Artikel 1: De gemeenteraad beslist om onderstaand subsidiereglement buitenschoolse opvang en activiteiten in het kader van het BOA decreet goed te keuren:
Subsidiereglement buitenschoolse opvang en activiteiten in het kader van het BOA-decreet.
1. Doel
Art. 1: Het BOA-decreet streeft naar een geïntegreerd aanbod van buitenschoolse opvang en activiteiten voor kinderen tussen 2,5-12 jaar en stelt 3 doelstellingen voorop:
- kinderen speelmogelijkheden en ontplooiingskansen geven, maar ook keuzevrijheid en recht op rust;
- ouders de mogelijkheid bieden om werk, opleiding en gezin vlot te combineren;
- een aanbod buitenschoolse opvang en activiteiten creëren, dat toegankelijk en betaalbaar is voor iedereen.
Art. 2: Via dit subsidiereglement wil het lokaal bestuur Kortemark verenigingen, zelfstandigen, scholen of externe organisaties aanmoedigen om in de schoolvakanties mee een aanvullend activiteitenaanbod aan te bieden dat aansluit op bovenstaande doelstellingen.
2. Begunstigden
Art. 3: De aanvrager is een:
- Een door het lokaal bestuur erkende vereniging
- zelfstandige
- Kortemarkse basisschool
- externe organisatie
3. Subsidie
Art. 4: Maximaal 5% van de jaarlijkse Vlaamse BOA-subsidie wordt beschikbaar gesteld voor deze subsidiemogelijkheid. Niet aangewende middelen kunnen gebruikt worden voor de ondersteuning van opvang en activiteiten zoals opgenomen in het BOA-decreet.
Art. 5: Na voorafgaandelijke oproep op de website en/of gemeentelijk infoblad kan het lokaal bestuur Kortemark tijdens schoolvakanties, waarin geen gemeentelijke speelpleinwerking wordt georganiseerd, volgende subsidiebedragen toekennen om de organisatie van buitenschoolse opvang of activiteiten te faciliteren voor kinderen van het lager onderwijs:
1) Vakantiekamp (voor een aanbod van 5 weekdagen m.u.v. wettelijke feestdagen).
| Opvangcapaciteit |
Subsidiebedrag |
Aantal begeleiders* |
| 1-30 kinderen |
4 euro per dag per deelnemend kind met max van 550 euro/week |
Minimaal 2 begeleiders |
| 31-60 kinderen |
4,5 euro per dag per deelnemend kind met max van 1250 euro/week |
Minimaal 1 begeleider per 15 kinderen** |
| 61-90 kinderen |
5 euro per dag per deelnemend kind met max van 2000 euro/week |
Minimaal 1 begeleider per 15 kinderen + 1 hoofdanimator of verantwoordelijke met attest hoofdanimator of instructeur.** |
* begeleider: beschikt over een pedagogisch diploma, attest animator of hoofdanimator, trainersdiploma erkend door de Vlaamse trainersschool.
**indien een veelvoud van 18 overschreden wordt, moet een extra begeleider voorzien worden (bv. 55 kinderen = minimaal 4 begeleiders).
Voorwaarde:
- er wordt opvang voorzien tussen 7u30 en 17u30
- indien wettelijke feestdagen in de vakantiekampperiode vallen, worden deze als volgt verrekend in de subsidie: subsidiebedrag / 5 weekdagen x aantal vakantiekampdagen (bv. 550 euro voor 5 dagen, wordt 440 euro voor 4 dagen).
2) Dagaanbod
| Opvangcapaciteit |
Subsidiebedrag |
Aantal begeleiders* |
| 1-30 kinderen |
4 euro per deelnemend kind met een max van 110 euro |
Min. 2 begeleiders |
| 31-60 kinderen |
4,5 euro per deelnemend kind met een max van 250 euro |
Min. 3-4 begeleiders** |
| 61-90 kinderen |
5 euro per deelnemend kind met een max van 400 euro |
Min. 5-6 begeleiders + 1 hoofdanimator/verantwoordelijke met attest hoofdanimator of instructeur.** |
* begeleider: beschikt over een pedagogisch diploma, attest animator of hoofdanimator, trainersdiploma erkend door de Vlaamse trainersschool.
**indien een veelvoud van 18 overschreden wordt, moet een extra begeleider voorzien worden (bv. 55 kinderen = minimaal 4 begeleiders).
Voorwaarde:
- er wordt opvang voorzien tussen 7u30 en 17u30.
Art. 6: Het aantal toegekende subsidies wordt beperkt tot maximaal 2 opvangactiviteiten per vakantiedag.
Art. 7: De subsidie wordt op verzoek van de organisator verhoogd met het dervingsbedrag als gevolg van de verplichte toepassing van het UITpaskansentarief. Deze verhoging kan enkel verzocht worden voor inwoners uit Kortemark met een UITpaskansentarief.
Art. 8: Het Lokaal bestuur stelt een toegewezen gemeentelijke zaal, aangepast aan de aard van de activiteit en het aantal deelnemers, voor de duur van activiteit en de op- en afbouw, gratis ter beschikking. De locatie wordt toegewezen op basis van geografische of organisatorische overwegingen (bv. opvangnood in een bepaalde deelgemeente, beschikbaarheid zalen,…).
Art. 9: Het lokaal bestuur kan, na advies van de jeugdconsulent of de coördinator van de buitenschoolse opvang, materiële, organisatorische of logistieke ondersteuning bieden in kader van de organisatie van de opvangactiviteit (bv. plaatsing tijdelijke afsluiting, levering beschikbaar spel- of sportmateriaal, softwareondersteuning,…).
4. Voorwaarden aanbod
Art. 10: De organisator zorgt tijdens één van de voorziene vakantieperiodes voor een kwaliteitsvol en gevarieerd (sport, spel en crea) open aanbod (niet enkel leden van een vereniging of organisatie) met voorrang voor Kortemarkse kinderen.
Art. 11: De inschrijvingen verlopen via het gemeentelijk BOA-inschrijvingsplatform. Daartegenover staat dat het aanbod gepromoot wordt via gemeentelijke infokanalen.
Art. 12: De organisator staat in voor het opmaken van de fiscale attesten kinderopvang.
Art. 13: De organisator hanteert dezelfde tarieven als deze van de gemeentelijke buitenschoolse kinderopvang en past verplicht het UITpaskansentarief toe voor inwoners van Kortemark.
Art. 14: De organisator voorziet tijdens het vakantiekamp of dagaanbod een contactpersoon voor ouders en lokaal bestuur.
Art. 15: De organisator voorziet alle materialen die nodig zijn voor de organisatie van het opvanginitiatief (bv. knutselmateriaal,…). Materiaal (bv. doelen, ballen,…) van het lokaal bestuur die aanwezig is in de zaal mag gratis gebruikt worden.
Art. 16: Er mogen geen extra kosten aangerekend worden.
Art. 17: Indien blijkt dat tijdens een opvangperiode de opvangnood hoger of lager zal zijn dan voorzien op het moment van de toekenning van de subsidie kan, in zoverre de organisator in de mogelijkheid is om zich hierop aan te passen en te voldoen aan de voorwaarden opgenomen in het reglement, het lokaal bestuur, in overleg met de organisator, beslissen om de opvangcapaciteit te verhogen of te verlagen (bv. 61-90 kinderen ipv 31-60 kinderen). In dit geval wordt het subsidiebedrag aangepast conform de nieuwe opvangcapaciteit.
5. Kandidatuur/aanvraag organisator
Art. 18: De aanvrager dient vóór de in de oproep vermelde datum een volledig aanvraagdossier in.
In het aanvraagdossier (aanvraagformulier en de nodige documenten) worden minimaal volgende zaken opgevraagd:
- Naam, voornaam, adres en bijkomende contactgegevens van de aanvrager
- Welke BOA-activiteit men wenst te organiseren (dagaanbod of vakantiekamp) en voor welke periode.
- Per dag een overzicht van het aanbod
- Flexibiliteit van de opvang (halve dagen, volledige dag,…)
- Hoe de aanvrager zal instaan voor een kwalitatieve opvang (inclusief opvang voor kinderen met extra zorgnood)
- Welke ervaring of competenties de organisator heeft inzake de organisatie van activiteiten voor de doelgroep
- Het maximale aantal deelnemers voor het aanbod
- Naam, voornaam en adres van de begeleiders en een uittreksel uit het strafregister ‘minderjarigenmodel’ (artikel 596.2) of voor -18 jarige begeleiders een verklaring op eer dat betrokkene geen strafbare feiten heeft gepleegd. Indien deze gegevens bij de aanvraag nog niet gekend zijn, dient een recent uittreksel uit het strafregister (artikel 596.2) van de aanvrager te worden toegevoegd. Uiterlijk 1 week vóór het activiteitenaanbod dienen deze gegevens overgemaakt te worden aan de coördinator van de buitenschoolse kinderopvang en/of de jeugdconsulent.
- Bewijs aansluiting burgerlijke aansprakelijkheid en lichamelijke ongevallen of een verklaring dat hieraan zal voldaan worden na toekenning subsidie (uiterlijk 1 week vóór de start van het opvanginitiatief moet het bewijs van aansluiting overgemaakt worden aan de coördinator van de buitenschoolse opvang en/of de jeugdconsulent).
- Erkenning als Kortemarks opvanginitiatief
- De aanvrager verklaart aanwezig te zullen zijn op een opstart- en evaluatievergadering naar aanleiding van het opvanginitiatief.
- De aanvrager verklaart met deze subsidieaanvraag de de-minimisverordening inzake staatssteun niet te overschrijden.
6. Toekenning subsidie
Art. 19: Bij het verlenen van een subsidie volgens dit reglement is de wet van 14 november 1983 houdende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen van toepassing.
Art. 20: Een ingediende aanvraag geeft niet automatisch recht op het ontvangen van deze subsidie.
Art. 21: De jeugdconsulent en de coördinator van de buitenschoolse kinderopvang beoordeelden de aanvragen en maken een advies op.
§1 Bij de beoordeling wordt volgende puntenverdeling gehanteerd, met quotering per veelvoud van 5:
- Ervaring of competenties inzake de organisatie van activiteiten voor de doelgroep (max. 20 punten)
- Per dag een overzicht van het aanbod (max. 20 punten)
- Hoe de aanvrager zal instaan voor een kwalitatieve opvang (max. 20 punten)
- De maximale aantal deelnemers voor het aanbod in verhouding met de opvangnood (max. 30 punten).
- Flexibiliteit van de opvang (bv. halve dag) (max. 10 punten)
§2 In het advies wordt de beoordeling gekoppeld aan de compatibiliteit van het opvangaanbod met het bestaande of hoger gequoteerde opvangaanbod.
Art. 22: De gemeenteraad delegeert de beslissingsbevoegdheid inzake de al of niet toekenning van deze subsidie in het kader van en binnen de beschikbare kredieten van dit subsidiereglement aan het college van burgemeester en schepenen.
7. Uitbetaling
Art. 23: 25% van de toegekende subsidie wordt na toewijzing door het college van burgemeester en schepenen uitbetaald.
Art. 24: Het resterende saldo wordt, na een eventuele verrekening op basis van artikel 17, na voorlegging van de deelnamelijsten én naleving van dit reglement uitbetaald.
Art. 25: Het college van burgemeester en schepenen kan het volledige of een gedeelte van het subsidiebedrag ingehouden of terugvorderen indien blijkt dat:
- op basis van het reglement bepaalde voorwaarden niet werden nageleefd
- door de aanvrager foute of onvolledige informatie werd verstrekt
8. Evaluatie opvanginitiatief
Art. 26: Na ieder opvanginitiatief organiseert de coördinator van de buitenschoolse kinderopvang en/of de jeugdconsulent een evaluatievergadering, waarop de organisator verplicht aanwezig dient te zijn. Indien hieruit een negatieve evaluatie volgt, kan het college van burgemeester en schepenen de organisator tijdelijk of definitief uitsluiten van deelname aan toekomstige subsidieaanvragen in het kader van dit reglement.
9. Slotbepalingen
Art. 27: Het college van burgemeester en schepenen kan, bv. door de aard van de activiteiten, eventueel bijkomende voorwaarden opleggen.
Art. 28: Alle niet in dit reglement voorziene zaken of afwijkingen worden voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 2: De gemeenteraad beslist dat het reglement in werking treedt per 1 januari 2026.