Terug
Gepubliceerd op 18/09/2026

Besluit  Gemeenteraad

ma 14/09/2026 - 19:00

Projectsubsidie voor basisscholen bij de uitwerking van kwaliteitsvolle buitenschoolse opvang (boost-subsidie BOA) - goedkeuring

Aanwezig: Laurens Vandewalle, Voorzitter gemeenteraad
Karolien Damman, Burgemeester
Toon Vancoillie, Koen Decleir, Lynn Vermote, Jan Stoens, Christine Logghe, Schepenen
Marc Vulsteke, Stefaan Vercooren, Ronny Vierstraete, Jelle Vercoutere, Tim Deweerdt, Paul Kimpe, Birger Debacker, Stijn De Neve, Steven Provoost, Iris Plaisier, Jana Hindryckx, Marnic Deceuninck, Anke Vandermeersch, Geert Cornette, Dirk Lagae, Dorine Onraedt, Gemeenteraadsleden
Sara De Meyer, Algemeen Directeur
Aanleiding, feiten en context
  • Het BOA-decreet streeft naar een geïntegreerd aanbod van buitenschoolse opvang en activiteiten voor kinderen tussen 2,5-12 jaar en stelt 3 doelstellingen voorop:
    • kinderen speelmogelijkheden en ontplooiingskansen geven, maar ook keuzevrijheid en recht op rust;
    • ouders de mogelijkheid bieden om werk, opleiding en gezin vlot te combineren;
    • een aanbod buitenschoolse opvang en activiteiten creëren, dat toegankelijk en betaalbaar is voor iedereen.
  • Het lokaal bestuur fungeert als regisseur van het lokaal BOA-beleid en staat in voor de verdeling van de financiële middelen die Vlaanderen hiervoor voorziet. In 2025 ontvangt Kortemark 308.737,28 euro, in 2026 304.735,11 euro en vanaf 2027 305.039,74 euro.
  • Momenteel organiseert het lokaal bestuur op twee locaties zelf buitenschoolse opvang en financiert het, middels het reglement dd. 26 juni 2023 houdende de sociale voordelen inzake ochtend-, middag- en avondopvang in het kader van het lokaal flankerend onderwijsbeleid, opvang in niet-gemeentelijke scholen.
  • Bijkomend organiseert het lokaal bestuur tijdens de paas- en zomervakantie speelpleinwerking en biedt het substantiële ondersteuning in de organisatie van de lokale STAP-afdeling.
  • Door deze initiatieven wordt reeds ingespeeld op de aangehaalde doelstellingen die Vlaanderen nastreeft.
  • In het kader hiervan besliste de gemeenteraad dd. 22 december 2025, na adviesvraag aan het samenwerkingsverband BOA dd. 2 december 2025, om de opvang voor de doelgroep zelf te blijven organiseren. 
  • Er wordt evenwel voorgesteld om een bijkomende projectsubsidie te voorzien voor basisscholen, dit in het kader van de uitwerking van kwaliteitsvolle buitenschoolse opvang.
  • Er wordt voorgesteld om de in bijlage toegevoegde 'projectsubsidie voor basisscholen bij de uitwerking van kwaliteitsvolle buitenschoolse opvang' goed te keuren.
Relevante documenten
  • Ontwerpprojectsubsidie voor basisscholen bij de uitwerking van kwaliteitsvolle buitenschoolse opvang ikv BOA.
  • Verslag Lokaal overleg kinderopvang en samenwerkingsverband BOA dd. 2 december 2025.
Juridische overwegingen
  • Het decreet lokaal bestuur dd. 22 december 2017.
  • Het decreet dd. 3 mei 2019 en de verdere wijzigingen houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten.
  • Gemeenteraadsbesluit dd. 24 november 2025 houdende de oprichting van een samenwerkingsverband buitenschoolse opvang en activiteiten en de goedkeuring van bijhorend reglement.
  • Verordening (EU) 2023/2832 van de commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun verleend aan diensten van algemeen economisch belang verrichtende ondernemingen.
Adviezen
Adviezen
  • Gunstig visum VSM/2026/123 van Stefaan Meersschaert van 03 september 2026

Publieke stemming
Aanwezig: Laurens Vandewalle, Karolien Damman, Toon Vancoillie, Koen Decleir, Lynn Vermote, Jan Stoens, Christine Logghe, Marc Vulsteke, Stefaan Vercooren, Ronny Vierstraete, Jelle Vercoutere, Tim Deweerdt, Paul Kimpe, Birger Debacker, Stijn De Neve, Steven Provoost, Iris Plaisier, Jana Hindryckx, Marnic Deceuninck, Anke Vandermeersch, Geert Cornette, Dirk Lagae, Dorine Onraedt, Sara De Meyer
Voorstanders: Laurens Vandewalle, Karolien Damman, Toon Vancoillie, Koen Decleir, Lynn Vermote, Jan Stoens, Christine Logghe, Marc Vulsteke, Stefaan Vercooren, Ronny Vierstraete, Jelle Vercoutere, Tim Deweerdt, Paul Kimpe, Birger Debacker, Stijn De Neve, Iris Plaisier, Jana Hindryckx, Marnic Deceuninck, Anke Vandermeersch, Geert Cornette, Dorine Onraedt
Onthouders: Steven Provoost, Dirk Lagae
Resultaat: Met 21 stemmen voor, 2 onthoudingen
Besluit

 

Artikel 1: De gemeenteraad beslist om onderstaande projectsubsidie voor basisscholen bij de uitwerking van kwaliteitsvolle buitenschoolse opvang in het kader van het BOA decreet goed te keuren: 

 

Projectsubsidie voor basisscholen bij de uitwerking van kwaliteitsvolle buitenschoolse opvang (boost-subsidie BOA).

Art. 1: Doelstelling

Het doel van dit reglement is het beschikbaar stellen van een éénmalige subsidie om erkende basisscholen op het grondgebied te ondersteunen en motiveren om bij te dragen aan:

  • Kwaliteitsvolle buitenschoolse opvang, conform de kwaliteitsvereisten zoals dd. 22 december 2025 door de gemeenteraad vastgelegd in het lokaal erkenningskader.
  • Speel- en ontplooiingskansen voor kinderen, door:
    • Aandacht te hebben voor de brede ontwikkeling van elk kind.
    • Een gevarieerd aanbod aan activiteiten te voorzien.
    • Een veilige en gezonde omgeving te garanderen.

Deze subsidie dient uitsluitend te worden aangewend voor investeringen die bijdragen aan minstens één van de bovenstaande doelstellingen.

 

Art. 2: Toepassingsgebied

1) Alle erkende basisscholen op het grondgebied, die hun infrastructuur structureel openstellen voor buitenschoolse opvang voor en na schooltijd, komen in aanmerking voor deze subsidie. Wanneer er geen buitenschoolse opvang wordt georganiseerd binnen de schoolvestiging, kunnen één of meerdere structurele samenwerkingen met organisatoren van vrije tijd in rekening gebracht worden om in aanmerking te komen voor deze subsidie.

2) De subsidie mag uitsluitend worden aangewend voor investeringen in ruimtes die toegankelijk zijn voor buitenschoolse opvang of vrije tijd indien er geen actieve werking van buitenschoolse opvang is binnen de schoolvestiging. De verantwoordelijkheid over de aanwending van de middelen berust bij de directie van het basisonderwijs.

3) Voor subsidiëring komen uitsluitend kosten in aanmerking die verband houden met verbeteringswerken of de aankoop van materiaal en meubilair voor binnen- en/of buitenspeelruimtes, mits deze bijdragen aan één van de volgende, concrete doelstellingen:

  • Het verhogen van de veiligheid.
  • Het flexibel inzetten van ruimtes om gedeeld gebruik mogelijk te maken.
  • Het toevoegen van speelkansen en het voorzien van een gevarieerd spelaanbod.
  • Het creëren van een prikkelarme plaats.
  • Het inrichten van een rustige ruimte voor het maken van huiswerk.
  • Het realiseren van een inclusief aanbod.
  • Het voorzien van een aanbod specifiek gericht op kleuters.

4) Investeringen hebben een minimale bestemmingsduur van 3 jaar.

 

Art. 3: Subsidiebedrag

  • De basissubsidie is vastgelegd op maximaal €2000 per schoolvestiging van het basisonderwijs en kan nooit hoger zijn dan het ingediende verantwoordingsbedrag.
  • Elke basisschool die voldoet aan de voorwaarden vermeld in artikel 2, kan in 2026 eenmalig deze projectsubsidie ontvangen. Iedere basisschool moet deze toelage gebruiken voor het doel waarvoor zij is toegekend en moet het gebruik ervan kunnen rechtvaardigen.
  • Deze projectsubsidie kan gecombineerd worden met andere project- en reguliere subsidies van lokale of andere overheden.

 

Art. 4: Aanvraag en beoordeling

1) De aanvraag voor deze subsidie moet uiterlijk op 31 oktober 2026 worden ingediend via het daartoe voorziene aanvraagformulier. De aanvraag dient minimaal volgende informatie te bevatten:

  • De projectbegroting: een duidelijke omschrijving van de geplande investeringen, inclusief het doel.
  • Een overzicht van de ruimtes en materialen die ter beschikking zullen staan van buitenschoolse opvang of vrije tijd, met vermelding van de frequentie of het structurele karakter van gebruik.

De beoordeling van aanvragen en de uiteindelijke toekenning van de subsidie is een bevoegdheid van het college van burgemeester en schepenen. Een aanvraag kan (gedeeltelijk) worden geweigerd indien het college van oordeel is dat met de geplande investeringen de doelstellingen niet of onvoldoende worden behaald. Bij onvolledigheid stuurt de betreffende dienst een vraag ter aanvulling van de nodige stukken. De uiterste datum voor de realisatie van de investeringen is 31 december 2026. Ten laatste op 31 januari 2027 verwacht het lokaal bestuur een gedetailleerd verslag waarin de effectieve aanwending van de middelen wordt toegelicht, met bijhorende bewijsstukken.

Bij onvolledigheid wordt in opdracht van het college eenmalig een vraag ter aanvulling van de nodige stukken verstuurd.

2) Het college kan een heroverweging maken op de beoordeling, indien bijkomende verantwoording werd aangeleverd, uiterlijk 30 dagen na de toekenning of (gedeeltelijke) weigering van de subsidie.

 

Art. 5: Overige bepalingen

1) Met de toekenning van de subsidie wordt geen uitspraak gedaan of goedkeuring gegeven op vlak van milieu- of stedenbouwkundige vergunningen en andere wettelijke verplichtingen van de vestiging.

2) De basisschool is akkoord dat het lokaal bestuur over de toekenning van de premie communiceert.

3) De school moet in de communicatie over het project vermelden dat de investering gebeurde met de steun van het lokaal bestuur.

4) Enkel investeringen die na toekenning van de subsidies gedaan worden, kunnen in rekening gebracht worden.

 

Art. 6: Sanctie

1) Het college zal de terugvordering van de subsidie eisen:

  • als de subsidie toegekend en uitbetaald werd op basis van onjuiste gegevens of valse verklaringen afgelegd met het oog op het onrechtmatig genieten van de subsidie;
  • als de bestemmingsduur van de investeringen minder dan 3 jaar bedraagt;
  • als blijkt dat de infrastructuur niet langer structureel beschikbaar is voor buitenschoolse opvang of vrije tijd binnen de 3 jaar na aanwending van de middelen.
  • als de uitgekeerde subsidie niet, of niet volledig, is besteed aan het doel waarvoor zij oorspronkelijk werd toegekend.

2)  Een terugvordering in bovenstaande gevallen vervalt als het een gevolg is van overmacht (bv. brand, overstroming…). Het college oordeelt of een situatie als overmacht kan worden bestempeld.

 

Art. 7: Inwerkingtreding

Bovenstaand reglement treedt in werking op 15 september 2026.