer kan uitmaken van een stedenbouwkundige vergunning/omgevingsvergunning omdat een voorlopig of definitief onteigeningsplan is vastgesteld;
3) de belastbare toestand is het gevolg van een plotse ramp, buitengewone schade of overmacht. De belastingsplichtige moet jaarlijks aantonen dat de overmachtssituatie nog steeds geldt.
4) gerenoveerd wordt blijkens een melding of een niet-vervallen stedenbouwkundige vergunning/omgevingsvergunning. Deze omgevingsvergunning/melding moet een grondige renovatie/verbouwing van de woning behelzen.
Deze vrijstelling kan slechts éénmalig aan dezelfde houder van het zakelijk recht worden toegekend en geldt slechts gedurende een periode van max. drie opeenvolgende aanslagjaren vanaf de datum van de uitvoerbaarheid van de vergunning/melding.
Indien de omgevingsvergunning enkel de sloping van de woningen of het gebouw inhoudt, zonder vervangingsbouw, wordt de vrijstelling beperkt tot één jaar.
indien de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw gerenoveerd wordt blijkens niet-vergunningsplichtige handelingen, op voorwaarde dat een renovatienota voorgelegd wordt. Deze vrijstelling kan slechts éénmalig aan dezelfde houder van het zakelijk recht worden toegekend en geldt slechts gedurende een periode van drie jaar. Een renovatienota is een gedateerde en ondertekende nota, die door het college van burgemeester en schepenen wordt goedgekeurd en waarin minstens is opgenomen:
a. een overzicht van de voorgenomen werken
b. een stappenplan waaruit blijkt dat binnen een periode van maximaal drie jaar de verwaarlozing wordt opgelost
c. foto’s van de te renoveren delen van de woning of het gebouw
5) de belastingplichtige (natuurlijke en rechtspersonen), voor de woning en/of het gebouw dat zij, op het ogenblik van de belasting van het aanslagjaar verschuldigd is, minder dan drie jaar in eigendom hebben. Het bewijs van enige eigendom wordt geleverd aan de hand van een attest afgeleverd door het registratiekantoor van zijn woongebied.
6) Onmogelijk daadwerkelijk kan gebruikt worden, omwille van een verzegeling in het kader van een strafrechterlijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure. Deze vrijstelling geldt slechts gedurende een periode van twee jaar volgend op de aanvang van de onmogelijkheid tot daadwerkelijk gebruik.
Artikel 13. Bezwaar
De belastingplichtige kan bezwaar indienen op grond van het decreet dd. 30 mei 2008. Het gemeentebestuur van Kortemark biedt, met toepassing van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, de mogelijkheid aan om bezwaarschriften via elektronische weg in te dienen op het emailadres belastingen@kortemark.be. De indiening van het bezwaarschrift via elektronische weg geldt als uitdrukkelijke instemming van de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger om berichten binnen de bezwaarprocedure via die elektronische weg uit te wisselen.
Enig artikel: De gemeenteraad beslist volgende gemeentebelasting gevestigd op de woningen die opgenomen zijn in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen voor de aanslagjaren 2026-2031, goed te keuren:
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit reglement wordt begrepen onder:
Artikel 2. Belastingtermijn en belastbare grondslag
§1. Er wordt voor aanslagjaren 2026 t.e.m. 2031 een gemeentelijke kohierbelasting gevestigd op de woningen die opgenomen zijn in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen.
§2. De belasting is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat de woning gedurende twaalf opeenvolgende maanden opgenomen is in deze inventaris, of, voor woningen die bij de inwerkingtreding van dit reglement reeds op de inventaris waren opgenomen, bij de eerstvolgende verjaardag van de inventarisatiedatum.
Zolang de woning niet is geschrapt uit deze inventaris, blijft de belasting verschuldigd bij het verstrijken van elke opeenvolgende periode van twaalf maanden.
Artikel 3. Belastingplichtige
§1. De belasting is verschuldigd door de zakelijk gerechtigde van de ongeschikte of onbewoonbare woning op de verjaardag van de inventarisatiedatum.
§2. Als een van de zakelijke rechten, vermeld in §1, toebehoren aan meerdere personen, zijn deze de belasting elk verschuldigd in verhouding tot hun aandeel in het zakelijk recht. Zij zijn evenwel hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de gehele belasting.
Artikel 4. Tarief van de belasting
§1. De belasting bedraagt:
§2 . Bij wijziging van de zakelijke gerechtigde (vb. verkoop van de woning/gebouw) vervallen alle vorige verhogingen en start men terug bij het basisbedrag van de belasting.
Artikel 5. Vrijstelling
§1. Persoonsgebonden vrijstellingen:
Van de belasting zijn vrijgesteld:
§2 Objectgebonden vrijstellingsgronden
Een vrijstelling wordt verleend indien het gebouw of de woning:
Belastbaar voorwerp of belastbaar feit
Artikel 1. De gemeenteraad beslist voor de aanslagjaren 2026-2031 een kohierbelasting te heffen op de tweede verblijven.
Een tweede verblijf is elke private woongelegenheid waarbij er niemand in de bevolkingsregisters is ingeschreven, maar op elk ogenblik voor bewoning kan gebruikt worden. Tweede verblijven zijn landhuizen, bungalows, appartementen, weekendhuisjes, optrekjes en alle andere vaste woongelegenheden die al of niet ingeschreven zijn in de kadastrale legger.
Belastingplichtige
Artikel 2. De belasting is verschuldigd door de natuurlijke- of rechtspersoon die op 1 januari van het aanslagjaar de zakelijk gerechtigde is van het tweede verblijf.
Ingeval van vruchtgebruik, recht van opstal of recht van erfpacht is de belasting verschuldigd door de vruchtgebruiker, de opstalhouder of de erfpachthouder. De eigenaar is hoofdelijk gehouden tot betaling van de belasting.
In geval van onverdeeldheid, is de belasting verschuldigd door de onverdeeldheid. Elk lid van de onverdeeldheid is hoofdelijk gehouden tot betaling van de algehele belasting. Elke persoon in die onverdeeldheid is de belasting hoofdelijk verantwoordelijk. Zijn belastingplicht geldt ook wanneer het tweede verblijf verhuurd wordt of tijdelijk niet gebruikt wordt. Zijn belastingplicht geldt ongeacht het feit of hij al of niet is ingeschreven in de bevolkingsregisters van de gemeente.
Tarief
Artikel 3. De belasting wordt vastgesteld op 975 euro per tweede verblijf. De belasting is ondeelbaar en voor het hele aanslagjaar door de belastingplichtige op 1 januari van het aanslagjaar verschuldigd.
Vrijstellingen
Artikel 4. De belasting is niet verschuldigd voor:
Inwerkingtreding
Artikel 5. Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Artikel 6. Bezwaar
De belastingplichtige kan bezwaar indienen op grond van het decreet dd. 30 mei 2008. Het gemeentebestuur van Kortemark biedt, met toepassing van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, de mogelijkheid aan om bezwaarschriften via elektronische weg in te dienen op het emailadres belastingen@kortemark.be. De indiening van het bezwaarschrift via elektronische weg geldt als uitdrukkelijke instemming van de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger om berichten binnen de bezwaarprocedure via die elektronische weg uit te wisselen.
AANSLAGJAREN EN BELASTBAAR FEIT
Artikel 1. Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een gemeentelijke kohierbelasting gevestigd op de voor de bestemmelingen kosteloze verspreiding aan huis van niet-geadresseerde drukwerken met handelskarakter (publiciteitsbladen en -kaarten, catalogi, kranten welke publiciteit bevatten en niet voorzien zijn van een adres … - deze opsomming is niet limitatief).
BELASTINGSPLICHTIGE
Artikel 2. De belasting is verschuldigd door de fysieke persoon of rechtspersoon die opdracht heeft gegeven om onder diens naam, handelsnaam, logo of embleem het drukwerk of product te verspreiden. Wanneer deze fysieke persoon of rechtspersoon niet gekend is, is de belasting verschuldigd door de persoon die op het drukwerk als verantwoordelijke uitgever wordt vermeld.
TARIEF
Artikel 3. De belasting wordt vastgesteld als volgt:
BEZWAARSCHRIFT
Artikel 4. De belastingplichtige kan bezwaar indienen op grond van het decreet dd. 30 mei 2008. Het gemeentebestuur van Kortemark biedt, met toepassing van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, de mogelijkheid aan om bezwaarschriften via elektronische weg in te dienen op het emailadres belastingen@kortemark.be. De indiening van het bezwaarschrift via elektronische weg geldt als uitdrukkelijke instemming van de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger om berichten binnen de bezwaarprocedure via die elektronische weg uit te wisselen.
AANGIFTEPLICHT
Artikel 5. De belastingplichtige is gehouden uiterlijk 24 uren voorafgaand aan de bedeling aan het gemeentebestuur aangifte doen van de bedeling en de noodzakelijke gegevens ter beschikking stellen. De aangifte moet minstens het aantal bedeelde exemplaren, het gewicht en datum van verspreiding vermelden. Voor de periodieke verspreidingen mag de aangifte bij voorbaat gedaan worden voor een periode van hoogstens 1 jaar.
De aangifte kan gebeuren via post (Gemeentebestuur Kortemark, Stationsstraat 68, 8610 Kortemark), of via het mailadres belastingen@kortemark.be
Bij gebrek aan een aangifte of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte kan de belastingplichtige ambtswege belast worden volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt. Ingeval het aantal verspreide exemplaren niet binnen de voorziene periode wordt meegedeeld, wordt het aantal verspreide exemplaren gelijkgesteld aan het totaal aantal brievenbussen te Kortemark, zoals gekend volgens de gegevens van Bpost op 1 januari van het aanslagjaar. Voor de belasting ambtshalve wordt gevestigd, betekent het college aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting. De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen volgend op de 3de werkdag na datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
Artikel 6. De overeenkomstig artikel 5 ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag gelijk aan de helft verschuldigde belasting. Het bedrag van deze verhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.
INWERKINGTREDING
Artikel 7. Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
De Grondwet en dan specifiek artikelen 41,162 en 170§4.
Het decreet van 30 mei 2008, gewijzigd bij decreet van 3 mei 2024.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017.
De omzendbrief BB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentelijke fiscaliteit.
Bestuursdecreet van 7 december 2018
Artikel 1: De gemeenteraad beslist voor de aanslagjaren 2026-2031 een gemeentelijke kohierbelasting in te voeren op het storten van afvalstoffen op de daartoe vergunde stortplaatsen.
Artikel 2: Voor de afgifte van de afvalstoffen valt de belasting ten laste van degene die de stortplaats voor afvalstoffen exploiteert. De uitbaters van de vergunde stortplaatsen zijn verplicht per kwartaal een aangifte te doen van de aangevoerde tonnages.
Artikel 3: Het belastingtarief bedraagt:
3.1. Bodem-as: 1,65 euro per ton
3.2. Alle overige aangegeven afvalstoffen: 2,80 euro per ton
De tarieven worden jaarlijks geïndexeerd volgens volgende formule: (basistarief x nieuw indexcijfer) / aanvangsindexcijfer.
Artikel 4: De belastingplichtigen, zoals bepaald in artikel 2, zijn ertoe gehouden aangifte te doen van de belastbare elementen op het daartoe bestemd formulier. De aangiften worden vóór de twintigste van de maand die volgt op ieder kwartaal aan de gemeente overgemaakt. Dit betekent dus respectievelijk 20 april, 20 juli, 20 oktober van het aanslagjaar en 20 januari van aanslagjaar+1 voor het vierde kwartaal. Een kopie van de aangifte, bestemd voor OVAM, wordt tevens overgemaakt.
Bij gebrek aan aangifte binnen de gestelde termijn, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige kan de belasting ambtshalve gevestigd worden.
In geval van ambtshalve aanslag wordt de belasting gevestigd op basis van gegevens waarover de belastingheffende overheid beschikt.
Voor de belasting ambtshalve wordt gevestigd, brengt de bevoegde overheid de belastingplichtige met een aangetekende brief op de hoogte van de redenen waarom ze gebruik maakt van deze procedure, de elementen waarop de belasting is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van die elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen volgend op de 3de werkdag na datum van verzending van die kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen. De belasting mag niet worden gevestigd voor die termijn verstreken is.
Artikel 5: De overtredingen op de aangifteverplichting worden vastgesteld door speciaal door het College van Burgemeester en Schepenen beëdigde en aangewezen ambtenaren.
Artikel 6: Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Beslissing gemeenteraad 19 december 2022 waarbij vorig reglement werd goedgekeurd
Algemeen kader retributiereglement 2026-2027-2028 geschetst door Fluvius
Brief actualisering retributiereglement
Verklarende nota Fluvius
Artikel 1 - Algemeen
Er wordt aan de eigenaar van elke nutsvoorziening een retributie aangerekend op de gemeentelijke dienstverlening en het gebruik van het gemeentelijk openbaar domein naar aanleiding van werken aan permanente nutsvoorzieningen op het gemeentelijk openbaar domein, in uitvoering en met toepassing van de Code voor Infrastructuur- en Nutswerken langs gemeentewegen.
Permanente nutsvoorzieningen omvatten:
De retributie is niet verschuldigd indien de werken worden uitgevoerd samen met of onmiddellijk voorafgaand aan wegen- of rioleringswerken uitgevoerd door de stad/gemeente of indien het werken zijn die uitgevoerd worden op verzoek van de stad/gemeente.
Deze retributie sluit elke andere heffing, semi-heffing, of waarborgstelling in het kader van werken aan permanente nutsvoorzieningen door de gemeente uit zowel in hoofde van de distributienetbeheerder als van haar werkmaatschappij en ongeacht of voorgenoemden deze werken uitvoeren in eigen naam, dan wel laten uitvoeren door derden in naam en voor rekening van de distributienetbeheerder of de werkmaatschappij.
Onderhavig retributiereglement gaat in vanaf 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2028.
Artikel 2 - Retributie naar aanleiding van sleufwerken
De retributie naar aanleiding van sleufwerken is verschuldigd per dag en per meter openliggende sleuflengte voor alle sleufwerken. Zij bedraagt per meter sleuflengte voor werken in rijwegen 10,24 euro, voor werken in voetpaden 7,88 euro en voor werken in aardewegen 4,73 euro.
Op deze basisbedragen wordt een indexatie toegepast, naar analogie met de door de VNR goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals jaarlijks gepubliceerd in augustus.
Indexatie gebeurt aan het begin van een nieuwe cyclus van 3 jaar.
Een begonnen dag geldt voor een volledige dag.
Artikel 3 - Retributie voor dringende werken, aansluitingswerken, herstellingen, kleine onderhoudswerken en ter compensatie van diverse heffingen en belastingen
Voor de hinder veroorzaakt door de dringende werken, aansluitingswerken, herstellingen en kleine onderhoudswerken met een sleufoppervlakte van maximum 3m², wordt per kalenderjaar een retributie geheven van 1,00 euro per op het grondgebied van de stad/gemeente aanwezig aansluitingspunt.
Ter compensatie van diverse heffingen en belastingen in hoofde van zowel de distributienetbeheerder als zijn werkmaatschappij wordt een retributie voorzien van 0,50 euro per aanwezig aansluitingspunt op het grondgebied van de stad/gemeente.
Op deze basisbedragen wordt een indexatie toegepast, naar analogie met de door de VNR goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals jaarlijks gepubliceerd in augustus.
Deze retributies zijn verschuldigd vóór het einde van ieder jaar. In dit kader doet iedere nutsmaatschappij vóór 15 december van ieder jaar opgave van het aantal aansluitingspunten op het grondgebied van de stad/gemeente.
Artikel 4 – Inning
De retributie dient te worden betaald binnen de 30 kalenderdagen na toezending van de facturen.
Artikel 5 – Definitief karakter
Dit retributiereglement wordt toegezonden aan de toezichthoudende overheid.
Het retributiereglement wordt overeenkomstig artikel 286 van het Decreet Lokaal Bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.
Artikel 1: Vanaf 1 januari 2026 wordt ten behoeve van het gemeentebestuur een retributie gevestigd op het ophalen en verbranden van afval, composteren, evenementen en diftar op het recyclagepark overeenkomstig het voorstel van MIROM:
| Afvalzakken | 2025 | 2026 | ||
| Grote restafvalzak | €1.70 | €2.80 | zak | |
| Kleine restafvalzak | €0.85 | €1.40 | zak | |
| PMD-zak 60 liter | €0.15 | €0.15 | zak | |
| PMD-zak 120 liter (scholen en verenigingen) | €0.25 | €0.25 | zak | |
| Peukentasjes | €1.00 | €1.00 | stuk | |
| GFT | ||||
| Jaarabonnement gft-container | €33.00 | |||
| Aankoopkost gft-container | €5.00 | container | ||
| Vervangkost gft-container | €0.00 €5.00 €10.00 |
container container container |
Tijdens garantie Na garantie Bij schade |
|
| Vervangen handvaten of deksel | gratis | |||
| Leveringskost gft-container aan huis | €0.00 €5.00 |
container container |
Abonnement Bij vervanging |
|
| Aankoopkost keukenemmer | €4.00 | container | ||
| Aankoopkost gft-zakjes | €3.00 | 25 stuks | ||
| Asbestinzameling aan huis | 2025 | 2026 | ||
| Inzameling in container | €170.00 | €170.00 | container | Incl 2 sets PBM |
| Inzameling in platenzak (eerste plaatzak) | €30.00 | €30.00 | zak | Incl 2 sets PBM |
| Inzameling in platenzak (2e tot 6e plaatzak) | €20.00 | €20.00 | zak | |
| Extra set PBM's (overall, handschoenen, masker) | €10.00 | €10.00 | set | |
| Verloren rit ophaling container | €140.00 | €140.00 | container | |
| Composteren | 2025 | 2026 | ||
| Compostvat (wordt samen met beluchtingsstok verkocht aan €33) | €40.00 | €26.00 | stuk | |
| Beluchtingsstok | €7.00 | €7.00 | stuk | |
| Deksel compostvat | €9.00 | €9.00 | stuk | |
| Schuif compostvat | €6.00 | €6.00 | stuk | |
| Lichaam voor compostvat (zonder bodemplaat) | €18.75 | €18.75 | stuk | |
| Keukenemmer | €6.00 | €6.00 | stuk | |
| Compostbak basismodule | €85.00 | €85.00 | stuk | |
| Compostbak uitbreidingsmodule | €60.00 | €60.00 | stuk | |
| Compostbak wisselstuk HH100 | €10.00 | €10.00 | stuk | |
| Compostbak wisselstuk HP100 | €5.00 | €5.00 | stuk | |
| Compostbak wisselstuk HP 120 | €6.00 | €6.00 | stuk | |
| Compostbak wisselstuk: H-afstandshouder | €1.50 | €1.50 | stuk | |
| Diftar-recyclagepark Badgegebruiker | 2025 | 2026 | ||
| Badges | €10.00 | €10.00 | stuk | |
| AEEA (afgedankte elektrische en elektronische apparaten) | gratis | gratis | ||
| Frituurvet en -olie | gratis | |||
| Hol glas (bokalen, flessen) | gratis | gratis | ||
| KGA (batterijen, motorolie, gevaarlijke producten) | niet aanvaard | niet aanvaard | ||
| Kleine herbruikbare goederen (de kringwinkel) | gratis | |||
| Kurken | gratis | gratis | ||
| Metalen | gratis | gratis | ||
| Papier en karton | gratis | gratis | ||
| PMD (verplicht in PMD-zak) | gratis | gratis | ||
| Textiel | gratis | gratis | ||
| Aarde | €50.00 | €50.00 | ton | |
| Asbestcement | €200.00 | €265.00 | ton | |
| Asbestzak groot | €2.50 | €2.50 | stuk | |
| Asbestzak klein | €1.50 | €1.50 | stuk | |
| Set PBM's (overall, handschoenen, masker) | €10.00 | €10.00 | set | |
| Gipsafval | €145.00 | €145.00 | ton | |
| Harde plastics/PVC | €270.00 | €415.00 | ton | |
| Houtafval | €75.00 | €75.00 | ton | |
| Niet recycleerbaar afval (geen aarde) | €130.00 | €130.00 | ton | |
| Piepschuim los | €135.00 | €35.00 | ton | |
| Piepschuim in 1500L-zakken | €1.35 | €1.00 | zak | |
| Steenpuin | €25.00 | €35.00 | ton | |
| Tuinafval | €50.00 | €50.00 | ton | |
| Zuiver vlak glas (vensterglas) | €55.00 | €55.00 | ton | |
| Brandbaar grof vuil geleverd op diftarpark badgegebruikers | €215.00 | €360.00 | ton | |
| Diftar recyclagepark particulieren | 2025 | 2026 | ||
| Gratis fracties ongeacht hoeveelheid: | ||||
| AEEA (afgedankte elektrische en elektronische apparaten) | gratis | gratis | ||
| Elektrische kabels | gratis | gratis | ||
| Frituurvet en -olie | gratis | gratis | ||
| Hol glas (bokalen, flessen) | gratis | gratis | ||
| KGA (batterijen, motorlie, gevaarlijke producten, ...) | gratis | gratis | ||
| Kleine herbruikbare goederen (de Kringwinkel) | gratis | |||
| Kurken | gratis | gratis | ||
| Metalen | gratis | gratis | ||
| Papier en karton | gratis | gratis | ||
| PMD (verplicht in PMD-zak) | gratis | gratis | ||
| Textiel | gratis | gratis | ||
| TL-lamp | gratis | gratis | ||
| Matrassen | gratis | gratis | ||
| Betalende fracties: te bekijken per gezin en per jaar: | ||||
| Eerste 1000 kg gratis: 1000 tot 2000 kg aan €35 euro per ton: vanaf 2000 kg tarief volgens afvalsoort | ||||
| Aarde | €50.00 | €50.00 | ton | |
| Asbestcement | €200.00 | €265.00 | ton | |
| Asbestzak groot | €2.50 | €2.50 | zak | |
| Asbestzak klein | €1.50 | €1.50 | zak | |
| Set PBM's | €10.00 | €10.00 | set | |
| Gipsafval | €145.00 | €145.00 | ton | |
| Harde plastiics /PVC | €270.00 | €425.00 | ton | |
| Houtafval | €75.00 | €75.00 | ton | |
| Niet recycleerbaar afval (geen aarde) | €130.00 | €130.00 | ton | |
| Piepschuim los | €135.00 | €35.00 | ton | |
| Piepschuim in 1500L-zakken | €1.35 | €1.00 | zak | |
| Steenpuin | €25.00 | €35.00 | ton | |
| Tuinafval | €50.00 | €50.00 | ton | |
| Zuiver vlak glas (vensterglas) | €55.00 | €55.00 | ton | |
| Betalende fractie van de eerste kg: | ||||
| Brandbaar grof vuil geleverd op rp-particulieren | €200.00 | €360.00 | ton | |
| Prijslijst groenafval op aanvraag | ||||
| Groenafval max 7 m³ | €68.00 | €100.00 | per ophaling | |
| Groenafval extra m³ | €10.00 | €15.00 | m³ | |
| Groenafval verloren rit | €17.00 | €140.00 | rit |
Enig artikel: De gemeenteraad keurt volgende lijst van toelagen voor 2026 goed:
| BEDRAG TOELAGE | DETAIL | OMSCHRIJVING | NAAM VERENIGING |
| 80,00 | Alfabetwijk Kouter 2 | ||
| 160,00 | Atletiekclub Z-Runners | ||
| 80,00 | ATV Sports Zarren | ||
| 160,00 | Beweging.Net Kortemark | ||
| 40,00 | Biljart Breughel A | ||
| 40,00 | Biljartclub Carambol 'Krijt Op Tijd" | ||
| 80,00 | Boogschutters Adf Vrijbos | ||
| 1.000,00 | Bosrank Vzw | ||
| 80,00 | Buurtcomité Gouden Hoofdstraat | ||
| 40,00 | Clubhouse Wild Hogs | ||
| 160,00 | CM Kern | ||
| 3.100,00 | Cultuurraad Kortemark | ||
| 40,00 | Dans Saloon Old Kentucky | ||
| 40,00 | Dartsclub Den Optimist | ||
| 80,00 | De Kerkuil NWG | ||
| 40,00 | De Moaten van Robbe | ||
| 80,00 | De Nieuwe Wijk | ||
| 80,00 | De Ruyterhoek Vrienden | ||
| 40,00 | De Steenbakkerij Vrienden | ||
| 200,00 | De Stille Weldoeners | ||
| 60,00 | De Waakvlam | ||
| 120,00 | Dorpsraad Kortemark | ||
| 120,00 | Dorpsraad Zarren | ||
| 40,00 | Fanclub Fietsen Tibo | ||
| 10.000,00 | Dreambeats | ||
| 4.025,00 | Feestcomité Edewalle | ||
| 8.569,00 | Feestcomité Handzame | ||
| 11.820,00 | Feestcomité Kortemark | ||
| 4.975,00 | Feestcomité Werken | ||
| 8.170,00 | Feestcomité Zarren | ||
| 100,00 | Ferm Kinderopvang | ||
| 40,00 | Future4dogs Vzw | ||
| 40,00 | Golfbiljart Breughel Boys A | ||
| 40,00 | Golfbiljartclub Breughelstoters | ||
| 40,00 | Golfbiljartclub de Welkomstoters | ||
| 40,00 | Handsome Cookersclub | ||
| 750,00 | Instituut Voor Medische Dringende Hulpverlening | ||
| 1.200,00 | Jeugdbrandweer Kortemark | ||
| 3.200,00 | Jeugdraad Kortemark | ||
| 40,00 | Kaartersclub Elle Kaarters (Welkomstkaarters) | ||
| 40,00 | Kaartersclub Met De Muil | ||
| 13.000,00 | 5.000,00 | toelage kermiskoers | Koninklijke Wielerclub Hand In Hand |
| 8.000,00 | toelage | Koninklijke Wielerclub Hand In Hand | |
| 1.600,00 | Koninklijke Wielerclub Vriendensport Zarren | ||
| 40,00 | Kortemark Feest | ||
| 1.000,00 | Kortemark Komt Op Tegen Kanker | ||
| 40,00 | Landelijke Gilde Kortemark | ||
| 40,00 | Leefbaar Groot Kortemark | ||
| 500,00 | Milieuraad Kortemark | ||
| 1.600,00 | Mtb Streetrace vzw | ||
| 40,00 | Mx Janssens | ||
| 40,00 | Mx Spruytte Aaron | ||
| 40,00 | Natuurpunt Kern Kortemark | ||
| 880,00 | Neos Groot Kortemark | ||
| 880,00 | Okra Handzame-Edewalle | ||
| 880,00 | Okra Kortemark | ||
| 880,00 | Okra Werken | ||
| 880,00 | Okra Zarren | ||
| 40,00 | Oudercomité De Tweesprong Edewalle | ||
| 40,00 | Oudercomité De Tweesprong Handzame | ||
| 40,00 | Oudercomité Gemeenteschool Kortemark | ||
| 40,00 | Oudercomité Gemeenteschool Zarren | ||
| 40,00 | Oudercomité Kortemark-Elle | ||
| 40,00 | Oudercomité MMI Basisschool | ||
| 1.500,00 | Ouderenadviesraad | ||
| 160,00 | Palliatieve Vzw Kortemark (Thuisbegeleiding) | ||
| 40,00 | Rallyteam Geldhof | ||
| 1.840,00 | Rode Kruis Vlaanderen Afdeling Kortemark | ||
| 40,00 | Rokersclub De Krekezonen | ||
| 880,00 | S Plus Afdeling Kortemark | ||
| 160,00 | Samana Handzame - Edewalle | ||
| 160,00 | Samana Kortemark | ||
| 160,00 | Samana Zarren | ||
| 60,00 | Schaakclub Toren 75 | ||
| 80,00 | Schuddebeurzecomité | ||
| 80,00 | Sfeer In Groot Kortemark | ||
| 2.000,00 | Sportraad Kortemark | ||
| 40,00 | 't Betoostersch Culinair Gezelschap | ||
| 160,00 | 'T Rondpunt | ||
| 1.376,00 | 'T Schoederkloptje Vzw | ||
| 40,00 | The Shadow Darters | ||
| 12.080,00 | 80,00 | jaarlijkse toelage | Unizo Groot-Kortemark |
| 2.000,00 | Kortemark Verwent/Handelsbeurs | Unizo Groot-Kortemark | |
| 10.000,00 | Kortemark Twinkelt | Unizo Groot-Kortemark | |
| 40,00 | Vekor Racing | ||
| 40,00 | Victor Delbarges Peloton | ||
| 880,00 | Vief-Actief | ||
| 40,00 | Vinkenclub De Bogaardvink | ||
| 200,00 | Vissersclub De Statievissers | ||
| 2.400,00 | Vlaams Centrum voor Genealogie en Heraldiek | ||
| 52,00 | Vogelclub De Mereltjes | ||
| 40,00 | Vzw Evangelisch Zendingswerk Vlaanderen | ||
| 1.200,00 | Vzw Greenforward | ||
| 80,00 | Vzw V8 Brothers | ||
| 375,00 | Wiegwijs | ||
| 1.600,00 | Wielerclub Het Vliegend Wiel Werken | ||
| 1.600,00 | Wielerclub Klein maar moedig Edewalle | ||
| 40,00 | Wielerclub Krekedalvrienden | ||
| 1.600,00 | Wielerclub Sport En Nering | ||
| 80,00 | Wijkkermis De Spoorwegvrienden | ||
| 80,00 | Wijkkermis Elle | ||
| 80,00 | Wijkkermis Kruisstraete Kermiscomité | ||
| 40,00 | Wsc Bolle Pret | ||
| 3.050,00 | Wullepitmolen vzw | ||
| 1.250,00 | Zarren - Werken Onderneemt ! |
Artikel 1: De gemeenteraad keurt een gewone dotatie goed van 1.459.024 euro voor de politiezone Polder voor het begrotingsjaar 2026.
Artikel 2: De gemeenteraad beslist om dit besluit digitaal over te maken aan de hogere overheid en aan de politiezone Polder.
Artikel 1. De gemeenteraad beslist om een gemeentelijk vrijwilligerskorps op te richten.
Artikel 2. De gemeenteraad beslist tot aansluiting van het gemeentelijk vrijwilligerskorps bij het vrijwilligerskorpsmodel zoals beschreven in de conceptnota aan de Vlaamse Regering Vlaams burgerlijk weerbaarheidsprogramma ‘vrijwilligerskorpsen’. Binnen dit model krijgt het gemeentelijk vrijwilligerskorps ondersteuning van Rode Kruis-Vlaanderen inzake:
Artikel 3. Het vrijwilligerskorps zal minstens 10 leden en maximaal 80 leden omvatten.
Artikel 4. De gemeenteraad verleent de machtiging om een hulpvraag in de digitale crisistool te lanceren aan de burgemeester en de noodplanningscoördinator.
Artikel 5. De gemeenteraad engageert zich om via de communicatiekanalen van de gemeente de werving van vrijwilligers te ondersteunen.
Enig artikel: De gemeenteraad keurt het nieuwe dienstreglement van de bibliotheek goed. Dit gaat in voege vanaf 1 januari 2026. Alle voorgaande gebruikersreglementen worden door dit reglement opgeheven.
Artikel 1. ALGEMENE BEPALINGEN
1.1 De bibliotheek is een basisvoorziening waar elke inwoner terecht kan met zijn vragen over kennis, cultuur, informatie en ontspanning en bemiddelt actief bij het beantwoorden van deze vragen.
1.2 De bibliotheek is actief inzake cultuurspreiding en cultuurparticipatie en werkt in een geest van objectiviteit en vrij van levensbeschouwelijke, politieke en commerciële invloeden.
1.3 De bibliotheek is voor iedereen vrij toegankelijk en iedereen heeft het recht zich in te schrijven.
1.4 Alle bedragen waarnaar verwezen wordt in onderstaand dienstreglement kan men terugvinden in het huidige retributiereglement waarvoor het college van burgemeester en schepenen gemachtigd is door de gemeenteraad.
1.5 In de bibliotheek is het niet toegestaan te eten.
1.6 Dieren zijn niet toegelaten, uitgezonderd assistentiedieren.
Artikel 2. LIDMAATSCHAP
2.1 De inschrijving is gratis voor leden jonger dan 18 jaar, of voor inwoners van Kortemark in bezit van een MIA-pas. Vanaf de 18de verjaardag betaal je jaarlijks lidgeld.
2.2 Bij inschrijving kan iedereen een gratis lenerspas ontvangen. Leners kunnen er ook voor kiezen om hun e-ID te gebruiken naast/in plaats van een lenerspas.
2.3 Het gebruik van de lenerspas of e-ID is strikt persoonlijk en altijd noodzakelijk bij uitlening.
2.4 Speciale lenerspassen (klaskaarten en collectieve kaarten) zijn gratis en kunnen aangevraagd worden door sociale en pedagogische instellingen zoals leefgroepen, opvanggezinnen en klassen. De uitleentermijnen zijn dezelfde als van de standaard lenerspassen. Met deze kaart kunnen echter meer materialen worden geleend dan met een standaard lenerspas en er geldt ook een andere boeteregeling.
2.5 Voorwaarden voor het gebruik van klaskaarten bij bibliotheek Kortemark:
2.6 Bij verlies van een lenerspas, kan een nieuwe pas aangevraagd worden tegen een vooraf bepaalde vergoeding. Een lener kan ook gratis omschakelen van een lenerspas naar e-ID. Wie zijn lenerspas verliest, meldt dit zo snel mogelijk zodat misbruik van de kaart door derden wordt vermeden.
2.7 Bij inschrijving worden er een aantal persoonsgegevens geregistreerd. De door u verstrekte persoonsgegevens worden door de bibliotheek enkel en alleen voor dit doel verwerkt, in overeenstemming met de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Een meer uitgebreid overzicht van ons beleid op het vlak van verwerking van persoonsgegevens is te vinden op: https://www.kortemark.be/privacy. U kunt via deze link uw persoonsgegevens ook steeds opvragen, ze laten verbeteren, wissen of vragen ze over te dragen.
2.8 Wijzigingen van de persoonsgegevens moeten door de leners onmiddellijk meegedeeld worden aan de bibliotheek.
Artikel 3. HET ONTLENEN VAN MATERIALEN
3.1 Per lidmaatschap kan je gelijktijdig maximaal 20 materialen uitlenen, waarvan max. 10 gedrukte, max. 10 beeld en geluid, max. 2 gezelschapsspelen, max. 5 themaboeken en max. 2 e-readers.
3.2 De standaarduitleentermijn van materialen bedraagt 4 weken en kan éénmalig voor 4 weken verlengd worden, tot maximaal 8 weken. Dit voor zover de materialen niet door een andere lener gereserveerd werden.
3.3 Het uitlenen van alle materialen is kosteloos. Wie een materiaal te laat terugbrengt, betaalt een vooraf vastgelegde boete. Daarnaast kan ook een administratieve kost voor de maningsprocedure aan de gebruiker gerekend worden.
3.4 De uitleningen zijn persoonlijk en de geleende materialen mogen niet verder uitgeleend worden.
3.5 Het uitlenen van materialen uit de collectie voor volwassenen is toegestaan voor leden vanaf 12 jaar.
3.6 Alle leenactiviteiten van lokale materialen verlopen via de zelfuitleenbalies. Als gebruiker van de zelfuitleenbalie ben je verantwoordelijk voor de registraties op je lenerspas (uitlenen, innemen, verlengen, betalen, …). Bij twijfel of vragen kan je steeds een beroep doen op de aanwezige bibliotheekmedewerker.
3.7 Wanneer een bibliotheekbezoeker bij het naar buiten gaan een alarmsignaal veroorzaakt, heeft de bibliotheekmedewerker het recht de oorzaak ervan na te gaan.
3.8 E-readers zijn enkel uitleenbaar aan leners vanaf 18 jaar.
Artikel 4. SCHADE OF VERLIES VAN MATERIALEN
4.1 De lener dient zorg te dragen voor de geleende materialen. Bij verlies of beschadiging wordt een schadevergoeding gevraagd. Het bedrag van de vergoeding bij beschadiging wordt bepaald door de bibliothecaris of het retributiereglement. Bij verlies is het bedrag minstens het aankoopbedrag van het materiaal.
4.2 Bij verlies van een onderdeel van een gezelschapsspel wordt een vergoeding gevraagd per onderdeel. Is het spel onspeelbaar gebleken, dan wordt een vergoeding aangerekend.
4.3 Teruggevonden materialen worden na afhandeling van betaling niet meer teruggenomen door de bibliotheek.
4.4 De bibliotheek kan niet aansprakelijk gesteld worden voor de schade aan de apparatuur van de lener bij gebruik van ontleende bibliotheekmaterialen.
Artikel 5. RESERVERINGEN
5.1 Uitgeleende materialen kunnen gratis gereserveerd worden. Wanneer het materiaal klaarstaat, wordt de lener door de bibliotheek per e-mail of telefonisch verwittigd. De reservatie vervalt twee weken na de verwittiging.
5.2 Materialen die niet tot de lokale collectie behoren, kunnen via het interbibliothecair leenverkeer gereserveerd worden tegen een vergoeding. Per gelukte aanvraag wordt deze vergoeding aan de aanvrager aangerekend, ook wanneer de lener het materiaal niet afhaalt.
Artikel 6. TERUGBRENGEN
6.1 Je brengt de materialen ten laatste op de vervaldatum terug naar de bibliotheek, om boete te vermijden. Zorg dat het terugbrengen van het materiaal juist gebeurt, zodat ze niet op jouw naam uitgeleend blijven.
6.2 Terugbrengen van materialen buiten de openingsuren kan via de inleverbus naast de ingang van de bibliotheek. De lener dient ermee rekening te houden dat de materialen in de inleverbus pas bij eerstvolgend openingsmoment worden ingenomen.
Artikel 7. DE LEESZAAL
7.1 Kranten zijn niet uitleenbaar en kunnen enkel ter plaatse geraadpleegd worden.
7.2 De aanwezige tijdschriften in de leeszaal zijn wel uitleenbaar, met uitzondering van het recentste nummer.
7.3 In de leeszaal wordt rustig gewerkt of gelezen.
Artikel 8. INTERNET EN PC-GEBRUIK
8.1 Er zijn pc’s voor de leners ter beschikking met internetverbinding, kantoortoepassingen, digitale informatiebronnen en Gopress.
8.2 Er is mogelijkheid om af te drukken tegen een vergoeding. Elke pagina waartoe een printopdracht gegeven werd, dient betaald te worden.
8.3 De bibliotheek kan niet verantwoordelijk gesteld worden voor schade aan computerapparatuur van de gebruiker door het overbrengen van informatie uit de computers van de bibliotheek, noch voor verlies van gegevens.
8.4 Er is gratis WIFI aanwezig in de bibliotheek. Bij gebruik van het draadloos netwerk bent u zelf verantwoordelijk voor de veiligheid van uw laptop of mobiele toestellen.
8.5 Het bezoeken van sites die geweld oproepen of de gangbare ethische normen overschrijden, het bezoeken van sites voor illegale doelstellingen en alle gebruik dat storend werkt voor de andere bibliotheekbezoekers is niet toegestaan.
8.6 Het is niet toegestaan het computerbeveiligingssysteem te schenden, apparatuur of software te wijzigen of te beschadigen of apparatuur te verbinden met de pc’s.
8.7 Bij niet-naleving van deze richtlijnen worden sancties genomen naargelang de aard van de inbreuk: het vergoeden van veroorzaakte schade of tijdelijke of definitieve uitsluiting van het gebruik van de aanwezige pc’s. Bij vaststelling van schade aan apparatuur en/of software kan een schadevergoeding aangerekend worden.
Artikel 9. AKKOORDVERKLARING
9.1 Door zich in de bibliotheek in te schrijven, verklaart de gebruiker zich akkoord met dit reglement. Het reglement wordt toegestuurd via een welkomstmail bij inschrijving en is terug te vinden op de bibliotheekwebsite.
9.2 Elke lener of kandidaat-lener kan gratis een afdruk verkrijgen.
9.3 Personen die dit reglement niet naleven of de goede gang van zaken verstoren, kunnen worden uitgesloten van toegang en gebruik van de bibliotheek. Die bevoegdheid berust bij het gemeentebestuur, op voorstel van de bibliothecaris.
9.4 Alle in dit reglement niet voorziene gevallen worden door het college van burgemeester en schepenen geregeld, in overleg met de bibliothecaris.
Het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, art. 125 bis - 125 quaterdecies, zoals gewijzigd door het decreet van 5 april 2019 betreffende het onderwijs XXIX;
Het gemeenteraadsbesluit van 18 mei 2020 over de vorming van de huidige scholengemeenschap;
Artikel 1: De gemeenteraad beslist tot ontbinding van de huidige overeenkomst inzake scholengemeenschap G-8, georganiseerd onder de vorm van een interlokale vereniging, met ingang van 31 augustus 2026.
Artikel 2: De gemeenteraad beslist om een nieuwe scholengemeenschap op te richten voor een periode van zes schooljaren, startend op 1 september 2026.
In 2027 voert zowel het Departement Cultuur, Jeugd en Media (verantwoordelijk voor cultureel erfgoed) als het Agentschap Onroerend Erfgoed wijzigingen door in de regelgeving met implicaties voor de bestaande erfgoedwerking in het noorden van de Westhoek. Vanuit Vlaanderen worden er middelen ter beschikking gesteld om intergemeentelijk samen te werken rond erfgoed.
Artikel 1: De gemeenteraad beslist om deel te nemen aan een geïntegreerde erfgoedwerking voor regio noordelijke Westhoek.
Artikel 2: De gemeenteraad gaat akkoord met een deelname in IOED Hydra voor het werkingsjaar 2026.
Enig artikel: De gemeenteraad gaat akkoord om de volgende engagementsverklaring te ondertekenen.
Met de gemeente Kortemark ondersteunen we het Gebiedsprogramma IJzer- en Handzamevallei en ondertekenen we via deze engagementsverklaring het Valleienpact.
Het Valleienpact is een gezamenlijk engagement van de partners in het Gebiedsprogramma IJzer- en Handzamevallei. Met de ondertekening van dit pact verbinden alle partners zich tot een constructieve en transparante samenwerking, waarvoor onderstaande afspraken de basis vormen:
Samen IJzersterk …
… en klaar voor Actie!
Door de ondertekening van dit Valleienpact verklaren de partners zich akkoord met de bovenstaande afspraken en verbinden zij zich tot een actieve samenwerking binnen het Gebiedsprogramma IJzer- en Handzamevallei.
Artikel 1: De gemeenteraad stelt het ontwerp van gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan De Sneppe, bestaande uit
en bijhorende toelichtingsnota, procesnota en grafisch register van de planbaten voorlopig vast.
Artikel 2: Het ontwerp RUP dient te worden onderworpen aan een openbaar onderzoek.
Artikel 3: Het ontwerp RUP dient na de voorlopige vaststelling onmiddellijk te worden verstuurd naar de deputatie van de provincie, naar het departement en naar de Vlaamse Regering.
De gemeenteraad keurt het huishoudelijk reglement voor de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening (Gecoro) voor de gemeente Kortemark goed als volgt:
Hoofdstuk I – Algemene bepaling
Artikel 1: Onverminderd de voorschriften bepaald in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) en in de uitvoeringsbesluiten ervan, bepaalt dit reglement – huishoudelijk reglement Gecoro gemeente Kortemark geheten – de wijze waarop de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening (Gecoro) haar door of krachtens de VCRO toegewezen bevoegdheden uitoefent.
Artikel 2: Voor de toepassing van dit huishoudelijk reglement wordt verstaan onder:
1° schriftelijk = een schrijven via post, mail of fax.
Hoofdstuk II – Bijeenroepen van de Gecoro
Artikel 3: De Gecoro wordt door de secretaris, namens de voorzitter bijeengeroepen.
Artikel 4: Een vertegenwoordiger van elke politieke fractie in de gemeenteraad wordt uitgenodigd voor iedere vergadering. De uitnodiging gaat ofwel naar een vaste vertegenwoordiger ofwel naar de fractie zelf die zelf bepaalt wie zij afvaardigt om de vergadering bij te wonen. In het laatste geval hoeft de afgevaardigde niet steeds dezelfde persoon te zijn.
Artikel 5: De uitnodiging wordt meegedeeld aan het college van burgemeester en schepenen. Er wordt aangedrongen op de aanwezigheid van de schepen met ruimtelijke ordening onder zijn bevoegdheid.
Artikel 6: De Gecoro vergadert ten minste tweemaal per jaar en zo dikwijls als de zaken die tot zijn bevoegdheid behoren, het vereisen.
Artikel 7: De secretaris moet namens de voorzitter de Gecoro samenroepen binnen vijftien kalenderdagen na het schriftelijk verzoek van de gemeenteraad, het college van burgemeester en schepenen, de gemeentelijk omgevingsambtenaar indien deze verzoekt om een advies over een vergunningsaanvraag en/of planningsprocessen gerelateerd aan de ruimtelijke ordening of wanneer de bijeenroeping door één derde van de leden wordt gevraagd.
Dit laatst vermeld verzoek wordt schriftelijk gericht aan de voorzitter en ingediend bij de secretaris en bevat: naam van de aanvrager(s), het te behandelen dossier, motivering van het verzoek en voorstel van datum, rekening houdend met de termijn vermeld in het eerste lid.
Artikel 8: Behalve in spoedeisende gevallen geschiedt de oproeping van de effectieve leden, vertegenwoordigers van politieke fracties en externe genodigden schriftelijk ten minste zeven kalenderdagen voor de dag van de vergadering. Bij deze termijn van zeven kalenderdagen is de dag van de vergadering inbegrepen, de dag van oproeping niet. De oproeping vermeldt tenminste (1) de vastgestelde plaats, datum en uur, (2) de agendapunten (eventueel met een duidelijk geformuleerde adviesvraag), (3) de lijst van beschikbare documenten met betrekking tot de agendapunten van de vergadering, (4) de eventuele noodzaak tot een voorafgaand plaatsbezoek met opgave van de duidelijke locatie en (5) het verslag van de vorige vergadering indien dit nog niet eerder werd toegestuurd.
Artikel 9: Onder voorbehoud dat zulks door andere wettelijke of reglementaire bepalingen niet is verboden of geregeld, zijn alle stukken die relevant zijn voor de vergadering ter inzage op de dienst Omgeving (gemeentehuis Kortemark, Stationsstraat 68, 1e verdieping) en dat tijdens de openingsuren. Deze stukken worden eveneens voor zover als mogelijk langs elektronische weg of in papieren versie ter beschikking gesteld.
Artikel 10: De voorzitter en de secretaris bereiden de vergaderingen voor en stellen de agenda vast. Zij behandelen tevens de binnengekomen correspondentie.
Artikel 11: Elk lid kan minstens vijf kalenderdagen vóór de vergadering de secretaris verzoeken bepaalde onderwerpen op de agenda van de eerstvolgende vergadering te plaatsen. Het agendapunt moet vergezeld zijn van een verklarende nota.
Artikel 12: De Gecoro kan op eigen initiatief nog ter zitting agendapunten toevoegen, mits deze vergezeld zijn van een toelichtingsnota en twee derde van de aanwezige leden hiermee instemmen.
Hoofdstuk III – Aanwezigheid op de vergadering
Artikel 13: Leden die niet of niet gedurende de hele vergadering aanwezig kunnen zijn, moeten de secretaris hiervan minstens drie dagen voor de vergadering schriftelijk verwittigen. Het lid verwittigt tevens zelf zijn plaatsvervanger en bezorgt hem de nodige documenten. Bij de schriftelijke verwittiging naar de secretaris moet een bewijsstuk toegevoegd worden dat de plaatsvervanger is verwittigd (bv. mail met cc naar secretaris).
Artikel 14: Leden die tijdig verontschuldigen worden als ‘verontschuldigd’ in het verslag opgenomen.
Hoofdstuk IV – De vergadering
Artikel 15: De voorzitter zit de Gecoro voor. Hij opent de vergadering, schorst ze zo nodig en sluit ze.
Indien de goede orde van de vergadering wordt verstoord door de aanwezigen, wordt dit gemeld in de notulen en gaat de voorzitter over tot de schorsing van de vergadering en, zo nodig, tot het sluiten ervan.
Artikel 16: De vergaderingen van de Gecoro zijn besloten.
Onverminderd de wettelijke bepalingen betreffende de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, kan de Gecoro evenwel, bij twee derde van de stemmen van de aanwezige leden, bij het begin van elke vergadering beslissen dat een vergadering geheel of gedeeltelijk openbaar wordt gehouden, waarbij de agendapunten die geheel of gedeeltelijk in openbare vergadering dienen te worden behandeld, uitdrukkelijk worden aangeduid. Onder voorbehoud van het bepaalde in het derde lid, wordt gedurende de vergadering niet meer afgeweken van deze beslissing.
In afwijking van het tweede lid, geschieden de bespreking van dossiers waarbij individuele personen zijn betrokken en het behandelen van bezwaarschriften steeds in besloten vergadering. In voorkomend geval beveelt de voorzitter terstond de behandeling in besloten vergadering.
De besloten vergadering kan slechts plaats vinden na de openbare vergadering. Als tijdens de openbare vergadering blijkt dat overeenkomstig het derde lid de behandeling van een punt in besloten vergadering moet worden voorgezet, dan kan de openbare vergadering enkel met dit doel worden onderbroken.
Artikel 17: De behandeling van een agendapunt bestaat in principe uit vier delen: de toelichting, de bespreking, de beraadslaging en de stemming over het advies.
Artikel 18: De effectieve leden hebben stemrecht. De plaatsvervangers die aanwezig zijn om reden dat een effectief lid de vergadering niet kan bijwonen hebben eveneens stemrecht.
Een lid van de Gecoro dat rechtstreeks belang heeft (hetzij persoonlijk, hetzij als gelastigde) bij het besproken onderwerp of waarbij de echtgenoot, de partner waarmee hij wettelijk samenwoont of bloed- of aanverwanten tot en met de tweede graad een rechtstreeks belang hebben, mag noch de bespreking ervan noch de beraadslaging over het advies van de Gecoro en de stemming ervan bijwonen. Het lid meldt dit voor de vergadering aan de voorzitter of secretaris. Wie uitgesloten wordt van de bespreking, beraadslaging en stemming kan wel, op vraag van de Gecoro, gehoord worden over het punt in kwestie.
De vertegenwoordigers van de politieke fracties in gemeenteraad en, in voorkomend geval, de uitgenodigde instanties of betrokkenen, kunnen de toelichting bijwonen en deelnemen aan een eventuele bespreking van een agendapunt, maar zij mogen de beraadslaging over het advies van de Gecoro en de stemming erover niet bijwonen, tenzij die openbaar worden gehouden.
Artikel 19: Indien de voorzitter oordeelt dat het onderwerp voldoende werd besproken, raadpleegt hij de vergadering over de voortzetting of de sluiting van de bespreking. Na de bespreking kan worden overgegaan tot de beraadslaging en de stemming over het advies.
Artikel 20: De Gecoro kan slechts geldig beslissen wanneer ten minste de helft van de leden aanwezig is. Is dit niet het geval, dan kan de Gecoro op de eerstvolgende vergadering, ongeacht het aantal aanwezige leden geldig beslissen over het reeds voorgelegde onderwerp. Voorwaarde is wel dat de nieuwe vergadering niet binnen de 24 uur na de eerste plaatsvindt. Voor nieuwe agendapunten is opnieuw de aanwezigheid van de meerderheid vereist.
Artikel 21: De Gecoro beslist bij meerderheid van stemmen van de aanwezige leden. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter beslissend.
Artikel 22: De leden van de vergadering stemmen mondeling of door stilzwijgende instemming, waarbij de stilzwijgende instemming het principe is. Wanneer één lid vraagt om mondeling te stemmen, dient deze procedure te worden gevolgd. Bij stilzwijgende instemming vraagt de voorzitter aan de leden of zij zich akkoord kunnen verklaren met het geformuleerde advies. Indien er geen opmerkingen worden gemaakt, wordt het advies beschouwd als zijnde goedgekeurd met eenparigheid van stemmen. Mondeling stemmen de leden of ja, of neen of onthouden ze zich. De voorzitter stemt het laatst. Zodra de stemoperaties met instemming van de Gecoro zijn aangevangen, mogen zij niet meer onderbroken worden door de leden.
De uitslag van de stemming wordt door de voorzitter bekendgemaakt.
Artikel 23: De stemming is geheim indien het gaat om personen of wanneer tenminste een derde van de aanwezigen daarom verzoeken.
Hoofdstuk V – Adviezen
Artikel 24: De door de Gecoro uitgebrachte adviezen worden bezorgd aan het college van burgemeester en schepenen en in voorkomend geval aan de gemeenteraad en/of de adviesvrager. De secretaris brengt de Gecoro op de hoogte van het gevolg dat aan het door de Gecoro uitgebrachte advies werd gegeven en de motivering ervan. Deze informatie wordt op de eerstvolgende vergadering van de Gecoro meegedeeld.
Hoofdstuk VI – De notulen van de vergadering
Artikel 25: De notulen worden opgemaakt door de secretaris en vermelden minimaal:
1° wat de presentie van de leden betreft: de aanwezige Gecoro-leden of hun plaatsvervangers; de verontschuldigde Gecoro-leden of hun plaatsvervangers; de afwezige Gecoro-leden of hun plaatsvervangers; de aanwezige en verontschuldigde leden van de politieke fracties vertegenwoordigd in de gemeenteraad; de aanwezige en verontschuldigde uitgenodigde instanties, personen of betrokkenen;
2° de behandelde agendapunten;
3° een verslag dat de essentie van de bespreking weergeeft en de gebruikte argumenten, alsook de formulering van het advies en in voorkomend geval de beknopte weergave van de minderheidsstandpunten;
4° in voorkomend geval, de documenten die ter zitting werden bedeeld en goedgekeurde agendapunten voor de volgende vergadering van de Gecoro.
Artikel 26: Het verslag wordt uiterlijk binnen de 14 kalenderdagen na de vergadering schriftelijk toegestuurd aan de effectieve leden, de eventuele plaatsvervangers en vertegenwoordigers van de politieke fracties.
Het verslag wordt schriftelijk doorgestuurd en eventuele opmerkingen dienen schriftelijk te worden gemeld binnen de 7 kalenderdagen, zoniet wordt het verslag beschouwd als zijnde goedgekeurd.
Artikel 27: Elk lid en elke vertegenwoordiger van een politieke fractie in de gemeenteraad, hebben het recht om staande de eerstvolgende vergadering na het bezorgen van de notulen, opmerkingen te maken over de redactie van de notulen. Worden de opmerkingen aangenomen door de meerderheid van de aanwezige leden, dan worden deze in de volgende notulen vermeld.
Artikel 28: Een afschrift van de goedgekeurde notulen wordt meegedeeld aan de leden en hun plaatsvervangers, de politieke fracties in de gemeenteraad en het college van burgemeester en schepenen.
De secretaris staat in voor de bewaring van de notulen.
Hoofdstuk VII – Briefwisseling
Artikel 29: Alle briefwisseling wordt rechtsgeldig ondertekend door de voorzitter en de secretaris van de Gecoro.
Met uitzondering van de ondertekening van het advies, de goedgekeurde wijzigingen aan het huishoudelijk reglement en de notulen, mag de voorzitter delegatie van handtekening verlenen aan de secretaris.
Hoofdstuk VIII – Presentielijst en -gelden, afwezigheid en ontslag
Artikel 30: Aan alle effectieve leden en de secretaris, en bij afwezigheid hun plaatsvervangers, worden presentiegelden toegekend zoals vastgelegd door de gemeenteraad. Deze vergoedingen komen ten laste van de werkingsmiddelen die de gemeenteraad, overeenkomstig de VCRO aan de Gecoro ter beschikking stelt.
Artikel 31: De leden die aan de commissievergadering deelnemen zijn gehouden de aanwezigheidslijst te ondertekenen. Alsdan wordt hen een presentiegeld en reis- en verblijfsvergoeding toegekend.
Artikel 32: Men heeft enkel recht op presentiegeld bij volledige aanwezigheid van de vergadering van begin tot einde.
Artikel 33: Elk lid of plaatsvervanger dat zonder verantwoording driemaal achtereenvolgens afwezig is of zes opeenvolgende vergaderingen niet aanwezig is, zelfs met verantwoording, is ambtshalve ontslagnemend. De voorzitter brengt de betrokkene daarvan schriftelijk op de hoogte. Van het einde van het lidmaatschap wordt dan door de secretaris melding gemaakt op de eerstvolgende vergadering.
Artikel 34: Bij ontslag op eigen initiatief van een lid van de Gecoro, dient deze de voorzitter hiervan schriftelijk op de hoogte te brengen. De voorzitter brengt bij de eerstvolgende vergadering de andere leden van de Gecoro hiervan op de hoogte.
Artikel 35: Bij ontslag van een lid van de Gecoro, wordt zijn/haar plaatsvervanger ambtshalve aangesteld als effectief lid. De voorzitter brengt de betrokkene hiervan schriftelijk op de hoogte en licht bij de eerstvolgende vergadering de andere leden van de Gecoro in.
Artikel 36: Wanneer er op één of meerdere plaatsen van effectieve leden en/of plaatsvervangers geen personen benoemd zijn, dan neemt de voorzitter in overleg met de vaste secretaris, het initiatief om nieuwe kandidaten aan te trekken. Op basis van deze kandidaturen worden de leden en plaatsvervangers benoemd door de gemeenteraad.
Hoofdstuk IX – Werkingsmiddelen
Artikel 37: Aan de Gecoro wordt een bedrag als werkingsmiddelen toegekend overeenkomstig de VCRO. De presentiegelden toegekend aan de leden en/of hun plaatsvervangers komen eveneens ten laste van de werkingsmiddelen.
De gemeente biedt de Gecoro ondersteuning die nodig is om een normale werking uit te bouwen.
Artikel 38: De secretaris is tevens penningmeester en beheert samen met de voorzitter de rekening van de Gecoro.
Artikel 39: De secretaris brengt over het beheer van de werkingsmiddelen jaarlijks verslag uit aan de gemeenteraad en aan de overige leden van de Gecoro. Het verslag heeft betrekking op het afgelopen kalenderjaar en wordt uitgebracht voor 1 april van het daaropvolgende jaar. Het college van burgemeester en schepenen kan de secretaris ook om een tussentijds verslag verzoeken. Het tussentijds verslag wordt uitgebracht binnen één maand na het verzoek.
Hoofdstuk X – Contracten met externe deskundigen
Artikel 40: De Gecoro kan bij het behandelen van bepaalde agendapunten tot het besluit komen dat bijkomend onderzoek vereist is. Bij goedkeuring door twee derde van de aanwezige leden, kan de Gecoro beslissen om voor dit bijkomend onderzoek externe deskundigen aan te stellen en te vergoeden met eigen werkingsmiddelen, rekening houdende met de werkingsmiddelen die haar ter beschikking gesteld zijn door de gemeenteraad. Ze zal dit ter kennis brengen aan de gemeenteraad of het college van burgemeester en schepenen, met een motivatie voor het bijkomende onderzoek en een duidelijke afbakening van de opdracht.
Hoofdstuk XI – Interne werkgroepen
Artikel 41: Voor de behandeling van specifieke vraagstukken of thema’s kunnen binnen de Gecoro interne werkgroepen opgericht worden ter voorbereiding van de vergaderingen van de Gecoro.
Hoofdstuk XII – Deontologie
Artikel 42: Elk lid van de Gecoro gaat op een verantwoorde manier om met de verkregen vertrouwelijke informatie. Het is in deze zin verboden de verkregen informatie te vermenigvuldigen of openbaar te maken. Vastgestelde inbreuken hierop betekenen het ambtshalve ontslag van de leden.
Hoofdstuk XIII – Wijziging van het reglement
Artikel 43: De commissie neemt haar huishoudelijk reglement met eenparigheid van stemmen aan. Het kan ook slechts met eenparigheid van stemmen gewijzigd worden.
De weg is geasfalteerd en er is elektriciteit aanwezig. Perceel is ten kadaster gekend onder nummer 32011_C_0177_C_002_00 met een oppervlakte van 312 m².
1. De beoogde inrit tussen de vermelde huizen is gekend in het rijksregister als “Jan Mioenstraat” en (deels) in de atlas der buurtwegen gekend als “sentier 58”.
2. Dit perceel van het OCMW is wel geasfalteerd en er werden elektriciteitspalen geplaatst.
De gemeenteraad die op eigen initiatief of op grond van een verzoekschrift vaststelt dat een grondstrook gedurende de voorbije dertig jaar door het publiek gebruikt werd, belast het college van burgemeester en schepenen met de opmaak van een rooilijnplan, en met de vrijwaring en het beheer van de weg overeenkomstig de in dit decreet opgenomen instrumenten en handhavingsbevoegdheden.
De vaststelling door de gemeenteraad van een dertigjarig gebruik door het publiek heeft van rechtswege de vestiging van een publiek recht van doorgang tot gevolg.
Als de gemeente met betrekking tot een grondstrook al dertig jaar bezitshandelingen heeft gesteld waaruit de wil van de gemeente om eigenaar te worden van de wegbedding duidelijk tot uiting komt, dan is de gemeenteraad ertoe gerechtigd om de grondstrook zonder financiële vergoeding op te nemen in het openbaar domein, zonder toepassing van artikel 28.
Voor de toepassing van het eerste lid worden onder meer het aanbrengen van een duurzame wegverharding als bezitshandelingen beschouwd.
Artikel 1: De gemeenteraad beslist op basis van het voorliggende bewijsmateriaal de omschreven weg te erkennen als gemeenteweg, met de vestiging van een publieke erfdienstbaarheid van doorgang tot gevolg, volgens art. 13, §2 van het Decreet houdende de Gemeentewegen van 3 mei 2019.
Artikel 2: De gemeenteraad beslist het college van burgemeester en schepenen te belasten met de opmaak van een gemeentelijk rooilijnplan voor de weg in kwestie, eveneens volgens art. 13, §2 van het Decreet houdende de Gemeentewegen van 3 mei 2019.
Artikel 3: Op grond van de gestelde bezitsdaden oordeelt de gemeenteraad bovendien om de zate van de weg later op te nemen “om niet” in het gemeentelijk openbaar domein (affectatie) via een notariële akte, volgens art. 13, §5 van het Decreet houdende de Gemeentewegen van 3 mei 2019.
Artikel 1: De gemeenteraad keurt de akte goed inzake kosteloze verwerving van een weg op en met grond, gelegen te Kortemark, deelgemeente Handzame, aan de Sacramentstraat, kadastraal gekend sectie C, nummer 697N, voor een grootte van zeventien are negenentachtig centiare (17a 89ca), volgens de notariële akte van “Kint-Maertens-Vandermeersch", geassocieerd notarissen BruSta.
Artikel 2: De voormelde goederen die in het bezit komen van het gemeentebestuur worden aanstonds en zonder verwijl ingelijfd (geaffecteerd) bij het openbaar domein van de gemeente Kortemark.
Artikel 3: Het gemeentebestuur verleent de algemene administratie van de patrimoniumdocumentatie ontslag van de verplichting ambtshalve inschrijving te nemen bij de overschrijving van de akte.
Artikel 4: Een eensluidend verklaard uittreksel van onderhavige beslissing zal aan de authentieke akte aangehecht blijven.
Artikel 1: De gemeenteraad stelt vast dat er geen bezwaren werden ontvangen en stelt aansluitend het rooilijnplan definitief vast.
Artikel 2: De gemeenteraad gaat akkoord om de rooilijn langs de gemeenteweg Werkenstraat te Kortemark (weg naar woningen met nr. 81, 81a, 83, 85 en 87) te plaatsen zoals aangeduid op het ontwerp rooilijnplan, met het oog op de realisatie van het project.
Artikel 3: De gemeenteraad stelde reeds vast dat er met betrekking tot een grondstrook al dertig jaar bezitshandelingen werden gesteld waaruit de wil van de gemeente om eigenaar te worden van de wegbedding duidelijk tot uiting komt, met als gevolg is de gemeenteraad ertoe gerechtigd om de grondstrook zonder financiële vergoeding op te nemen in het openbaar domein, zonder toepassing van artikel 28 van het gemeentewegendecreet.
Artikel 4: De gemeenteraad beslist het college te gelasten met de uitvoering van dit besluit overeenkomstig art. 18 en 19 van het Decreet houdende de Gemeentewegen van 3 mei 2019, en behoudens administratief beroep, met de realisatie van de (gewijzigde) gemeenteweg conform het aangehaalde decreet.
Artikel 5: Deze beslissing wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 18 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen. Het rooilijnplan wordt samen met het besluit van de gemeenteraad tot definitieve vaststelling van het gemeentelijk rooilijnplan onmiddellijk met een beveiligde zending bezorgd aan het departement Mobiliteit en Openbare Werken en aan de deputatie van de provincie West-Vlaanderen.
Artikel 6: Tegen deze beslissing kan binnen een termijn van 30 dagen een opschortend administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Overheid, overeenkomstig art. 24 en 25 van het Decreet houdende de Gemeentewegen van 3 mei 2019.
Artikel 7: De nodige notariële akte(n) inzake verwerving nieuw tracé maken het voorwerp uit van een afzonderlijk dossier en deze worden ten gepaste tijde opgestart en finaal aan en in de gemeenteraad voorgelegd ter goedkeuring.
| Capakey |
Afdeling |
PerceelsNr |
Partitie |
Ligging |
Aard |
Oppervlakte |
| 32011C0395/00T000 |
01 |
C 395 T |
P0000 |
Stationsstraat |
TUIN |
402,6 |
| 32011C0395/00V000 |
01 |
C 395 V |
P0000 |
Stationsstraat |
TUIN |
4776,2 |
| 32011C0397/02B000 |
01 |
C 397/02B |
P0001 |
Stationsstraat 72 |
HUIS |
330,6 |
| 32011C0397/02D000 |
01 |
C 397/02D |
P0001 |
Stationsstraat 72 |
WERKPLAATS |
4760 |
| 32011C0443/00G000 |
01 |
C 443 G |
P0000 |
Stationsstraat 68 |
GEMEENTEHUIS |
1698 |
Artikel 1: De volgende goederen, gelegen achter het gemeentehuis te Kortemark, worden opgenomen als publieke domeingoederen.
| Capakey |
Afdeling |
PerceelsNr |
Partitie |
Ligging |
Aard |
Oppervlakte |
| 32011C0395/00T000 |
01 |
C 395 T |
P0000 |
Stationsstraat |
TUIN |
402,6 |
| 32011C0395/00V000 |
01 |
C 395 V |
P0000 |
Stationsstraat |
TUIN |
4776,2 |
| 32011C0397/02B000 |
01 |
C 397/02B |
P0001 |
Stationsstraat 72 |
HUIS |
330,6 |
| 32011C0397/02D000 |
01 |
C 397/02D |
P0001 |
Stationsstraat 72 |
WERKPLAATS |
4760 |
| 32011C0443/00G000 |
01 |
C 443 G |
P0000 |
Stationsstraat 68 |
GEMEENTEHUIS |
1698 |
Artikel 2: Gezien het Rekenhof vragende partij is om affectaties op te nemen in een authentieke akte (o.a. voor tegenstelbaarheid aan derden), wordt hiertoe de nodige akte opgevraagd aan de dienst Vastgoedtransacties van de Vlaamse Gemeenschap.
Indien die afdeling deze akte niet uitwerkt, rest ons tot slot de opdracht te laten uitvoeren door de plaatselijke notaris (notaris Hebbelinck).
Artikel 3: Het gemeentebestuur verleent de algemene administratie van de patrimoniumdocumentatie ontslag van de verplichting ambtshalve inschrijving te nemen bij de overschrijving van de akte.
Artikel 4: Ter uitvoering van onderhavige beslissing en voor zover de voormelde afdeling vastgoedtransacties de akte gaat verlijden, wordt de gemeente Kortemark met administratieve zetel te Stationsstraat 68, 8610 Kortemark, ondernemingsnummer 0207532488 in dit dossier en bij het verlijden van de authentieke nodige gerelateerde akte vertegenwoordigd door de instrumenterende ambtenaar, zijnde de Vlaamse commissaris bij de afdeling Vastgoedtransacties, krachtens:
Artikel 5: Een eensluidend verklaard uittreksel van onderhavige beslissing zal aan de authentieke akte gehecht blijven.
Artikel 6: De geregistreerde en overgeschreven akte wordt naderhand aan de gemeenteraad overlegd ter kennisgeving.
Voordracht voorzitter
De gemeenteraad gaat over bij geheime stemming tot de aanstelling van een voorzitter van het samenwerkingsverband BOA.
22 raadsleden nemen aan de stemming deel.
22 stembriefjes worden in de stembus gevonden.
De oplezing van de stembriefjes levert volgend resultaat op:
22 ja-stemmen op naam van Emanuel Joye, 0 neen-stemmen, 0 onthoudingen en 0 blanco stemmen.
Emanuel Joye heeft de volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen bekomen.
De gemeenteraad gaat over bij geheime stemming tot de aanstelling van een voorzitter van het samenwerkingsverband BOA.
22 raadsleden nemen aan de stemming deel.
22 stembriefjes worden in de stembus gevonden.
De oplezing van de stembriefjes levert volgend resultaat op:
22 ja-stemmen op naam van Emanuel Joye, 0 neen-stemmen, 0 onthoudingen en 0 blanco stemmen.
Emanuel Joye heeft de volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen bekomen.
Artikel 1: De gemeenteraad keurt de oprichting van een samenwerkingsverband buitenschoolse opvang en activiteiten goed.
Artikel 2: De gemeenteraad keurt onderstaand reglement voor het samenwerkingsverband buitenschoolse opvang en activiteiten, met inwerkingtreding per 1 december 2025, goed:
Reglement samenwerkingsverband buitenschoolse opvang en activiteiten in het kader van het BOA-decreet.
1. Doel
Art. 1: Het samenwerkingsverband is het structureel overlegplatform van en voor alle betrokkenen bij buitenschoolse activiteiten van kleuters en lagere schoolkinderen in Kortemark. Onder “buitenschoolse activiteiten” verstaan we opvang en vrijetijdsactiviteiten.
Art. 2: Het lokaal bestuur neemt het initiatief en organiseert dit samenwerkingsverband.
2. Opdracht
De opdracht vloeit voort uit het Vlaams decreet houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten”, goedgekeurd op 3 mei 2019.
Art. 3: Zoals bepaald in het “Decreet houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten” neemt het lokaal bestuur de regie op van buitenschoolse opvang en activiteiten en vervult daartoe de volgende opdrachten:
1) ontwikkelen van een lokaal beleid dat rekening houdt met de doelstellingen van het decreet en dat deel uitmaakt van de (lokale) meerjarenplanning;
2) op een doorzichtige en neutrale manier beslissen over de besteding en de verdeling van de beschikbare financiële, personele, logistieke en infrastructurele middelen.
Art. 4: Centrale doelstelling is een toegankelijk, geïntegreerd kwalitatief buitenschools aanbod voor alle kinderen in de gemeente. Het lokaal bestuur neemt hierbij het initiatief voor het opstarten en organiseren van een lokaal samenwerkingsverband.
Art. 5: Het lokaal samenwerkingsverband heeft de volgende opdrachten, zoals vermeld in artikel 9 van het decreet:
1) niet-bindend adviseren, op vrijwillige basis, van het lokaal bestuur over de uitvoering van haar opdrachten inzake buitenschoolse opvang en activiteiten en de meerjarenplanning.
2) ontwikkelen van gezamenlijke operationele doelstellingen en het coördineren van acties binnen de beschikbare middelen.
Art. 6: Het lokaal samenwerkingsverband realiseert de opdrachten in samenspraak met andere actoren die relevant zijn voor buitenschoolse activiteiten en stimuleert het gebruik van het Nederlands als verbindende taal, hierbij verwijzend naar de Memorie van Toelichting dat buitenschoolse activiteiten kunnen bijdragen aan de taalontwikkeling van het kind, waaronder de verwerving van de Nederlandse taal, en aan het voorkomen van taalachterstand bij kwetsbare of anderstalige gezinnen.
3. Samenstelling
Art. 7: Het lokaal samenwerkingsverband is divers samengesteld en bestaat uit een vertegenwoordiging van alle actoren die relevant zijn voor buitenschoolse activiteiten: organisatoren, ondersteuners en toeleiders van buitenschoolse opvang en activiteiten voor kleuters en lagere schoolkinderen en belangenorganisaties van de doelgroepen en gezinnen.
Art. 8: Het samenwerkingsverband is samengesteld uit afgevaardigden van volgende organisaties, diensten of groepen, actief in Kortemark:
1) Organisatoren van buitenschoolse opvang in Kortemark met opvang van schoolkinderen als hoofdopdracht
2) Organisatoren van buitenschoolse vrijetijdsactiviteiten voor kleuters en lagere schoolkinderen
3) Basisscholen uit Kortemark
4) Deeltijds kunstonderwijs
5) Jeugddienst Kortemark
6) Sportdienst Kortemark
7) Dienst cultuur Kortemark
8) Huis van het Kind Kortemark
9) Sociaal Huis Kortemark
10) Organisaties die de kansengroepen vertegenwoordigen
11) Organisaties die gezinnen kunnen vertegenwoordigen
12) Organisaties die kinderen kunnen vertegenwoordigen
13) Schepen(-en) bevoegd voor jeugd, onderwijs en buitenschoolse kinderopvang
Art. 9: De concrete samenstelling van het samenwerkingsverband wordt vastgelegd in een nominatieve ledenlijst die jaarlijks bevestigd wordt op de eerste vergadering van het samenwerkingsverband.
4. Interne werking
Art. 10: Het lokaal bestuur, als organisator van het Samenwerkingsverband, draagt een voorzitter voor die deskundig is in het werkveld en neutraal kan optreden.
De voorzitter:
- leidt de bijeenkomsten van samenwerkingsverband in goede banen.
- bereidt de bijeenkomsten mee voor
- bewaakt het overlegproces en de besluitvorming,
- verbindt en zet de lokale actoren aan tot samenwerking, in samenspraak met alle partners en in nauw overleg met het lokaal bestuur.
Art. 11: De coördinator van het Huis van het Kind is door het lokaal bestuur belast met het secretariaat van het samenwerkingsverband.
De secretaris:
- staat samen met de voorzitter in voor de voorbereiding van de bijeenkomsten van het samenwerkingsverband.
- neemt de administratieve en logistieke ondersteuning van de bijeenkomsten op zich: versturen uitnodigingen, opmaken agenda en verslag, de nodige documentatie opmaken en verspreiden.
- bewaakt en coördineert de opvolging van de adviezen en besluiten van het samenwerkingsverband.
Art. 12: Het samenwerkingsverband tracht bij de uitwerking van haar opdrachten tot een consensus te komen. Indien geen consensus kan bekomen worden, kan bij gewone meerderheid beslist worden over een punt. Bij gelijk aantal stemmen beslist de voorzitter.
Art. 13: Om rechtsgeldig advies te kunnen geven, mag maximaal 2/3 van de stemgerechtigde leden van hetzelfde geslacht zijn. Niet-stemgerechtigde leden en plaatsvervangende leden worden niet meegerekend in deze berekening.
Art. 14: Alle leden van het samenwerkingsverband zijn stemgerechtigd, met uitzondering van de secretaris, gemeenteraadsleden, OCMW-raadsleden en leden van het BCSD.
5. Toetreding, ontslag en deelname
Art. 15: De deelname aan het lokaal samenwerkingsverband mag geen voorwaarde zijn voor erkenning of voor financiële, personele, logistieke of infrastructurele ondersteuning van actoren door het lokaal bestuur.
Art. 16: Het samenwerkingsverband is samengesteld uit afgevaardigden van actoren, zoals opgelijst op artikel 8 van het reglement. Deze actoren worden van ambtswege opgenomen in het samenwerkingsverband, hetzij rechtstreeks of via de gemeentelijke website of infoblad uitgenodigd om een afgevaardigde voor te stellen voor het samenwerkingsverband.
Art. 17: Bijkomende vragen van lokale stakeholders voor toetreding tot het samenwerkingsverband gebeuren via schriftelijke vraag aan de voorzitter en worden voor advies voorgelegd op de eerstvolgende samenkomst van het samenwerkingsverband.
Art. 18: Vragen tot ontslag gebeuren via schriftelijke melding aan de voorzitter en worden medegedeeld op de eerstvolgende samenkomst van het samenwerkingsverband.
Art. 19: Deelname aan is vrijwillig en onbezoldigd. Er wordt gestreefd naar een actief engagement van de leden.
Art. 20: Het samenwerkingsverband komt minimaal 2 maal per kalenderjaar samen.
Art. 21: De leden zijn verzekerd tijdens de verplaatsing en de deelname.
6. Engagement van het Lokaal Bestuur en de leden van het samenwerkingsverband
Art. 22: Het lokaal bestuur bepaalt de beleidsdoelstellingen en -acties voor buitenschoolse opvang en activiteiten en laat zich daarbij adviseren door het samenwerkingsverband.
Art. 23: Om het samenwerkingsverband in de gelegenheid te stellen degelijk overleg te organiseren en gefundeerd advies uit te brengen, informeert het lokaal bestuur het samenwerkingsverband over de initiatieven die buitenschoolse activiteiten van kinderen en de lokale actoren aanbelangen. Het samenwerkingsverband kan ambtenaren uitnodigen om toelichting te geven.
Art. 24: Het samenwerkingsverband kan ook op eigen initiatief advies uitbrengen over alle aangelegenheden die kinderen en de lokale actoren in de buitenschoolse activiteiten aanbelangen.
Art. 25: De leden van het samenwerkingsverband engageren zich om samen met het lokaal bestuur te werken aan het realiseren van een geïntegreerd toegankelijk kwalitatief buitenschools aanbod, zoals voorzien in het boa-decreet. De leden zijn ook bereid om tijd te investeren in die samenwerking.
Art. 26: In het samenwerkingsverband wordt daartoe minimaal verwacht dat:
1) de leden van het samenwerkingsverband het lokaal bestuur actief informeren over hun aanbod en werking en op de hoogte houden over wijzigingen hierin;
2) de leden of hun plaatsvervanger op 2/3de van de bijeenkomsten aanwezig zijn.
Art. 27: De leden engageren zich tot een open en constructieve houding en een duidelijke communicatie.
7. Procedure bij vragen of klachten
Art. 28: Vragen rond de werking van het samenwerkingsverband kunnen gericht worden aan de voorzitter van het samenwerkingsverband, die binnen de 14 werkdagen een antwoord formuleert. De vraag en het antwoord worden ter kennisname voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen.
Art. 29: Alle niet in dit reglement voorziene zaken of afwijkingen worden voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen.
8. Overgangsmaatregel:
Art. 30: Voor het jaar 2025 wordt het samenwerkingsverband samengesteld door belanghebbende leden van het Lokaal Overleg Kinderopvang.
Artikel 3: De gemeenteraad draagt Emanuel Joye, afdelingshoofd mens, voor als voorzitter van het samenwerkingsverband BOA.
Artikel 1: De gemeenteraad beslist zijn goedkeuring te verlenen aan de agendapunten van de bijzondere algemene vergadering van 17 december 2025 waarbij een beslissing moet genomen worden.
Artikel 2: De in gemeenteraadszitting van 23 december 2024 aangeduide vertegenwoordigers van de gemeente worden opgedragen hun stemgedrag af te stemmen op de beslissing genomen in dit raadsbesluit en als dusdanig de op de agenda geplaatste agendapunten van de bijzondere algemene vergadering van 17 december 2025 van DVV Westhoek waarvoor een beslissing moet genomen worden, goed te keuren.
Artikel 3: Afschrift van dit besluit wordt digitaal toegestuurd aan DVV Westhoek, Streekhuis Westhoek.
Artikel 1: De gemeenteraad beslist zijn goedkeuring te verlenen aan de agendapunten van de buitengewone algemene vergadering van 16 december 2025 van Mirom waarbij een beslissing moet genomen worden.
Artikel 2: De in gemeenteraadszitting van 23 december 2024 aangeduide vertegenwoordigers van de gemeente, mevrouw Lynn Vermote en mevrouw Jana Hindryckx, respectievelijk vertegenwoordiger en plaatsvervangend vertegenwoordiger van de gemeente, worden opgedragen hun stemgedrag af te stemmen op de beslissing genomen in dit raadsbesluit en als dusdanig de op de agenda geplaatste agendapunten van de buitengewone algemene vergadering van 16 december 2025 van Mirom waarvoor een beslissing moet genomen worden, goed te keuren.
Artikel 3: Afschrift van dit besluit wordt toegestuurd aan Mirom, Oostnieuwkerksesteenweg 121 te 8800 Roeselare.
Enig artikel : De gemeenteraad beslist op verzoek van Mirom Roeselare het politiereglement huishoudelijke afvalstoffen goed te keuren en op te nemen als addendum in deel II van het vigerend reglement gemeentelijke administratieve sancties.
Hoofdstuk 1 – Algemene bepalingen
Artikel 1 – definities
§1. Materialendecreet. Het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van de materiaalkringlopen en afvalstoffen. Dit decreet verankert het duurzaam materialenbeheer in Vlaanderen en implementeert de Europese kaderrichtlijn (EG) 2008/98 voor het beheer van afvalstoffen in Vlaanderen. Met de inwerkingtreding van dit decreet komt het eerdere afvalstoffendecreet van 2 juli 1981 volledig te vervallen;
§2. Vlarema. Het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams Reglement voor het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen. Dit besluit bevat gedetailleerde voorschriften over (bijzondere) afvalstoffen, grondstoffen, selectieve inzameling, vervoer, de registerplicht en de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. Met de inwerkingtreding van dit besluit werd het vroegere Vlarea van 5 december 2003 opgeheven;
§3. Lokaal Materialenplan. Het uitvoeringsplan huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval 2023-2030. Dit plan vormt het nieuw uitvoeringsplan zoals verankerd in het Materialendecreet, en vormt het kader waarbinnen alle betrokken partijen de opgelegde taken uit het Materialendecreet uitvoeren. Het Lokaal Materialenplan geeft ook uitvoering aan art. 28 en art. 29 van de Europese kaderrichtlijn afvalstoffen (EG) 2008/98 als gecombineerd afvalbeheerplan en preventieprogramma;
§4. Huishoudelijke afvalstoffen. Afvalstoffen overeenkomstig de bepalingen van art. 3 17° van het Materialendecreet, gedefinieerd als ‘afvalstoffen die ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en afvalstoffen die daarmee gelijkgesteld worden bij een besluit van de Vlaamse Regering. Cfr. art. 4.1.1 van Vlarema worden straat- en veegvuil, afval van straatvuilnisbakjes in beheer door een gemeente of intergemeentelijk samenwerkingsverband en afval van het opruimen van sluikstorten gelijkgesteld aan huishoudelijke afvalstoffen;
§5. Vergelijkbaar bedrijfsafval. Afvalstoffen overeenkomstig de bepalingen van art. 1.1.1 §2 54° van Vlarema, gedefinieerd als ‘bedrijfsafvalstoffen van vergelijkbare aard, samenstelling én hoeveelheid als huishoudelijke afvalstoffen, die ontstaan ten gevolge van activiteiten die van dezelfde aard zijn als activiteiten van de normale werking van een particuliere huishouding’;
§6. Gelijkaardig bedrijfsafval. Dit zijn dezelfde afvalstoffen als omvat onder ‘vergelijkbaar bedrijfsafval’, maar ze ontstaan bij bedrijven en organisaties in grotere hoeveelheden dan wat in een huishouden kan worden verwacht;
§7. Mirom Roeselare. Opdrachthoudende vereniging beheerst door het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017. Mirom Roeselare is de afvalintercommunale die instaat voor de preventie, inzameling en eindverwerking van het huishoudelijk afval dat geproduceerd wordt in de gemeenten Hooglede, Houthulst, Koekelare, Kortemark, Langemark-Poelkapelle, Lichtervelde, Moorslede, Roeselare, Staden, Torhout, Wingene en Zonnebeke;
§8. Ophaling. De inzameling van restafval, grofvuil en selectieve afvalstoffen volgens de haalmethode waarbij Mirom Roeselare instaat voor de inzameling op de plaats waar de afvalstoffen zijn geproduceerd, inzonderheid door inzameling huis-aan-huis, en in voorkomend geval, in daartoe voorgeschreven of toegelaten recipiënten;
§9. Recipiënten. De objecten die door dit reglement worden voorgeschreven of zijn toegelaten voor de inzameling van restfractie, pmd, gft, papier en karton, glas, textiel, tuinafval, hechtgebonden asbestmateriaal en andere selectieve fracties;
§10. Selectieve inzameling. De inzameling van huishoudelijke afvalstoffen die per soort aan huis of op het recyclagepark worden ingezameld in functie van recyclage:
1° Aarde: zuivere aarde vrij van steenpuin en andere verontreinigingen, en graszoden;
2° AEEA: afgedankte elektrische en elektronische apparatuur, met name apparaten die om naar behoren te werken afhankelijk zijn van elektrische stromen of elektromagnetische velden en apparaten voor het opwekken, overbrengen en meten van die stromen en velden, die bedoeld zijn voor gebruik met een spanning van maximaal 1000 volt bij wisselstroom en 1500 volt bij gelijkstroom en onderworpen zijn aan de aanvaardingsplicht;
3° Elektriciteitskabels: niet meer bruikbare elektriciteitskabels met koperdraad, die niet meer geconnecteerd zijn met een toestel of stekker;
4° Gft: afval van organische oorsprong zoals keukenafval, etensresten, groente- en fruitresten en tuinafval ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en gelijkaardige bedrijfsactiviteit;
5° Gips: witte en groene gipsplaten, gyproc en witte pleister;
6° Harde plastic: alle harde plastic afval vrij van ander materiaal zoals hout, metaal, glasvezel, voedselresten, batterijen… dat geen verpakkingsafval is (pmd);
7° Hechtgebonden asbest: asbest waarvan de vezels in het draagmateriaal verankerd zitten, bv. eterniet, menuiserite, golfplaten, dak- en gevelleien (vlakke, vierhoekige platen met vaak een blauwachtige kleur), gas- water- en rioleringsleidingen, regenpijpen (grijze kleur, vezelige structuur op breukvlakken), vlakke gevelplaten of binnenschotten (al dan niet uitwendig fel gekleurd), bloembakken en schouwen;
8° Hol glas: transparante en gekleurde flessen en bokalen ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en gelijkaardige bedrijfsactiviteit, met uitzondering van vuurvaste voorwerpen, gewapend glas, serreglas, kristal, opaal glas, rookglas, spiegelglas, autoruiten, plexiglas, gloeilampen, spaarlampen, TL-lampen, porselein, aardewerk, beeldbuizen, andere afvalstoffen e.d.;
9° Hout: alle afval bestaande uit behandeld of onbehandeld hout, met uitzondering van snoeihout en boomwortels:
• Onbehandeld hout (A-hout): houtafval dat alleen een mechanische behandeling heeft ondergaan;
• Niet-verontreinigd, behandeld houtafval (B-hout): behandeld houtafval dat niet onder verontreinigd houtafval valt;
10° Niet-recycleerbaar afval: alle niet-brandbare afvalstoffen die niet elders beschreven zijn in deze paragraaf;
11° Kga: klein gevaarlijk afval, waaronder vallen: frituurolie, verven, lakken, vernissen, lijmen, siliconen, kleurstoffen, toners, inkten/inktcartridges, smeeroliën, brandstoffen, antivries, gechloreerde koolwaterstoffen, aromatische koolwaterstoffen, ontvlambare oplosmiddelen, verf- en celluloseverdunners en terpentijn, schoonmaak en onderhoudsmiddelen, bijtende en gefluoreerde schoonmaakmiddelen, ongebruikte of afgedankte chemicaliën (zuren, basen, fotografische vloeistoffen en andere chemische restanten met onbekende samenstelling), pesticiden (incl. schimmelwerende beschermingsmiddelen en curatieve en preventieve houtbeschermingsmiddelen), batterijen en accu’s, metallisch kwik en kwikhoudende afvalstoffen inclusief gasontladingslampen (TL-lampen), brandblusmiddelen, vuurwerk en vuurpijlen, injectienaalden, pennaalden en bloedlancetten, rookdetectors, analoge röntgenfoto’s en nitraatfilms, niet-geperforeerde gasflessen voor éénmalig gebruik en gaspatronen, en technisch lege verpakkingen van kga als hierboven vermeld;
12° Klein herbruikbaar materiaal: huishoudelijke gebruiksvoorwerpen waarvan de eigenaar zich wenst te ontdoen, maar die nog in een goede staat verkeren en bruikbaar zijn;
13° Kurken: alle kurken van drankflessen die gemaakt zijn uit natuurlijke kurk;
14° Matras: producten die bestemd zijn om op te slapen en te rusten, die geschikt zijn voor het gebruik door de mens voor een lange periode, die bestaan uit een sterke hoes, gevuld met kernmaterialen, en die kunnen worden geplaatst op een bestaande ondersteunende bedstructuur, inclusief toppers (een dunne matras die bovenop de normale matras wordt gelegd);
15° Metaal: alle metalen afval, met uitzondering van metalen verpakkingen, AEEA, en metalen die verontreinigd zijn met een gevaarlijk product;
16° Papier en karton: alle dag-, week- en maandbladen, tijdschriften en periodieken, reclamedrukwerk en ander drukwerk, publicaties, telefoon- en faxgidsen, schrijfpapier, kopieerpapier, computerpapier, boeken en papieren of kartonnen verpakkingen, ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en gelijkaardige bedrijfsactiviteit, met uitzondering van geolied papier of karton, papier met een waslaag, carbonpapier, gelaagd papier, vervuild papier, vervuilde papieren of kartonnen verpakkingen, papieren voorwerpen waar kunststof of andere materialen in verwerkt zijn, kaarten met magneetbanden, behangpapier, cement-, meststof- en sproeistofzakken, e.d.;
17° Piepschuim: wit en onbevuild piepschuim, met uitzondering van verpakkingschips en vlees-, vis-, groente- en fruitschaaltjes;
18° Pmd: afval van alle plastic verpakkingen (incl. bloempotten en folies), metalen verpakkingen (incl. kroonkurken en koffiecapsules) en drankkartons bestemd voor gebruik door huishoudens of vergelijkbaar bedrijfsmatig gebruik, met uitzondering van afval afkomstig van klein gevaarlijk afval, en geëxpandeerd polystyreen verpakkingen voor non-food toepassingen;
19° Oude metalen: alle soorten ferro en non-ferro metalen, andere dan deze die behoren tot het pmd, afgedankte elektronische apparaten, afgedankte voertuigen, gasflessen, kga en herbruikbare goederen;
20° Steenpuin: de steenachtige fractie uit bouw- en sloopafval;
21° Textiel: alle herbruikbare, recycleerbare en niet-herbruikbare kledij voor dames, heren en kinderen, lederwaren, schoenen, handtassen, beddengoed, woningtextiel (gordijnen, overgordijnen), tafelkleden, servetten, handdoeken, lompen…, die ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding of gelijkaardige bedrijfsactiviteit;
22° Tuinafval: afval van organische oorsprong dat ontstaat bij normale onderhoudswerken in de tuin van een particuliere huishouding en gelijkaardige bedrijfsactiviteit (bv. snoeihout, grasmaaisel);
23° Vlakglas: vlak glas, zoals glas uit de bouwsector, waaronder venster- en deurglas en glas van gevelelementen, spiegelglas, serreglas… maar niet het gelaagd glas (bv. van voertuigen), loodglas, hittebestendig glas (pyrex, kachelglas…), glas van zonnepanelen;
§11. Restafval. De fractie van de huishoudelijke afvalstoffen en de vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen die niet onder de selectieve inzameling vallen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen:
1° Klein restafval of klein huisvuil: de fractie van het restafval die in het recipiënt voor ophaling aan huis van het restafval kan geborgen worden;
2° Groot restafval, grof vuil of groot huisvuil: grote stukken niet-recycleerbaar, brandbaar afval die ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en die omwille van de omvang, de aard en/of het gewicht niet in het recipiënt voor de huis-aan-huis ophaling kunnen aangeboden worden, en die kunnen buitengeplaatst worden bij de grofvuilinzameling of die in de perscontainer op het recyclagepark aangeboden kunnen worden;
§12. Sluikstorten. Het wegwerpen van om het even welk voorwerp in het kanaal, de waterkolommen, beken, grachten, stadsriolen of slikputten, in open of gesloten gronden, koeren of tuinen. Het achterlaten, opslaan of storten van afvalstoffen op niet-reglementaire plaatsen, op niet-reglementaire tijdstippen of in niet-reglementaire recipiënten;
§13. Alle definities opgenomen in het Materialendecreet, het Vlarema en de bijhorende uitvoeringsbesluiten zijn eveneens van toepassing.
Artikel 2 – gerechtigde inzameling
§1. Alleen de geregistreerde inzamelaars, afvalstoffenhandelaars en -makelaars (IHM), daartoe aangewezen door Mirom Roeselare, zijn gerechtigd om huishoudelijke afvalstoffen te aanvaarden of in te zamelen.
§2. Het is voor iedereen verboden om het even welke huishoudelijke afvalstof af te geven of voor inzameling aan te bieden aan andere geregistreerde inzamelaars, afvalstoffenhandelaars en -makelaars dan deze daartoe aangewezen door Mirom Roeselare.
§3. Het is verboden afvalstoffen, afkomstig van andere gemeenten dan deze van de gemeente waar men zijn domicilie heeft, ter inzameling aan te bieden.
Artikel 3 – verboden afvalstoffen
§1. Onverminderd de bepalingen van dit regelement, is het verboden om volgende voorwerpen mee te geven met om het even welke ophaling van huishoudelijke afvalstoffen:
1° Vloeibare afvalstoffen en afvalwaters;
2° Gasflessen;
3° Munitie en ontplofbare voorwerpen;
4° Grond;
5° Krengen van dieren en slachtafval;
6° Autobanden;
7° Autowrakken;
8° Afbraakmateriaal van gebouwen (met uitzondering van de hout- en metaalfractie bij de ophaling van grofvuil);
9° Kabels en kettingen;
10° Geneesmiddelen;
11° Puin;
12° Toxisch en gevaarlijk afval (incl. risicohoudend medisch afval);
13° Brandende en bijtende afvalstoffen;
14° Bedrijfsafvalstoffen, andere dan vergelijkbaar bedrijfsafval.
§2. Het is verboden om de volgende afvalstoffen aan te bieden bij de selectieve inzameling aan huis:
1° Restafval;
2° Grofvuil;
3° Niet-vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen en gelijkaardige bedrijfsafvalstoffen;
4° Alle zaken opgesomd in art.3 §1;
§3. Het is verboden om volgende afvalstoffen aan te bieden bij de inzameling op het recyclagepark:
1° Huisvuil;
2° Gft;
3° Munitie en ontplofbare voorwerpen;
4° Krengen van dieren en slachtafval;
5° Mest van dieren;
6° Autobanden;
7° Teerhoudend afval;
8° KGA van bedrijven;
§4. Het is verboden om selectieve afvalstoffen zoals opgesomd in art. 1 §10 aan te bieden bij de inzameling van restafval.
§5. De visuele controle op de aanbieding van huishoudelijke afvalstoffen wordt uitgevoerd door het personeel van de gemeente, door Mirom Roeselare, door de inzamelaars, afvalstoffenhandelaars en -makelaars die zijn aangesteld door Mirom Roeselare en door de parkwachters op het recyclagepark (in het geval van inzameling op het recyclagepark). De gemachtigde persoon die de visuele controle uitoefent mag de aangeboden afvalstoffen controleren en de aanbieders wijzen op foutieve aanbiedingen, desnoods weigeren en de nodige richtlijnen verstrekken.
Artikel 4 – aanbieden van afvalstoffen voor ophaling aan huis
§1. De afvalstoffen moeten na 18u00 van de dag voorafgaand aan de ophaling en ten laatste vóór 05u00 van de dag van de ophaling zelf worden buitengeplaatst.
§2. Voor de afvalstoffen waar een herbruikbaar recipiënt voor gebruikt wordt, dient de eigenaar dit recipiënt na ledigen terug binnen te nemen op de dag van de ophaling.
§3. De afvalstoffen worden door de door Mirom Roeselare aangestelde inzamelaars, afvalstoffenhandelaars en -makelaars ingezameld tussen 6u00 en 18u00. Mirom Roeselare kan door omstandigheden afwijkingen toelaten op deze inzameltijden.
§4. De huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen dienen middels het voorgeschreven recipiënt en op de voorgeschreven wijze aangeboden te worden aan de rand van de openbare weg grenzend aan betrokken perceel waar de aanbieder is gevestigd, zonder evenwel het deelnemend verkeer zoals voertuigen, fietsers en voetgangers te hinderen. De aanbieder die afgelegen van de openbare weg of langs wegen, plaatsen of stegen gevestigd is, die niet door de wagens van de ophaaldienst bereikbaar zijn, dient het voorgeschreven recipiënt te plaatsen aan de rand van het dichts bij de openbare weg grenzende perceel, dat wel toegankelijk is. De recipiënten van afvalstoffen dienen vrijstaand en duidelijk zichtbaar aangeboden te worden. Het is verboden de officiële recipiënten in een ander recipiënt (bv. container, vat…) te plaatsen, op een muur, vensterbank… te plaatsen, op te hangen aan een hek, haak… of achter iets te plaatsen zoals een muur of haag.
§5. Verzamelplaatsen van recipiënten van afvalstoffen dienen zoveel mogelijk vermeden te worden, en zijn enkel toegelaten na schriftelijke toestemming van het College van Burgemeester en Schepenen én Mirom Roeselare. Indien zou blijken dat een verzamelplaats in de praktijk voor overlast zorgt (bv. aantrekken van zwerfvuil en sluikstorten), kan het College van Burgemeester en Schepenen deze toelating terug intrekken.
§6. De inwoners die het recipiënt of de afvalstoffen buitenzetten zijn ertoe gehouden alle normale maatregelen te treffen opdat de inhoud ervan niet verspreid wordt. Indien door omstandigheden een opkuis van hiervan afkomstig zwerfvuil noodzakelijk blijkt, is het aan de bewoner dit te doen. Inwoners die gebruik maken van een verzamelplaats zijn gemeenschappelijk verantwoordelijk voor het opruimen van zwerfvuil dat hiervan afkomstig is, en kunnen in voorkomend geval gezamenlijk verantwoordelijk worden gesteld voor alle kosten die gepaard gaan met het ambtshalve opruimen van dit zwerfvuil.
§7. Het is verboden de langs de openbare weg staande recipiënten (incl. glas- en textielcontainers) te openen, geheel of gedeeltelijk te ledigen en/of te doorzoeken, met uitzondering van het bevoegde personeel van de gemeente, Mirom Roeselare of een hogere overheid, in de uitoefening van hun functie.
§8. Afval dat om welke reden dan ook niet werd meegenomen, moet nog dezelfde dag terug binnengehaald worden. Het niet terug binnenhalen van niet-meegenomen afval wordt gelijkgesteld aan sluikstorten. Inwoners die gebruik maken van een goedgekeurde verzamelplaats zijn gemeenschappelijk verantwoordelijk voor het terug binnenhalen van niet-meegenomen recipiënten of afvalstoffen.
Artikel 5 – sorteerstraten
§1. Het College van Burgemeester en Schepenen kan beslissen om een selectie van domicilie-adressen hun afval of een selectie van afvalstoffen te laten verwijderen via een sorteerstraat. Een sorteerstraat is een combinatie van (ondergrondse) afvalcontainers ten behoeve van de inzameling van de fracties restafval, pmd, papier en karton, glas en gft.
§2. De sorteerstraat is alleen toegankelijk met een door de gemeente of Mirom Roeselare ter beschikking gestelde toegangsbadge of eID. Inwoners die door het College zijn toegewezen aan een bepaalde sorteerstraat, mogen hun fracties die worden ingezameld in de sorteerstraat niet meer aanbieden via de reguliere huis-aan-huis inzameling.
§3. Inwoners die door het College niet zijn toegewezen aan een bepaalde sorteerstraat, mogen hun afval niet in deze sorteerstraat deponeren, met uitzondering van de fractie (hol) glas (indien deze fractie aanwezig is op de sorteerstraat).
§4. De sorteerstraten zijn 7 dagen per week beschikbaar. De afvalstoffen mogen enkel aangeboden worden tussen 06u00 en 22u00; glas enkel tussen 08u00 en 20u00.
§5. Het deponeren in de sorteerstraat van andere afvalstoffen dan de aangeduide fracties is verboden. Het is verboden om naast de sorteerstraten afvalstoffen achter te laten (= sluikstorten).
Artikel 6 – verbranden in open lucht
§1. Onverminderd de toepassing van andere wettelijke bepalingen is het verboden om om het even welke afvalstoffen te verbranden, zowel in open lucht als in gebouwen, met uitzondering van:
1° het maken van vuur in open lucht in bos- en natuurgebieden, als beheermaatregel wanneer afvoer of verwerking ter plaatse van het biomassa-afval niet mogelijk is. Die activiteit mag pas plaatsvinden als de gemeentelijke overheid schriftelijke toestemming heeft gegeven of als die activiteit als beheermaatregel is opgenomen in een goedgekeurd beheerplan of vergund door het Agentschap voor Natuur en Bos zoals voorzien in het Bosdecreet en het decreet Natuurbehoud;
2° de verbranding in open lucht van plantaardige afvalstoffen die afkomstig zijn van eigen bedrijfslandbouwkundige werkzaamheden, als afvoer of verwerking ter plaatse van het biomassa-afval niet mogelijk is;
3° de verbranding in open lucht van plantaardige afvalstoffen die afkomstig zijn van het onderhoud van landschapselementen, als afvoer of verwerking ter plaatse van het biomassa-afval niet mogelijk is;
4° de verbranding in open lucht van plantaardige afvalstoffen als dat vanuit fytosanitair oogpunt noodzakelijk is;
5° het verbranden van droog onbehandeld hout bij het maken van een kampvuur;
6° het verbranden van droog onbehandeld hout of een vaste fossiele brandstof in een sfeerverwarmer;
7° het verbranden van dierlijk afval, in overeenstemming met de bepalingen, vermeld in artikel 6 van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 juni 2013 betreffende dierlijke bijproducten en afgewerkte producten. Die activiteit mag pas plaatsvinden met schriftelijke toestemming van de toezichthouder;
8° het verbranden van droog brandbaar materiaal, met uitzondering van afvalstoffen, droog onbehandeld hout en onversierde kerstbomen in het kader van folkloristische evenementen. Die activiteit mag pas plaatsvinden als de gemeentelijke overheid schriftelijke toestemming heeft gegeven en de activiteit op een afstand van meer dan 100 meter van bewoning plaatsvindt;
9° de verbranding in open lucht, met uitzondering van afvalstoffen, in het kader van blusoefeningen, uitgevoerd door de brandweer van een gemeente, regio of bedrijf of door de civiele bescherming.
Artikel 7 – sluikstorten
§1. Het is verboden om te sluikstorten. Bij een overtreding hiervan moet de overtreder overgaan tot onmiddellijke verwijdering. Bij gebreke daarvan gebeurt de verwijdering van overheidswege op kosten van de overtreder en met toepassing van de geldende gemeentelijke reglementering. Indien geen overtreder kan aangeduid worden, kan de burgemeester jegens de eigenaar van het perceel waarop afvalstoffen werden achtergelaten in strijd met dit reglement of met andere wettelijke bepalingen, de onmiddellijke verwijdering hiervan bevelen. Dit bevel wordt per aangetekend schrijven aan de eigenaar overgemaakt. Indien deze weigert de afvalstoffen binnen de week, te rekenen vanaf de ontvangst van het bevel van de burgemeester, te verwijderen, is de gemeente van overheidswege gemachtigd ambtshalve en op kosten van de eigenaar, de betrokken afvalstoffen op te ruimen of te laten opruimen.
Artikel 8 – afval op standplaatsen
§1. De uitbater van een inrichting, zowel permanent (bv. horeca, take away, winkels…) als tijdelijke (bv. markten, kermissen, braderijen…), die tabaksproducten, voedingsmiddelen of dranken verkoopt of aanbiedt die buiten de inrichting onmiddellijk kunnen worden verbruikt, moet op een behoorlijke wijze, voldoende duidelijk zichtbare en goed bereikbare selectieve inzamelrecipiënten voorzien en instaan voor een correcte inzameling, verwijdering en verwerking van het afval.
§2. De afvalstoffen dienen selectief te worden ingezameld in hun respectievelijke inzamelrecipiënten. Deze inzamelrecipiënten dienen voorzien te zijn van een duidelijk leesbaar opschrift dat aangeeft welke afvalstoffen erin gedeponeerd mogen worden. De nodige maatregelen moeten worden genomen zodat de ingezamelde afvalstoffen maximaal worden hergebruikt of gerecycleerd.
§3. De locatie waar de inzamelrecipiënten geplaatst worden en het aantal inzamelrecipiënten, alsook de aard van de in te zamelen afvalstoffen kunnen door de gemeente bepaald worden.
§4. De uitbater moet de inzamelrecipiënten zelf tijdig ledigen en het inzamelrecipiënt, de standplaats en de onmiddellijke omgeving van de inrichting rein houden. De uitbater ruimt minstens elke openingsdag alle afvalstoffen op die afkomstig zijn van de producten die hij verkocht heeft en dit in een straal van 25 meter vanaf de grens van de inrichting.
Artikel 9 – zwerfvuil
§1. Papier, snoepverpakkingen, vruchtenschillen, dozen, blikjes en alle andere dergelijke voorwerpen waarvan het publiek zich onderweg wenst te ontdoen moeten in de daartoe bestemde recipiënten op het openbaar domein (openbare vuilnisbakken) gedeponeerd worden. Indien geen dergelijke recipiënten beschikbaar zijn, is de eigenaar van deze voorwerpen verplicht deze bij te houden en deze bij zich thuis in het voorgeschreven recipiënt te deponeren.
§2. De recipiënten op het openbaar domein mogen niet gebruikt worden om huishoudelijk afval in de deponeren.
Artikel 10 – afval van huisdieren
§1. De eigenaars en houders van huisdieren zijn verplicht te beletten dat de voetpaden en aanpalende huizen, bermen tussen voetpad en rijweg, begraafplaatsen, openbare parken, bossen, tuinen, speelpleinen en andere voor het publiek toegankelijke zones en de fiets- en rijwegen bevuild worden door hun dieren.
§2. Kleine huisdieren mogen zich enkel op de voorziene locaties ontlasten. Indien uitwerpselen terechtkomen op de voornoemde plaatsen, is de eigenaar of houder van het dier verplicht deze uitwerpselen te verwijderen en te deponeren in een straatvuilbak of in een speciaal daarvoor voorzien inzamelrecipiënt of moeten de uitwerpselen voldoende ingepakt meegegeven worden met de gemeentelijke inzameling van huisvuil.
§3. De voormelde verplichtingen ontslaan aangelanden niet van hun eigen verplichtingen om de openbare weg rein te houden.
§4. De begeleiders van kleine huisdieren zijn verplicht steeds een ongebruikt zakje voor het verwijderen van de uitwerpselen van hun dier in bezit te hebben. Het zakje dient op verzoek van de toezichthouder getoond te worden.
§5. De bepalingen van art. 10 §1-§4 zijn niet van toepassing op blindengeleide- en assistentiehonden.
§6. Eigenaars en houders van grote huisdieren zijn verplicht om de uitwerpselen van hun dieren die publiekelijk toegankelijke zones bevuilen, te verwijderen.
Artikel 11 – reclamedrukwerk en gratis pers
§1. Het is voor bedelers van reclamedrukwerk en gratis regionale pers verboden om reclamedrukwerk en gratis regionale pers te bedelen in leegstaande panden, op het recyclagepark of op andere plaatsen dan de brievenbus, tenzij mits toelating van de gemeente.
§2. De gemeente stelt stickers ter beschikking van de inwoners waarop wordt aangegeven dat reclamedrukwerk en/of gratis regionale pers niet gewenst is. Het is verboden reclamedrukwerk te deponeren in een brievenbus met een sticker die aangeeft geen reclamedrukwerk, maar wel gratis pers te ontvangen. Het is verboden reclamedrukwerk en gratis regionale pers te deponeren in een brievenbus met een sticker die aangeeft geen reclamedrukwerk en geen regionale pers te willen ontvangen.
§3. Het is tevens verboden autokaartjes achter te laten op geparkeerde voertuigen.
§4. Indien de gegevens van de bedeler van reclamedrukwerk, gratis regionale pers of autokaartjes niet gekend zijn, dan zal de verantwoordelijke uitgever als aansprakelijke worden weerhouden. Is er geen verantwoordelijke uitgever vermeld, dan is het bedrijf waarvoor reclame wordt gemaakt of de organisator van de activiteit waarvoor reclame wordt gemaakt, aansprakelijk.
Artikel 12 - thuiscomposteren
§1. Het is voor particulieren toegestaan op eigen privéterrein een installatie (compostvat, compostbak, composthoop) aan te leggen voor het composteren van eigen groente-, fruit- en tuinafval. Deze composteerinstallatie mag geen hinder veroorzaken voor de buurtbewoners (bv. geur, ongedierte) of het milieu (bv. ongecontroleerd uitspoelen van compostthee). Het is niet toegestaan in deze particuliere composteerinstallatie gft-afval afkomstig van derden te verwerken.
§2. Wijk- en groepscomposteren met meerdere gezinnen of als organisatie, vereniging, school, instelling… is toegelaten. Indien het composteren gebeurt op een openbaar perceel is een aanvraag bij de gemeente noodzakelijk. Deze composteerinstallatie mag geen hinder veroorzaken voor de buurtbewoners (bv. geur, ongedierte) of het milieu (bv. ongecontroleerd uitspoelen van compostthee). Het is niet toegestaan in deze composteerinstallatie gft-afval afkomstig van andere organisaties te verwerken.
Hoofdstuk 2 – Inzameling van klein huisvuil en de gemengde fractie van het vergelijkbaar bedrijfsafval
Artikel 13 – inzameling
§1. Het klein huisvuil wordt huis-aan-huis ingezameld langs de voor de ophaler toegankelijke straten, wegen en pleinen, op de door het College van Burgemeester en Schepenen bepaalde dagen.
§2. Het klein huisvuil mag niet worden meegegeven met de ophaling van grofvuil of een georganiseerde ophaling anders dan deze van het huisvuil.
§3. Het is verboden voor de verwijdering van het klein huisvuil gebruik te maken van een recyclagepark. Alles wat in een afvalzak past, moet aangeboden worden via de huis-aan-huisinzameling.
Artikel 14 – wijze van aanbieding
§1. Het klein huisvuil moet gescheiden aangeboden worden in een officiële restafvalzak (groot of klein) van Mirom Roeselare zoals deze tegen betaling ter beschikking gesteld worden. De restafvalzak moet op de daartoe voorziene wijze zorgvuldig gesloten worden. De restafvalzak mag geen scheuren, barsten of lekken vertonen. Kapotte of opengescheurde zakken zullen niet worden opgehaald.
§2. Het gewicht van de aangeboden restafvalzak mag niet hoger zijn dan 15 kg. Restafvalzakken met een hoger gewicht zijn niet-reglementair en zullen niet worden meegenomen door de ophaler. De eigenaar is verplicht de niet-reglementaire restafvalzak terug binnen te halen en bij een volgende ophaling op reglementaire manier aan te bieden.
§3. Bedrijven mogen per twee weken niet meer dan 3 grote restafvalzakken vergelijkbaar bedrijfsrestafval aanbieden. Biedt een bedrijf een grotere hoeveelheid aan, dan valt dit niet meer onder de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen en dient het bedrijf een contract af te sluiten met een private inzamelaar.
§4. Het klein huisvuil moet zodanig aangeboden worden, dat er geen risico bestaat voor de veiligheid en gezondheid van de ophalers. Scherpe voorwerpen horen niet huis in de restafvalzak.
Hoofdstuk 3 – Inzameling van groot huisvuil (grofvuil) en tuinafval op aanvraag
Artikel 15 – inzameling
§1. Het groot huisvuil of grofvuil en grote hoeveelheden tuinafval worden op aanvraag en tegen betaling aan huis ingezameld door Mirom Roeselare. Inwoners richten hun aanvraag tot Mirom Roeselare en volgen de door haar vastgelegde reglementering.
§2. Het groot huisvuil mag niet worden meegegeven met de ophaling van klein huisvuil of een georganiseerde ophaling anders dan deze van het grofvuil.
§3. Op de ophaaldag moet de aanvrager of een vervanger op het ophaalpunt aanwezig zijn, of minstens telefonisch bereikbaar zijn.
§4. Groot huisvuil en tuinafval kunnen ook worden aangeboden op het recyclagepark.
§5. Het herbruikbaar groot huisvuil kan worden aangeboden in de kringwinkel waarmee de gemeente een overeenkomst heeft afgesloten.
Artikel 16 – wijze van aanbieding
§1. Het groot huisvuil en grote hoeveelheden tuinafval wordt aangeboden aan de straatzijde op de dag dat Mirom Roeselare met de inwoner heeft afgesproken.
§2. Het groot huisvuil mag niet in afvalzakken, kartonnen dozen of papieren zakken worden aangeboden. Er mag geen los materiaal opgeborgen zijn in de aangeboden stukken.
§3. Het groot huisvuil en tuinafval moet ophaalklaar en bereikbaar zijn voor de ophaaldiensten. De vrachtwagen rijdt niet op privéterrein.
§4. Bij de éénmalige inzameling van grote hoeveelheden tuinafval zijn enkel snoeihout, sparren, boomwortels en struiken toegelaten; aarde, gras en haagscheersel zijn niet toegelaten.
§5. Alle voorwerpen moeten zo worden aangeboden zodat ze geen gevaar kunnen opleveren voor de ophalers.
Hoofdstuk 4 – Selectieve inzameling van pmd (plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankkartons)
Artikel 17 – inzameling
§1. Het pmd-afval wordt huis-aan-huis ingezameld langs de voor de ophaler toegankelijke straten, wegen en pleinen, op de door het College van Burgemeester en Schepenen bepaalde dagen.
§2. Het pmd-afval mag niet worden meegegeven met de ophaling van restafval, het grof vuil, of een andere selectieve inzameling, anders dan deze van lege plasticverpakkingen, metalen verpakkingen en drankkartons.
§3. Het is toegelaten voor de verwijdering van het pmd-afval gebruik te maken van een recyclagepark, op voorwaarde dat dit wordt aangeboden in de officiële pmd-zakken.
Artikel 18 – wijze van aanbieding
§1. Het pmd-afval moet gescheiden aangeboden worden in officiële pmd-zakken. Deze zijn verkrijgbaar bij de verdeelpunten die deze tegen betaling ter beschikking stellen. De pmd-zak moet op de daartoe voorziene wijze zorgvuldig gesloten worden. De pmd-zak mag geen scheuren, barsten of lekken vertonen.
§2. De verschillende fracties van plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankkartons mogen gemengd in de pmd-zak worden aangeboden. Het is verboden om afval, dat niet overeenkomt met de bepalingen voor de selectieve inzameling van pmd, te deponeren in een pmd-zak. Bij twijfel of een afvalstof toegelaten is in de pmd-zak, kan contact worden opgenomen met Mirom Roeselare of Fost Plus.
§3. Het gewicht van de pmd-zak mag niet hoger zijn dan 15 kg. Het is verboden verpakkingen te stapelen of te vullen met andere verpakkingen. Het is verboden om afvalstoffen (bv. bidons) langs de buitenkant van de pmd-zak vast te maken. Het is verboden verpakkingen met een volume groter dan of gelijk aan 8 L in de pmd-zak aan te bieden.
§4. Indien het aangeboden afval – geheel of gedeeltelijk – niet overeenkomt met deze bepalingen, kan de ophaler weigeren de pmd-zak mee te nemen. In zo’n geval zullen de betrokken inwoners op de hoogte gesteld worden van de oorzaak van deze weigering door middel van een sticker gekleefd op de pmd-zak, of door elk ander middel. De om deze reden geweigerde pmd-zakken moeten onverwijld teruggenomen worden door de verantwoordelijke bewoners en mogen tijdens de volgende selectieve inzameling van het pmd-afval opnieuw aangeboden worden nadat de afvalstoffen, die niet aan de bepalingen voldoen, eruit verwijderd werden.
§5. Het pmd-afval moet zodanig aangeboden worden, dat er geen risico bestaat voor de veiligheid en gezondheid van de ophalers.
Hoofdstuk 5 – Selectieve inzameling van papier en karton
Artikel 19 – inzameling
§1. Papier en karton wordt huis-aan-huis ingezameld langs de voor de ophaler toegankelijke straten, wegen en pleinen, op de door het College van Burgemeester en Schepenen bepaalde dagen.
§2. Papier en karton mag niet worden meegegeven met de ophaling van restafval, het grof vuil, of een andere selectieve inzameling, anders dan deze van papier en karton.
§3. Het is toegelaten voor de verwijdering van het papier en karton gebruik te maken van een recyclagepark.
Artikel 20 – wijze van aanbieding
§1. Het papier en karton moet verpakt zijn in een kartonnen doos, papieren zak of samengebonden zijn met natuurtouw. Het is niet toegelaten tape, metaaldraad of plastic touw te gebruiken. Kartonnen dozen moeten in elkaar gevouwen of gescheurd te zijn. Eventuele plastic folies van tijdschriften, reclamebladen of andere, dienen verwijderd te worden voor de aanbieding.
§2. Het papier en karton dient verpakt te zijn in handelbare pakketten van maximaal 15 kg.
§3. Per ophaalbeurt max maximaal 1 m³ papier en karton aangeboden worden.
§4. Het is verboden om afval, dat niet overeenkomt met de bepalingen voor de selectieve inzameling van papier en karton, aan te bieden voor de selectieve inzameling van papier of karton.
§5. Indien het aangeboden afval – geheel of gedeeltelijk – niet overeenkomt met deze bepalingen, kan de ophaler weigeren het papier en karton mee te nemen. In zo’n geval zullen de betrokken inwoners op de hoogte gesteld worden van de oorzaak van deze weigering door middel van een sticker, of door elk ander middel. Het om deze reden geweigerde papier en karton moet onverwijld teruggenomen worden door de verantwoordelijke bewoners en tijdens de volgende selectieve inzameling van papier en karton opnieuw aangeboden worden nadat de afvalstoffen, die niet aan de bepalingen voldoen, eruit verwijderd werden.
§6. Het papier en karton moet zodanig aangeboden worden, dat er geen risico bestaat voor de veiligheid en gezondheid van de ophalers.
Hoofdstuk 6 – Selectieve inzameling van gft
Artikel 21 – inzameling
§1. Gft wordt huis-aan-huis ingezameld langs de voor de ophaler toegankelijke straten, wegen en pleinen, op de door het College van Burgemeester en Schepenen bepaalde dagen.
§2. Gft mag niet worden meegegeven met de ophaling van restafval, het grof vuil, of een andere selectieve inzameling, anders dan deze van gft.
§3. Gft wordt enkel ingezameld op adressen waar een geldig jaarabonnement gft-inzameling geactiveerd is. Een jaarabonnement gft-inzameling kan worden afgesloten via de website van Mirom Roeselare. Abonnees dienen de voorschriften opgenomen in het gft-gebruikersreglement te respecteren.
§4. Het is niet toegelaten voor de verwijdering van het gft-afval gebruik te maken van een recyclagepark. Gft-afval dat hiervoor geschikt is, mag wel zelf worden verwerkt via thuiscompostering (zie Artikel 12).
Artikel 22 – wijze van aanbieding
§1. Het gft-afval moet gescheiden aangeboden worden in de officiële gft-container. Deze containers dienen door de gebruiker aangekocht te worden, en zijn enkel verkrijgbaar bij het afsluiten van een jaarabonnement gft-inzameling.
§2. Per gft-container mag maximaal 12 kg gft worden aangeboden.
§3. Per adres kunnen maximaal 3 jaarabonnementen gft-inzameling actief zijn (= maximaal 3 gft-containers per adres).
§4. De gft-container dient te worden aangeboden met het handvat omhoog en met de voorkant van de gft-bak (= zijde met bedrukking) naar de straatkant gericht.
§5. Het is verboden gft-containers op het openbaar domein te laten staan. De geledigde gft-containers dienen door de aanbieder op de dag van lediging terug te worden verwijderd van de openbare weg.
§6. Het is verboden om afval, dat niet overeenkomt met de bepalingen voor de selectieve inzameling van gft, aan te bieden voor de selectieve inzameling van gft.
§7. Indien het aangeboden afval – geheel of gedeeltelijk – niet overeenkomt met deze bepalingen, kan de ophaler weigeren het gft-afval mee te nemen. In zo’n geval zullen de betrokken inwoners op de hoogte gesteld worden van de oorzaak van deze weigering door middel van een sticker, of door elk ander middel. De om deze reden geweigerde gft-container moet onverwijld teruggenomen worden door de verantwoordelijke bewoners en tijdens de volgende selectieve inzameling van gft-afval opnieuw aangeboden worden nadat de afvalstoffen, die niet aan de bepalingen voldoen, eruit verwijderd werden.
§8. Het gft-afval moet zodanig aangeboden worden, dat er geen risico bestaat voor de veiligheid en gezondheid van de ophalers.
Hoofdstuk 7 – Selectieve inzameling van tuinafval
Artikel 23 – inzameling
§1. Tuinafval wordt huis-aan-huis ingezameld langs de voor de ophaler toegankelijke straten, wegen en pleinen, op de door het College van Burgemeester en Schepenen bepaalde dagen.
§2. Tuinafval mag niet worden meegegeven met de ophaling van restafval, het grof vuil, of een andere selectieve inzameling, anders dan deze van tuinafval.
§3. Tuinafval wordt enkel ingezameld op adressen waar een geldig jaarabonnement tuinafvalinzameling geactiveerd is. Een jaarabonnement tuinafvalinzameling kan worden afgesloten via de website van Mirom Roeselare. Abonnees dienen de voorschriften opgenomen in het tuinafvalbak-gebruikersreglement te respecteren.
§4. Het is ook toegelaten voor de verwijdering van het tuinafval gebruik te maken van een recyclagepark. Tuinafval dat hiervoor geschikt is, mag ook zelf worden verwerkt via thuiscompostering (zie Artikel 12).
Artikel 24 – wijze van aanbieding
§1. Het tuinafval moet gescheiden aangeboden worden in de officiële tuinafvalcontainers. Deze containers worden door Mirom Roeselare aan de gebruiker ter beschikking gesteld na het betalen van een waarborg, en zijn enkel verkrijgbaar bij het afsluiten van een jaarabonnement tuinafvalinzameling.
§2. Per tuinafvalcontainer mag maximaal 4 kg tuinafval per 10 L containervolume worden aangeboden (bv. 180 L = 72 kg; 240 L = 96 kg; 280 L = 112 kg; 1000 L = 400 kg).
§3. De tuinafvalcontainer dient met gesloten deksel te worden aangeboden met het handvat en wielen naar de straatkant gericht.
§4. Het is verboden om afval, dat niet overeenkomt met de bepalingen voor de selectieve inzameling van tuinafval, aan te bieden voor de selectieve inzameling van tuinafval.
§5. Het is verboden tuinafvalcontainers op het openbaar domein te laten staan. De geledigde tuinafvalcontainers dienen door de aanbieder op de dag van lediging terug te worden verwijderd van de openbare weg.
§6. Indien het aangeboden afval – geheel of gedeeltelijk – niet overeenkomt met deze bepalingen, kan de ophaler weigeren het tuinafval mee te nemen. In zo’n geval zullen de betrokken inwoners op de hoogte gesteld worden van de oorzaak van deze weigering door middel van een sticker, of door elk ander middel. De om deze reden geweigerde tuinafvalcontainer moet onverwijld teruggenomen worden door de verantwoordelijke bewoners en tijdens de volgende selectieve inzameling van tuinafval opnieuw aangeboden worden nadat de afvalstoffen, die niet aan de bepalingen voldoen, eruit verwijderd werden.
§7. Het tuinafval moet zodanig aangeboden worden, dat er geen risico bestaat voor de veiligheid en gezondheid van de ophalers.
Hoofdstuk 8 – Selectieve inzameling van hol glas
Artikel 25 – inzameling
§1. Het hol glas wordt ingezameld in de glascontainers (boven- of ondergronds) die verspreid staan opgesteld in de gemeente. Het gebruik van de glascontainers is uitsluitend voorbehouden aan de inwoners van de gemeente.
§2. Glas mag niet worden meegegeven met het restafval, het grof vuil, of een andere selectieve inzameling, anders dan deze van hol glas.
§3. Hol glas wordt ook ingezameld in het recyclagepark.
Artikel 26 – wijze van aanbieden
§1. Hol glas dat naar de glascontainer wordt gebracht, moet, afhankelijk van de kleur, in de daartoe voorziene glascontainers worden gedeponeerd. Hol glas wordt bij de aanbieding ontdaan van deksels en stoppen. Het dient leeg en voldoende gereinigd te zijn.
§2. Het deponeren van om het even welke andere afvalstof dan hol glas in de glascontainers is verboden. Het is verboden om naast de glascontainers glas of andere afvalstoffen achter te laten, ook al is de glascontainer volledig gevuld. Dit wordt beschouwd als sluikstorten.
§3. Het is verboden glas te deponeren in de glascontainers tussen 20u00 en 8u00.
Hoofdstuk 9 – Selectieve inzameling van textielafval
Artikel 27 - inzameling
§1. De inzameling van textielafval wordt uitsluitend georganiseerd door de opdrachthoudende vereniging Mirom Roeselare of door de door haar aangewezen instellingen. Enkel de geregistreerde inzamelaars, handelaars en makelijkaars van textielafvalstoffen die toelating krijgen van Mirom Roeselare zijn gemachtigd om textielcontainers te plaatsen.
§2. De inzameling van textielafval geschiedt uitsluitend in de door Mirom Roeselare opgestelde en toegelaten textielcontainers. Deze containers staan opgesteld in de gemeente, op het recyclagepark en bij de Kringwinkel.
§3. Textielcontainers die op het grondgebied van de gemeente zijn opgesteld zonder toelating van Mirom Roeselare, kunnen in opdracht van de gemeente of van Mirom Roeselare ambtshalve worden verwijderd. Het wegnemen van de container gebeurt op kosten en risico van degene die de container heeft geplaatst. Bij ambtshalve verwijdering wordt de container eigendom van de gemeente.
§4. Het is verboden textielafval aan te bieden met restafval, het grof vuil, of een andere selectieve inzameling, anders dan deze van textielafval.
Artikel 28 – wijze van aanbieding
§1. Het textiel dient bij het deponeren in de textielcontainer in een degelijke en goed gesloten zak verpakt te zijn. Het aangeboden textiel mag niet nat of besmeurd zijn.
§2. Het deponeren van om het even welke andere afvalstof dan textielafval in de textielcontainers is verboden. Het is verboden om naast de textielcontainer lege of volle dozen, kratten, zakken of andere voorwerpen achter te laten, ook al is de container volledig gevuld. Dit wordt beschouwd als sluikstorten.
§3. Het is verboden om textielafval in textielcontainers te deponeren tussen 22u00 en 6u00.
Hoofdstuk 10 – Selectieve inzameling van hechtgebonden asbest
Artikel 29 – inzameling
§1. Hechtgebonden asbestmateriaal kan op aanvraag tegen betaling aan huis worden opgehaald door Mirom Roeselare. Inwoners richten hun aanvraag tot Mirom Roeselare en volgen de door haar vastgelegde reglementering.
§2. Op de ophaaldag moet de aanvrager of een vervanger op het ophaalpunt aanwezig zijn, of minstens telefonisch bereikbaar zijn.
§3. Hechtgebonden asbestmateriaal kan ook op het recyclagepark worden aangeboden mits aanbieding in de daartoe voorziene asbestzakken.
Artikel 30 – wijze van aanbieding
§1. Hechtgebonden asbest moet luchtdicht verpakt zijn en veilig aangeleverd worden voor ophaling aan huis. Het is verboden om niet-verpakt of niet correct verpakt hechtgebonden asbest materiaal aan te bieden.
§2. Het hechtgebonden asbest materiaal dat door Mirom Roeselare aan huis wordt opgehaald mag enkel aangeboden worden op volgende manieren:
• Verpakt in de plaatzakken die door Mirom Roeselare worden aangeboden (incl. 2 sets persoonlijke beschermingsmiddelen: stofmaskers, overalls en handschoenen);
• In een container die door Mirom Roeselare aan huis wordt geleverd (incl. 2 sets persoonlijke beschermingsmiddelen: stofmaskers, overalls en handschoenen).
§3. Het hechtgebonden asbest materiaal mag op het recyclagepark enkel aangeboden worden in de verpakking die door Mirom Roeselare wordt aangeboden.
Hoofdstuk 11 – Recyclagepark
Artikel 31 – toepasselijke wetgeving
§1. De recyclageparken zijn onderworpen aan de bepalingen van
• Vlarem;
• Vlarema;
• Materialendecreet;
• Politiereglement;
• Zonale politieverordening;
• Milieuvergunning;
• Retributiereglement op het gebruik van het recyclagepark;
• Privacy.
Artikel 32 – definities
§1. Mirom Roeselare is de afvalintercommunale voor de gemeenten Hooglede, Houthulst, Koekelare, Kortemark, Langemark-Poelkapelle, Lichtervelde, Moorslede, Roeselare, Staden, Torhout, Wingene en Zonnebeke.
§2. De benaming ‘recyclagepark’ wordt gebruikt in plaats van de benaming ‘containerpark’ om de nadruk te leggen op de inspanningen die gebeuren om het afval te recycleren. Het recyclagepark is een inrichting die tot doel heeft de gescheiden inzameling van huishoudelijke afvalstoffen en met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen mogelijk te maken met het oog op de maximale recyclage en nuttige toepassing van deze afvalstoffen.
§3. Bezoeker: de persoon die zich op het recyclagepark bevindt voor het aanvoeren van afval, en de personen die hem vergezellen.
§4. Badgegebruiker: de bezoeker die vergelijkbaar bedrijfsafval aanbrengt, en de bezoeker die een gelijkgestelde toegang krijgt.
§5. Badge: de elektronische kaart die wordt gegeven aan diverse categorieën van klanten om zich te identificeren aan de diftar-zuilen. In art. 39 worden de categorieën die over een badge dienen te beschikken, opgesomd.
§6. Parkwachter: het personeelslid van de gemeente dat instaat voor de goede werking op het recyclagepark.
§7. Diftar: staat voor ‘gedifferentieerd tariferen’. Met de diftar streeft men ernaar om het principe toe te passen dat de vervuiler betaalt. Op het recyclagepark wordt dit toegepast door het systeem van de identificatie met de eID en het afwegen op de weegbruggen.
§8. eID: de elektronische identiteitskaart.
§9. Het recyclagepark is een onder Vlarem I vergunde inrichting waar onder toezicht van de parkwachter(s), op vastgestelde dagen en uren bepaalde gesorteerde huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen kunnen gedeponeerd worden met het oog op een maximale recyclage van de afvalstoffen.
§10. Voor de toepassing van dit reglement wordt onder huishoudelijke afvalstoffen verstaan: afvalstoffen die ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en afvalstoffen die daarmee gelijkgesteld worden bij een besluit van de Vlaamse Regering.
§11. Voor de toepassing van dit reglement wordt onder met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen, hierna vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen genoemd, verstaan: bedrijfsafvalstoffen van vergelijkbare aard, samenstelling én hoeveelheid als huishoudelijke afvalstoffen en die ontstaan ten gevolge van activiteiten die van dezelfde aard zijn als activiteiten van de normale werking van een particuliere huishouding.
Artikel 33 – toepassing
§1. Dit reglement is van toepassing op het recyclagepark Den Triangel 11 te 8610 Kortemark.
§2. Door het betreden van het recyclagepark verklaart de bezoeker zich akkoord met de toepassing van onderhavig huishoudelijk reglement.
Artikel 34 – locatie en toegankelijkheid
§1. Het recyclagepark is gelegen te Den Triangel 11 te 8610 Kortemark.
§2. Het recyclagepark is enkel toegankelijk op de data en openingsuren opgenomen in de afvalkalender en vermeld op de website van de gemeente en Mirom Roeselare.
§3. De bezoeker moet ten laatste een kwartier voor het sluitingsuur het recyclagepark hebben betreden. Buiten de openingsuren is het recyclagepark niet toegankelijk voor personen vreemd aan de dienst.
§4. Op het recyclagepark gelden de bepalingen van het huishoudelijk reglement zoals vastgesteld door de gemeente. Tijdens de openingsuren is het recyclagepark permanent onder toezicht van de aanwezige parkwachter(s).
§5. Het is de parkwachter toegestaan om de aanbieders van afvalstoffen buiten de omheining te laten wachten indien er zich reeds teveel personen of voertuigen op het recyclagepark bevinden in functie van een goede verkeersregeling en veiligheid op het recyclagepark.
Artikel 35 – toegelaten aanvoerders
§1. Het recyclagepark is toegankelijk voor volgende aanvoerders:
• Reglementair ingeschreven inwoners uit de gemeente;
• Reglementair ingeschreven vreemdelingen uit de gemeente;
• Derden die aanvoeren voor een producent die inwoner is van de gemeente;
• Nabestaanden van overledenen die in de gemeente gedomicilieerd waren (vrijstelling i.f.v. saldo overledene);
• Toekomstige inwoners zoals (ver)bouwers, aankopers van een huis, huurders in de gemeente;
• Eigenaars van terreinen maar niet in de gemeente wonend;
• Eigenaars/bewoners van tweedeverblijven in de gemeente;
• Zelfstandigen en kmo’s met een activiteit in de gemeente;
• Scholen, verenigingen, ocmw’s, rusthuizen, gemeenschappen actief in de gemeente;
• Verzelfstandigde overheidsinstellingen met een vestiging in de gemeente;
• Gemeentediensten van de eigen gemeente
§2. De totale lengte van het voertuig, inbegrepen de eventuele aanhanger, is hoogstens 9 meter.
§3. Kinderen jonger dan 12 jaar dienen vergezeld te zijn door een volwassen begeleider.
§4. Het is verboden dieren te laten rondlopen op het recyclagepark.
§5. Personen vreemd aan de dienst die geen afvalstoffen aanbrengen, hebben geen toegang tot het recyclagepark, tenzij mits schriftelijke goedkeuring van het College van Burgemeester en Schepenen.
Artikel 36 – toegelaten afvalstoffen
§1. Enkel afvalstoffen geproduceerd binnen de gemeente mogen aangeleverd worden.
§2. Volgende afvalstoffen worden geaccepteerd:
• Aarde;
• AEEA;
• Boomstronken;
• Elektriciteitskabels
• Fijn tuinafval;
• Frituurvet en -oliën;
• Gips;
• Glas;
• Grofvuil;
• Harde kunststoffen;
• Hechtgebonden asbestcement;
• Hout (type A en B);
• Kga;
• Kurk;
• Matrassen;
• Metalen;
• Niet-recycleerbaar afval;
• Papier en karton;
• Pmd;
• Piepschuim
• Snoeihout;
• Textiel;
• Vlakglas;
• Zuiver steenpuin;
• Ander bouw- en sloopafval;
• Herbruikbare goederen.
§3. Volgende afvalstoffen worden niet geaccepteerd:
• Klein huisvuil;
• Gft;
• Gashouders en/of andere ontplofbare voorwerpen (explosieven, munitie);
• Radioactief afval, uitgezonderd rookdetectoren;
• Afvalstoffen afkomstig van een andere gemeente
§4. Geweigerde afvalstoffen dienen door de aanbrengers terug te worden meegenomen. Indien dit niet gebeurt, kan dit ambtshalve gebeuren, inclusief de verwerking van het afval, ten laste van diegenen die het achtergelaten heeft of van wie het afval afkomstig is.
Artikel 37 – aanvoermodaliteiten
§1. De aangevoerde afvalstoffen dienen vooraf gesorteerd te worden. De bezoeker zal de samengestelde onderdelen (zetels, ramen…) vooraf demonteren. Het is niet toegelaten om op het recyclagepark onderdelen te demonteren. Ramen, kaders, aquariums… die glas bevatten moeten vooraf gedemonteerd worden; het is niet toegelaten om glas op het recyclagepark te demonteren of kapot te slaan.
§2. De bezoeker zal zich niet langer dan nodig voor het deponeren van het afval op het recyclagepark ophouden. De maximale verblijftijd per bezoek bedraagt 1 uur.
§3. De afvalstoffen moeten door de bezoeker zelf in het voorziene recipiënt of op de voorziene plaats gedeponeerd worden. Afval dat elders wordt gedeponeerd wordt beschouwd als sluikstorten. Afval dat voor de toegangspoorten wordt gedeponeerd of over de omheining van het recyclagepark wordt gegooid wordt beschouwd als sluikstorten.
§4. De bezoeker dient de geldende sorteerregels na te leven en volgt de instructies op van de parkwachter of deze die vermeld staan op de borden of de lichtkrant.
§5. De bezoeker dient alle geldende milieuregels te respecteren. Eventuele lekkages dienen onmiddellijk te worden gemeld aan de parkwachter, en opgeruimd. De bezoeker dient het door hem bevuilde terrein op te kuisen.
§6. Het is verboden om enige beschadigingen aan te brengen aan de omheining, containers, gebouwen, beplantingen of uitrusting van het recyclagepark.
§7. De motor dient stilgelegd te worden bij het lossen van de afvalstoffen. De aanbieders en ophalers zijn ertoe gehouden de aanwijzingen van de parkwachter te volgen.
§8. Het is verboden om afvalstoffen of andere materialen mee te nemen van op het recyclagepark. Alle gedeponeerde afvalstoffen zijn eigendom van de gemeente. Het is ook niet toegelaten om op het recyclagepark afvalstoffen of andere materialen uit te wisselen met andere bezoekers. Het is verboden de gedeponeerde afvalstoffen te doorzoeken.
§9. Het is verboden om giften (geld, drank, voedsel…) te geven aan de parkwachter.
§10. Op het recyclagepark geldt een algemeen rookverbod.
§11. Asbest mag enkel worden aangeboden in de daartoe op het recyclagepark of bij Mirom Roeselare aan te kopen asbestzakken.
Artikel 38 – werking diftar-systeem
§1. De bezoeker dient zich correct te registreren en moet op de zuilen de juiste keuzes maken.
§2. De bezoeker te voet of met de fiets heeft geen voorrang op de voertuigen en moet in de rij aanschuiven. Voordat hij de weegbrug betreedt moet hij/zij de daarvoor bestemde knop indrukken.
§3. De bezoeker moet zich aan elke zuil identificeren met zijn eID. Diverse categorieën van bezoekers, zoals in dit reglement opgenomen, moeten ook over een badge beschikken (art. 39). Deze aanvoerders dienen naast hun badge ook steeds hun eID bij te hebben.
§4. Bezoekers met een defecte eID worden niet toegelaten, zij moeten hun kaart eerst laten vervangen.
§5. Elke aanvoerder dient zijn wagen zorgvuldig te positioneren op de weegbruggen zodat er correct kan afgewogen worden. Bij het afwegen van een voertuig op een weegbrug moeten alle inzittenden zich in het voertuig bevinden.
§6. De toegelaten afvalstoffen zijn onderverdeeld in 3 categorieën:
• Rode groep: brandbaar grofvuil
• Oranje groep: aarde, hechtgebonden asbest, gips, harde plastic, hout, niet-recycleerbaar afval, piepschuim, steenpuin, tuinafval, vlak glas
• Groene groep: elektriciteitskabels, elektro, glazen flessen/bokalen, kga, klein herbruikbaar materiaal, kurken, matras (recycleerbaar), metaal, papier en karton, pmd, textiel
§7. De groene groep is voor zowel particulieren als badge-gebruikers gratis, ongeacht de aangevoerde hoeveelheid. De rode groep is zowel voor particulieren als voor badge-gebruikers betalend vanaf de eerste kg. De oranje groep is voor badge-gebruikers betalend vanaf de eerste kg; voor particulieren geldt een gratis aanvoer van maximaal 1000 kg per gezin per jaar, en een aanvoer aan gereduceerd tarief bij aanvoer tussen 1000 en 2000 kg per gezin per jaar, vanaf 2000 kg gelden dezelfde tarieven als voor badge-gebruikers.
§8. De aanvoerder lost zijn afvalstoffen in deze volgorde: rode groep – oranje groep – groene groep.
§9. Na het lossen van alle afvalstoffen in een groep, dient de aanvoerder een tussenweging uit te voeren vooraleer kan worden overgegaan tot het lossen van afvalstoffen in een andere groep.
§10. Indien een aanvoerder de grens van 2000 kg in de oranje groep heeft bereikt of overschreden, dient de aanvoerder bij het lossen van ieder type afvalstof in deze categorie een tussenweging uit te voeren.
§11. De gegevens die betrekking hebben op de aanvoer van het gezin kunnen geraadpleegd worden aan de betaalzuil.
Artikel 39 – aanvoer met badge
§1. Volgende categorieën van bezoekers kunnen toegang krijgen tot het recyclagepark door middel van een badge:
• Nabestaanden van overledenen die in de gemeente gedomicilieerd waren;
• Toekomstige inwoners zoals (ver)bouwers, aankopers van een huis, huurders in de gemeente;
• Eigenaars van terreinen maar niet in de gemeente wonend;
• Eigenaars/bewoners van tweedeverblijven in de gemeente;
• Zelfstandigen en kmo’s;
• Scholen, verenigingen, ocmw’s, rusthuizen, gemeenschappen actief in de gemeente;
• Verzelfstandigde overheidsinstellingen met een vestiging in de gemeente;
• Gemeentediensten van de eigen gemeente
§2. Reglementair ingeschreven vreemdelingen die nog geen eID hebben, dienen ook een badge aan te vragen (de zogenaamde “look-alike eID”).
§3. De badge kan aangekocht worden via:
• www.mirom.be
Na 7 dagen af te halen op het recyclagepark waarvoor de badge werd aangevraagd en te betalen aan de betaalzuilen
§4. De badge-houder mag het recyclagepark alleen betreden via de ingang en na aanmelding via de zuilen.
§5. Bezoekers met een defecte badge of eID worden niet toegelaten, zij moeten hun kaart eerst laten vervangen.
Artikel 40 – aanvoer van vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen
§1. Aanvoerders van vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen kunnen tijdens dezelfde openingsuren zoals vermeld in Artikel 29 van dit reglement aanvoeren. De aangevoerde hoeveelheid mag de normale werking van het recyclagepark niet verstoren.
§2. Elke aanvoer van vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen moet afgewogen worden per afvalstof.
§3. Voor de aanvoer van vergelijkbaar bedrijfsafval dient de aanvoerder zich bij aankomst aan te melden met een badge én zijn eID.
§4. De aanvoerder van vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen moet steeds over de weegbrug, ook al heeft deze enkel gratis afval mee.
§5. Voor de aanvoerders van vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen is onderhavig huishoudelijk reglement integraal van toepassing.
§6. De aanvoerder van vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen ontvangt aan de betaalzuil een printticket, dat geldt als factuur.
§7. Bij defecten aan de diftar-toestellen waarbij de weggegevens niet meer correct kunnen geregistreerd worden, wordt geen verdere aanvoer van vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen toegelaten.
§8. Indien door een defect aan de diftar-toestellen de weging of betaling niet kan afgewerkt worden, zal de parkwachter een zo goed mogelijke schatting maken van de gewichten, zodat deze nog verrekend kunnen worden.
Artikel 41 – weging
§1. De weegcyclus bestaat ten minste uit twee wegingen, nl. een eerste weging bij aankomst (brutoweging) en een weging bij vertrek (tarraweging). In bepaalde gevallen zal er ook één of meerdere tussenwegingen moeten uitgevoerd worden (zie art. 38). Het verschil in gewicht tussen de eerste weging en de volgende weging is het nettogewicht aan afvalstoffen dat geregistreerd wordt.
§2. Bij elke weegcyclus wordt er een minimum nettogewicht van 5 kg in rekening gebracht.
§3. De afvalstoffen worden afgewogen op een geijkte weegbrug volgens de Belgische wettelijke bepalingen, waarvan het weegresultaat niet kan worden betwist. De weegbrug heeft een nauwkeurigheid van 5 kg voor het weegbereik tot 15.000 kg en een nauwkeurigheid van 10 kg voor het weegbereik van 15.000 kg tot 30.000 kg.
Artikel 42 – betaling
§1. De gemeente is gemachtigd om de verschuldigde retributie te innen.
§2. Het bedrag wordt ter plaatse betaald aan de betaalzuil. Dit kan met bancontact of met munten (vanaf 5 eurocent). De betaalautomaat geeft geen geld terug. Het saldo wordt bijgehouden op rekening van de aanvoerder. Bij een volgende betaling wordt het saldo in mindering gebracht. Dit saldo wordt automatisch overgedragen naar een volgend kalenderjaar.
§3. Voor kmo’s geldt het printticket uit de betaalzuil als factuur. Op vraag van de kmo en mits goedkeuring door de dienst financiën van de gemeente kan voorzien worden in een maandelijkse facturatie.
§4. In het geval dat de bezoeker in de onmogelijkheid verkeert onmiddellijk te betalen, wordt de toegang tot het park ontzegd aan de leden van het gezin of aan alle medewerkers van een kmo, vereniging of analoge categorieën als desbetreffende bezoeker tot na ontvangst van de betaling. Het openstaand saldo dient vereffend te worden aan de betaalzuil binnen de 30 kalenderdagen. Indien geen betaling binnen de 30 kalenderdagen werd ontvangen, start de invorderingsprocedure via gewone en aangetekende aanmaning. Vanaf dit moment kan er niet meer ter plaatse aan de betaalzuil betaald worden maar wordt de betalingsopvolging overgenomen door de dienst Financiën van de gemeente. De betaling gebeurt dan via overschrijving zoals op de maning weergegeven. Na een termijn van 7 dagen na ontvangst van de betaling krijgt men terug toegang tot het recyclagepark.
§5. Bij overlijden van een referentiepersoon, hebben de nabestaanden recht om tot 180 dagen na het overlijden het recyclagepark te gebruiken met overname van eventuele vrijstellingen en saldo’s van de overleden referentiepersoon.
§6. Bij vaststelling van verkeerde betalingen of bij foute wegingen, kunnen volgende correcties worden toegepast:
• Als de bezoeker nog op het recyclagepark aanwezig is en er wordt een foute weging met als gevolg een verkeerde betaling vastgesteld, kan de parkwachter een correctie van de weging uitvoeren;
• Indien de bezoeker niet meer op het recyclagepark aanwezig is op het moment van een foute weging met als gevolg een verkeerde betaling, kan de correctie gebeuren door de door het College van Burgemeester en Schepenen aangestelde ambtenaar op basis van de feitelijke elementen die voorhanden zijn.
Artikel 43 – veiligheid
§1. De maximumsnelheid van de voertuigen op het recyclagepark is beperkt tot 5 km/uur.
§2. De bezoeker dient de rijrichtlijnen van het recyclagepark (wegmarkeringen, verkeers- en infoborden…) te respecteren.
§3. De bezoeker dient hoffelijk aan te schuiven in de wachtrij in afwachting van zijn registratie aan de ingangzuil.
§4. De bezoeker dient voorrang te verlenen aan de vrachtwagens die instaan voor het containertransport. Bij ophaling wordt een werkzone afgebakend door de parkwachter(s). Het is verboden de werkzone te betreden. Voertuigen die zich reeds binnen de werkzone bevinden, moeten extra voorzichtig zijn en onmiddellijk na het lossen de werkzone verlaten.
§5. De bezoeker mag de perscontainers niet zelf bedienen. Het deponeren van afval in een perscontainer moet steeds gebeuren vanaf de begane grond. In geen geval mag er gelost worden vanaf een voertuig, trapje, of een ander middel. De bezoeker mag in geen geval de pers beklimmen.
§6. De bezoeker mag de afgebakende kga-zone niet betreden en moet bij het afleveren van kga de instructies van de parkwachter(s) volgen.
§7. De bezoeker is verplicht gebruik te maken van de voorziene trappen bij de container om zijn afval in de container te deponeren. In geen geval mag er afval van op de grond in de containers worden gegooid.
§8. De bezoeker wordt via dit reglement gewezen op mogelijk struikel- of valgevaar door een gladde bodem (door weersinvloeden, gemorste afvalstoffen…), door oneffenheden van de verharding, door gemorste afvalstoffen of door verrijdbare trappen. De containers kunnen bevuild zijn door gemorste afvalstoffen. De bezoeker zal dan ook de nodige voorzichtigheid aan de dag moeten leggen, en voorzien zijn van gepast schoeisel en kledij.
§9. De bezoeker wordt er op gewezen dat hij zich kan verwonden bij het uitladen, transporteren en deponeren van afval. De bezoeker is zelf verantwoordelijk voor het voorzien en correct gebruiken van persoonlijke beschermingsmiddelen (handschoenen, veiligheidsschoenen, veiligheidsbril…) in functie van de types afvalstoffen die worden aangevoerd. Bij het deponeren van de afvalstoffen in de containers let de bezoeker er strikt op geen andere bezoekers in gevaar te brengen.
Artikel 44 – toezicht en bevoegdheden parkwachter
§1. Tijdens de openingsuren staat het recyclagepark permanent onder toezicht van één of meerdere parkwachter(s).
§2. De bezoekers dienen nauwgezet en stipt de richtlijnen van de parkwachters en de op het park aangebrachte instructies na te leven.
§3. De bezoeker is verplicht om op vraag van de parkwachter zijn eID, badge en weegticket te tonen.
§4. De parkwachter kan de registratie van de gekozen afvalstoffen wijzigen indien blijkt dat deze verkeerd werden aangemeld.
§5. De parkwachter kan het geregistreerd gewicht van een aanvoer wijzigen wanneer hij vaststelt dat de weging foutief is gebeurd (bijvoorbeeld door in- of uitstappen van personen, of andere manipulaties of fouten). De parkwachter zal hiervoor de aanvoer opnieuw afwegen, of indien dit niet meer mogelijk is een zo goed mogelijke raming maken.
§6. De parkwachter kan bij een openstaande weging en wanneer de bezoeker zich niet meer op het recyclagepark bevindt, een gewicht zelf invullen. Dit gewicht wordt gebaseerd op een gemiddelde van max. de laatste 5 wegingen van de gekozen afvalstoffengroep/afvalstof of in functie van de eigen vaststelling van de parkwachter. Indien er geen voorafgaande wegingen zijn en de parkwachter kan geen hoeveelheid opgeven, dan worden de wegingen afgesloten met een gewicht van 5 kg.
§7. Wanneer afvalstoffen in de verkeerde container of plaats worden achtergelaten, kan de parkwachter de bezoeker verplichten dit afval terug te nemen en op de juiste plaats te deponeren. Niet toegelaten afval moet terug worden meegenomen.
§8. Indien er onvoldoende plaats overblijft kan de parkwachter verbieden afvalstoffen te lossen. De bezoeker dient deze dan terug mee te nemen.
§9. Het is de parkwachter toegestaan bezoekers aan de poort te laten wachten in functie van een goede verkeersregeling op het recyclagepark.
§10. De parkwachter is, om reden van veiligheid, de goede orde, of andere gegronde redenen, gemachtigd de slagboom te blokkeren om te verhinderen dat een bezoeker het recyclagepark betreedt of het recyclagepark verlaat.
§11. De parkwachter is gemachtigd problemen, hinderlijk gedrag, misbruik en overtredingen vast te stellen en te rapporteren met het oog op verder gevolg of het toepassen van een sanctie.
Hoofdstuk 12 - Sancties
Artikel 45 – sancties
§1. Volgende afval-gerelateerde kleine vormen van overlast worden bestraft met een gemeentelijke administratieve sanctie overeenkomstig artikel 119bis van de Gemeentewet, voor zover de wetten, besluiten, decreten, algemene en provinciale reglementen of verordeningen niet in andere straffen voorzien:
• het inzamelen of aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen in strijd met het politiereglement;
• het achterlaten van zwerfvuil (o.a. sigarettenpeuken, kauwgom, blikjes, wikkels en andere lege verpakkingen);
• het aanbieden van afvalstoffen bij een gemeentelijke inzameling op een wijze die niet overeenstemt met de bepalingen van deze politieverordening;
• het niet plaatsen van de nodige inzamelrecipiënten door verkooppunten voor tabaksproducten, drank en voeding bestemd voor onmiddellijke consumptie;
• het niet opruimen, minstens elke openingsdag, van alle afvalstoffen die afkomstig zijn van de producten die de uitbater verkocht heeft en dit in een straal van 25 meter vanaf de grens van de inrichting;
• het niet opruimen van hondenpoep of uitwerpselen van dieren;
• het niet bijhebben, door de begeleiders van kleine huisdieren, van een zakje voor het verwijderen van de uitwerpselen van hun dier;
• het niet bijhebben van een zakasbakje bij het roken in de openbare ruimte op plaatsen waar geen recipiënten zijn voorzien.
§2. Alle andere overtredingen op de bepalingen van deze politieverordening worden bestraft met politiestraffen, voor zover wetten, decreten, algemene of provinciale verordeningen op dit vlak geen andere straffen voorzien.
§3. Wanneer een overtreding van een bepaling is begaan met een motorvoertuig wordt bij afwezigheid van de bestuurder de administratieve geldboete ten laste gelegd van de houder van de kentekenplaat van het voertuig. De houder van de kentekenplaat mag met alle middelen aantonen wie op het ogenblik van de feiten met het voertuig reed. Zo de door de houder van de kentekenplaat aangeduide persoon de inbreuk niet weerlegt of ontkent, wordt de administratieve geldboete hem ten laste gelegd.
§4. Het overtreden van het huishoudelijk reglement van het recyclagepark (art. 31 t.e.m. art. 44) kan gesanctioneerd worden door de overtreder voor een bepaalde duur de toegang tot het recyclagepark te ontzeggen. De duur van het toegangsverbod die minstens 1 week en hoogstens 1 jaar bedraagt, staat in verhouding tot de ernst en de frequentie van de overtreding. Het toegangsverbod wordt opgelegd door een door het College van Burgemeester en Schepenen aangestelde ambtenaar. Het toegangsverbod heeft onmiddellijke inwerking, en wordt schriftelijk gemeld aan de referentiepersoon van het gezin / contactpersoon aanvrager badge.
§5. De persoon die een toegangsverbod tot het recyclagepark werd opgelegd kan binnen de 30 dagen na ontvangst van het schrijven beroep aantekenen bij het College van Burgemeester en Schepenen die de sanctie kan herzien. Zolang de beroepsprocedure loopt blijft het toegangsverbod van toepassing.
Hoofdstuk 13 – Slotbepalingen
Artikel 46 – slotbepalingen
§1. De vorige gemeenteraadsbeslissing betreffende politiereglement betreffende huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen wordt opgeheven, ex nunc.
§2. Deze verordening wordt als addendum gevoegd in deel II het vigerend gasreglement van de gemeente. Het zal bekendgemaakt worden overeenkomstig de artikels 286, 287 en 288 van het Decreet Lokaal Bestuur. Ze treedt in werking op de 5e dag na de publicatie.
§3. Onverminderd de sancties voorzien in de vorige paragrafen, blijft de overtreder vatbaar voor
• De straffen voorzien in het politiereglement
• Andere wetgeving die op de overtreding van toepassing is
• De belasting conform het belastingreglement op ambtshalve verwijderen van afvalstoffen
• De sancties voorzien in het algemeen reglement op de administratieve sancties (GAS-reglement)
§4. Een afschrift van deze verordening wordt conform artikel 119 van de Nieuwe Gemeentewet, toegezonden aan de Deputatie, aan de griffie van de rechtbank van eerste aanleg, aan die van de politierechtbank. Afschrift tevens over te maken per mailbericht aan:
• De sanctionerend ambtenaar van de betrokken gemeenten van Mirom (Houthulst, Koekelare en Kortemark): stephan.terryn@kortemark.be
• De zonechef van politiezone Polder: johan.geeraert@police.belgium.eu
• Het intergemeentelijk samenwerkingsverband Mirom Roeselare: bestuur@mirom.be
• De ovam: info@ovam.be
Artikel 1: De gemeenteraad beslist goedkeuring te verlenen aan alle punten op de agenda van de Buitengewone Algemene Vergadering Creat Services dv van 16 december 2025 en de daarbij behorende documentatie nodig voor het onderzoek van de agendapunten:
Artikel 2: De gemeenteraad draagt de aangeduide vertegenwoordiger/plaatsvervangend vertegenwoordiger op om namens het bestuur alle akten en bescheiden met betrekking tot de Buitengewone Algemene Vergadering van Creat Services dv vastgesteld op 16 december 2025, te onderschrijven en zijn stemgedrag af te stemmen op het in de beslissing van de gemeenteraad van heden bepaalde standpunt met betrekking tot de agendapunten van voormelde Algemene Vergadering.
Artikel 3: Een afschrift van dit besluit zal gestuurd worden:
Artikel 1: De gemeenteraad beslist zijn goedkeuring te verlenen aan de agendapunten van de Buitengewone Algemene Vergadering van 10 december 2025 van de WVI waarbij een beslissing moet genomen worden.
Artikel 2: De in zitting van 27 januari 2025 aangeduide vertegenwoordigers van de gemeente worden opgedragen hun stemgedrag af te stemmen op de beslissingen genomen in dit raadsbesluit en als dusdanig de op de agenda geplaatste punten van de Buitengewone Algemene Vergadering van 10 december 2025 van de WVI waarvoor een beslissing moet genomen worden, goed te keuren.
Artikel 3: Afschrift van dit besluit wordt toegestuurd aan de WVI, Koning Albert I-laan 122, 8200 Brugge.
Enig artikel: Er wordt mededeling gegeven van de verslagen van de schoolraad De Kreke van 1 april en 5 juni 2025, de cultuurraad van 25 mei en 16 september 2025 en de jeugdraad van 10 september 2025.
Zie audio-opname op de website.
Namens Gemeenteraad,
Sara De Meyer
Algemeen Directeur
Toon Vancoillie
Voorzitter gemeenteraad